Dat ben ik niet helemaal met je eens. Een kerkelijk spreken kan geen vrijblijvend karakter hebben in die zin van: Nou we hebben het gezegd en nu ligt het verder voor ieders verantwoordelijkheid. Dan moet er ook tucht uitgeoefend worden ,wanneer er niet geluisetrd wordt. En juist daarom komt het heel nauw wat je erin zet.albion schreef:Ieders goed recht om het er mee eens te zijn of niet. Maar neem het elkaar niet kwalijk.
Ik zei wel eens tegen iemand : "Als jij op je hoofd door de straat wilt gaan moet je het voor mij niet nalaten, als je het maar niet van mij verwacht." Zo ook hier. Ik lees allerlei quotings die op zich allemaal waar zijn en de een weet het nog beter dan de ander.
Het is echter een waarschuwing die (naar ik van overtuigd ben) oprecht tot de leden gericht is. Een ieder doet er mee wat hij/zij goeddunkt. Maar gewaarschuwd ben je of je het er mee eens bent of niet.
Bijzaken (hoe goede bijzaken het overigens ook kunnen zijn) kun je daarom beter achter wege laten, zoals haardracht, broek-rok, leggings etc. Die zaken zijn namelijk niet rechtsstreeks uit de Schrift af te leiden, maar altijd via een omweg met daarbij de traditie en de gewoonte als belangrijke pijler.
Kijk in Israël droeg iedereen een rok / kleed, dus het vercshil in Deut. 22: 5 kan in ieder geval niet daarop slaan. Terwijl sommigen toch echt bij hoog en laag beweren dat het verbod op een broek of legging voor vrouwen en meisjes regelrecht uit Deut. 22:5 komt rollen.