Alexander CD schreef:Als ik zo door de reacties lees, denk ik aan en tekst uit richteren, "en er was ik die dagen geen koning over Israël een ieder deed wat goed is in eigen ogen"
Zo denkt ook hier een ieder wat goed is in eigen ogen, een christen volgt echter zijn Koning.
Als je de discussie een beetje volgt kan je juist zien dat deze vraag centraal staat: Zijn het zaken die Bijbels gezien goed zijn, of zaken die goed zijn in onze eigen ogen. Zijn het Gods geboden of onze regeltjes die gepreekt worden? Doen we wat goed is in Gods ogen of in eigen ogen?
Erasmiaan schreef:Je gaat aan veel opmerkingen voorbij, helaas.
Paulus zegt niet wát lang haar is. Dat is iets wat door de tijd bepaald wordt. Maar hoe vrouwen tegenwoordig hun haar hebben, daarvan weet ik zeker dat Paulus het geen lang haar zou noemen maar een schande. Soms zie je van achteren niet of het een jongen of een meisje is.
Ik haalde Henry's verklaring aan en hij geeft aan dat het daar in dat deel van de wereld de gewoonte was dat de vrouw lang haar had, daarmee werd daar hun positie ten opzichte van de man uitgedrukt. En die uitleg wordt door velen gevolgd. Kortom, als iemand er in Korinthe zo bij zou lopen zou dat een schande zijn omdat iemand tegen die cultuur zou rebelleren. Als een vrouw er hier zo bij loopt is dat geen schande, verzet ze zich daarmee niet tegen die positie.
Voor nazireeërs wordt een duidelijk onderscheid gemaakt: om zich te onderscheiden van andere mensen, dáárom droegen ze lang haar. Een vrouw onderscheid zich van de man met lang haar.
Dat lijkt me nog geen reden... Lang haar voor de man is een schande staat er. Kortom, een Nazireeër moest om zich te onderscheiden er schandelijk bij gaan lopen?
Overigens ontwijk jij nu even mijn opmerking over de man en je beperkt je weer tot de vrouw. Terwijl er in 1 regel twee dingen staan, 1 over de man en 1 over de vrouw. Dat over de vrouw wordt vervolgens genoemd en het gedeelte over de man wordt achterwege gelaten. Ik vind dat nogal inconsequent. Maar ondertussen heb jij op basis van het vers alweer mensen veroordeeld en gebrek aan ontzag voor Gods Woord verweten. Dat geldt dus net zo goed mannen met lang haar (dus ook de oudvaders die ik noemde) als vrouwen met kort haar (ik zal je complimenten aan mijn vriendin doorgeven).
Door het gedeelte over de mannen er bij te halen wilde ik duidelijk maken dat dit vers over haardracht van man en vrouw (en niet alleen van de vrouw) cultuurgebonden is... en daarnaast dat je weer veel te snel was met veroordelen. Dat er een andere interpretatie van dit vers mogelijk is en oprechte christen die kunnen geloven op goede gronden gaat er bij jou niet in. Lees je dit niet zoals jij het leest en interpreteer je het niet zoals jij het doet, dan ben je per definitie iemand met gebrek aan ontzag voor Gods Woord. Ik wees op een aantal oudvaders met lang haar, op Matthew Henry die de cultuurgebonden visie aanhangt.... en ik wil ook nog wel even op Calvijn wijzen:
For it is all one as if she were shaven. He now maintains from other considerations, that it is unseemly for women to have their heads bare. Nature itself, says he, abhors it. To see a woman shaven is a spectacle that is disgusting and monstrous. Hence we infer that the woman has her hair given her for a covering Should any one now object, that her hair is enough, as being a natural covering, Paul says that it is not, for it is such a covering as requires another thing to be made use of for covering it And hence a conjecture is drawn, with some appearance of probability — that women who had beautiful hair were accustomed to uncover their heads for the purpose of showing off their beauty. It is not, therefore, without good reason that Paul, as a remedy for this vice, sets before them the opposite idea — that they be regarded as remarkable for unseemliness, rather than for what is an incentive to lust.
Doth not even nature itself He again sets forth nature as the mistress of decorum, and what was at that time in common use by universal consent and custom — even among the Greeks — he speaks of as being natural, for it was not always reckoned a disgrace for men to have long hair.
Ed Historical records bear, that in all countries in ancient times, that is, in the first ages, men wore long hair. Hence also the poets, in speaking of the ancients, are accustomed to apply to them the common epithet of unshorn. Instances of this occur in Ovid, Fast. 2. 30, and in Hor., Od. 2, 15, 11. Gaul, to the north of the Alps, was called Gallia comata, from the inhabitants wearing their hair long Homer applies to the Greeks in his time the epithet of καρηκομόωντες — long-haired Hom. Il., 2. 11. — Ed It was not until a late period that barbers began to be employed at Rome — about the time of Africanus the elder. And at the time when Paul wrote these things, the practice of having the hair shorn had not yet come into use in the provinces of Gaul or in Germany. Nay more, it would have been reckoned an unseemly thing for men, no less than for women, to be shorn or shaven; but as in Greece it was reckoned all unbecoming thing for a man to allow his hair to grow long, so that those who did so were remarked as effeminate, he reckons as nature a custom that had come to be confirmed.
Misschien moet je iets minder snel zijn met oordelen op basis van wat jij vindt... en dat gelijk tot absolute waarheid verheffen....