Misschien praten we langs elkaar heen want juist het citaat van Spurgeon is precies wat ik bedoel. De ware blijdschap (de vrucht) en de droefheid (de halm) De vrucht kan niet groeien in het luchtledige maar komt voort uit de halm (droefheid) . Wat ik schreef dat de vreugde wordt verdiept door de droefheid beschrijft Spurgeon hier uitgebreider.MidMid schreef: ↑Gisteren, 22:25Vers 6 en 9... Volgens mij is de spits juist dat die blijdschap bij de Farizeeën en Schriftgeleerden ontbreekt. Als spiegel wordt de blijdschap in de hemel voorgehouden, met daarin opgesloten - 'doet gij dan evenzo...'huisman schreef: ↑Gisteren, 19:05In de verzen die jij noemt is de spits van de gelijkenis de blijdschap in de hemel bij de engelen over één zondaar die zich bekeert.MidMid schreef: ↑Gisteren, 17:48'k Zal er geen exegetisch epistel van maken. Maar je observatie deel ik niet. In 5-7 en 9-10 is er enkel sprake van blijdschap waarin iedereen delen mag. Bij de verloren zoon zie je een vermenging. Je uitspraak dat 'christelijke blijdschap een verdieping in de droefheid heeft' deel ik simpelweg niet. Wat dat betreft denk ik inderdaad dat wij theologisch verschillen. De vreugde over en van het geloven mis ik met regelmaat binnen een deel van de kerken.huisman schreef: ↑Gisteren, 16:17
Die vreugde komt in Lukas 15 wel na diepe droefheid. Het is uiterst belangrijk om bij het licht van de Schrift te onderzoeken waar de vreugde uit voorkomt. De Heere Jezus spreekt immers ook over de blijdschap van degenen waar het zaad valt op steenachtige plaatsen. Christelijke blijdschap heeft een verdieping in de droefheid. Ons klassieke avondmaalsformulier geeft genoeg woorden aan het evenwicht tussen droefheid en vreugde.
Het gaat daar niet over de blijdschap van een gelovige.
Wat zegt jou Romeinen 7 , de Zaligsprekingen in Mattheüs 5 , de teksten die ik noemde uit Jesaja, Zefanja 3 : 12- 20 waar je ook de afwisseling van droefheid en blijdschap ziet. De Psalmen enz enz.?
Gebroken harten verslagen geesten is toch het werk van Gods Geest? Hoe onderscheid jij de blijdschap van een tijdgelovige van de ware blijdschap?
Die blijdschap vanuit een gebroken hart en een verslagen geest mis ik binnen een deel van de kerken.
Dit gesprek had 50/40 jaar geleden diepgravend gevoerd moeten worden in de CGK. Dan waren we misschien minder uit elkaar gegroeid.
Juist op dat onderscheidende zou mijn antwoord zijn 'ik ben geen hartenkenner en doe het dus met wat ik hoor en zie' (in lijn met artikel 61, want daar lag immers de start van dit gesprek). De weging over de waarachtigheid laat ik maar daar waar die hoort; bij Hem!
'Gebroken harten verslagen geesten is toch het werk van Gods Geest?' Ja, maar niet het hele werk en zekere niet het einddoel. Als ik lees over de vrucht van de Geest hoor ik andere tonen. Omdat het een ander maar te laten uitleggen: 'Het is volkomen waar dat de Geest van God droefheid werkt, want een van Zijn eerste werkingen in de ziel is een heilige droefheid. Hij verlicht ons wat betreft onze verloren staat, overtuigt ons van zonde, van gerechtigheid en van oordeel, en de eerste uitwerkingen op het hart zijn de verbazing en de klacht. Zelfs wanneer we door het werk van de Geest op Christus zien, is een van de eerste vruchten de smart: Zij zullen Hem zien, Die zij doorstoken hebben, en zij zullen over Hem rouwklagen als iemand die in bitterheid is over zijn eerstgeborene. Het gaat de Heilige Geest echter in Zijn werk uiteindelijk niet om de droefheid: die is een middel tot een doel. Zoals de barensweeën van de moeder leiden tot de vreugde van de geboorte, leiden ook de smarten van het berouw tot de blijdschap van de vergeving en de aanneming. De droefheid is, om een beeld uit de Schrift te gebruiken, de halm, maar het volle koren in de aar is de blijdschap. De droefheid bevordert de vrucht, maar de vrucht zelf is de blijdschap. De tranen van de droefheid naar God vanwege de zonde zijn bedoeld om als diamanten van blijdschap te schitteren in vergevende liefde.' (Spurgeon)
Vreugde en blijdschap is het doel, de volle aar! Droefheid tot kenmerk verheffen vind ik lastig. In de zes redenen die hierboven genoemd worden bij de puritein Thomas Watson zit wel heel veel het woordje 'ik' (verpakt in woorden als 'hij', 'zijn'). Maar is onze roeping niet juist het 'ik' inwisselen voor 'Hij'. Hij meer, ik minder. 'Niet meer ik, maar Christus leeft in mij.' Gaat dat zonder gevoelens van falen en van droefheid, ed.? 'Nee.' En toch, toch is dat niet hét leven van een christen. Ik mag weten te leven ná het open graf en ná de Paasmorgen.
Verder heeft ook onze gang door het leven te maken met deze Bijbelse droefheid en blijdschap. Spurgeon zelf had een neerslachtig karakter en was meestal niet zo blijmoedig gestemd, De vreugde van de herdersjongen David was ver weg in Psalm 32 en 51. Heman uit Psalm 88 ‘doodbrakende’ was toch echt een begenadigd kind van God. M.a.w. onze zonden, onze onvolmaaktheid werpt een schaduw over de ware blijdschap. Dat lees je zeker ook in de teksten die ik noemde en waar je niet op in bent gegaan.
Samenvattend. Ik ontken zeker niet dat de ware vreugde het kenmerk van waar geloof is maar dat deze vreugde gedragen wordt door de droefheid naar God (de halm) . Neemt niet weg dat (ook) ik mij mag verheugen in God. Want deze God is onze God…maar ik doe dat wel tegen de zwarte achtergrond van mijn zondig bestaan. De woorden van Petrus slaan ook op mij: Deze Jezus dien gij gekruist hebt.
@rhadders de boeken van John Piper en zijn gesprekken voor de Gospel Coalition ken ik. Waardering enerzijds vanwege het Bijbelgetrouw willen zijn. Toch vind ik hem wat eenzijdig en lees ik liever de puriteinen waar hij vaak uit put met name Jonathan Edwards.