En wat vdStaay betreft: Hij wordt geciteerd:
Zoals het er staat, kun je het inderdaad zo lezen dat hij afgezien van wat incidentele twijfel hij zeker is dat God bestaat. Maar ik denk dat het verschil hem zit in het "Dat is voor mij een grote zekerheid" uit zin drie. Slaat dat op zin 1 of op zin 2? De voorlaatste zin suggereert dat het op zin 1 slaat en dan houdt dat in dat hij zegt gelukkig geen atheïst te zijn.„Gelukkig is er een Verlosser, Jezus Christus. Die is gestorven voor de zonde van eenieder die oprecht in Hem gelooft. Dat is voor mij een grote zekerheid. Ik heb naast de momenten van twijfel ook momenten van grote zekerheid. Soms lees ik teksten in de Bijbel die me zo aanspreken dat ik ontzettend overtuigd raak van het bestaan en de goedheid van God. Dat is bijzonder, overweldigend.”
Bedoelt hij het toch anders (wat ik vermoed), had hij daar best wat explicieter in mogen zijn. Maar dat is in sommige kringen niet zo gebruikelijk.