Luther, ik begrijp dit probleem van de jongeren heel goed. Maar waar komt dit probleem onder kerkelijke jongeren vandaan? Daarvandaan, dat zij niet meer horen hoe het WEL is. Het is een eer om 'dienstknecht' (geen slaaf, het woord 'dienstknecht' heeft in de Bijbel primair een positieve associatie) te zijn van de Heer. Het woord 'Heer' heeft in de Bijbel dan ook zonder meer een positieve betekenis, maar wel verbonden met gezag.Luther schreef:Zonderling,Zonderling schreef:Ook als man kunnen we met respect en trots zeggen: 'Wat een geweldige vrouw heb ik toch'. Dat is dus wederkerig.
Maar op deze manier het woord 'Heer' uitleggen is onzinnig. Het gaat niet alleen om een respectvolle relatie, maar ook om de relatie naar de man als hoofd van de vrouw en het gezin.
Het woord 'slavinnetje' komt hier niet te pas. Dat de man 'Heer' en 'hoofd' genoemd wordt, mogen we niet verlagen tot zoiets. Dat je dit hier inbrengt, doet de ware betekenis van de tekst geen goed.
De man is het hoofd der vrouw, zoals Christus het Hoofd is van Zijn Gemeente.
ZO VERHEVEN is deze relatie en ZO BELANGRIJK om dit staande te houden.
Zeker komt het woord 'slavinnetje' hier niet te pas. Ik ben dat geheel met je eens. Maar anno 2009 is de uitdrukking 'mijn heer' zozeer afwijkend dat dat wel als zodanig ervaren wordt. Luister eens naar jongeren, Zonderling. Zij begrijpen hier niets van.
We kunnen niet anders concluderen dan dat het feministische gedachtegoed ook ons volledig doortrokken heeft waardoor de man en vrouw in hun onderlinge gezagsrelatie (en ook tegenover de kinderen) op gelijkwaardig niveau worden geplaatst. Dat is inderdaad een probleem in onze cultuur die ook onze gezindte doordrongen heeft. Het probleem zit echt niet in het woord 'Heer', maar IN ONS.
Nee dus, evenmin als een christen niet de voetveeg genoemd kan worden van Christus de Heer. Meen toch niet de problemen van zulke jongeren te kunnen oplossen door allerlei 'concessies'. We mogen de taal van de Bijbel niet gaan aanpassen aan deze kritiek. Zolang de Bijbel het woord 'Heer' gebruikt voor Jezus Christus én voor de man tegenover zijn vrouw en de Schrift dit ook verklaart als overeenkomstig, zullen we de Schrift moeten laten staan. We moeten voor de Schrift buigen, niet voor onze cultuur en onze weerstand tegen diezelfde Schrift.Ik sprak onlnags nog met een jong stel, dat gaat trouwen. Heel serieus stel, trouw meelevend, ook overtuigd van het feit dat de man het hoofd is van de vrouw, etc. Maar toch aan mij vroeg: Zouden we aan de dominee kunnen vragen of hij dat stukje van 'mijn heer' kan overslaan, of er 'mijn man' van kan maken?
Ik vroeg: Waarom dan, dat staat toch letterlijk zo in 1 Petrus 3. Antwoord van de vrouwelijke helft van het stel: "Ja, maar ik ben toch niet Peters voetveeg?"
Mijn conclusie daaruit: Hier zit dus echt een taalprobleem.
Ja zeker. Maar de Schrift gebruikt niet alleen het woord 'Christus' in dat verband, maar ook het woord 'Heer' en het woord 'hoofd'.Maar voor iemand denkt dat ik een losgeslagen feminist ben: Ik vind de tekst uit Efeze 5: 32 leidend: De man moet een Christus zijn voor de vrouw en op die wijze moet de vrouw tegen haar man aankijken. En volgens mij is dat ook de bedoeling van 1 Petrus 3.
En de Schrift zullen we laten staan, zoals Luther ooit sprak.