met moet het met de beloften van God doen en die zijn volgens mij duidelijk. Het probleem dat ontstaat is dat men aan die beloften gaat twijfelen. God heeft dat wel beloofd aan dit kind, maar geldt het ook wel voor dit kind? Moeten we niet vanuit de uitverkiezing redeneren en ons afvragen: Was dit kind wel uitverkoren?Afgewezen schreef:Natuurlijk. Want de vraag is zelfs of de interpretatie die er vaak aan gegeven wordt, wel juist is!freek schreef:Juist ja. Jammergenoeg mis ik deze houding ten enenmale als andere artikelen van de Dordtse leerregeles onder bijbels-gefundeerde kritiek gesteld worden. Kennelijk moeten we de historische context slechts in overweging nemen als hetgeen er geschreven staan ons niet zo uitkomt.Ds. A. Schot schreef:Vooraf moeten we het volgende vaststellen. Artikel 17 van de Dordtse Leerregels maakt deel uit van een veel groter geheel. Het eerste hoofdstuk bevat totaal 18 artikelen die handelen over ‘De Goddelijke verkiezing en verwerping’. Het is van belang om het artikel ook in dat grotere verband te lezen. Het staat niet los van hetgeen eerder beleden is aangaande de verkiezing en de verwerping. En dit gehele eerste hoofdstuk maakt ook weer deel uit van een veel groter geheel, namelijk ‘De Vijf artikelen’, die gericht zijn tegen de opvattingen van de Remonstranten. Voor dat doel zijn de Dordtse Leerregels opgesteld. We moeten die historische achtergrond bij het lezen van een los artikel wel voor ogen blijven houden. De Dordtse leerregels bevatten geen volledige dogmatiek. We vinden hier geen systematische beschrijving van al onze geloofsstukken. De artikelen zijn een reactie op de dwaalleer van de Remonstranten.
Als men het niet eens was tijdens de vergaderingen, zou er dan iets geformuleerd zijn waar een deel van de afgevaardigden het pertinent mee oneens was?
En nogmaals, je kunt het met ds. Schot eens zijn of niet, maar waarom wordt dit hele probleem opgeblazen alsof de leer van de kerk hiermee staat of valt?
Tot nu toe is het nog niemand gelukt een Bijbelse onderbouwing te geven voor de opvatting dat alle jonggestorven verbondskinderen behouden zouden zijn. Met moet het doen met 'getuigenissen van de vaderen' en dergelijke.
Ik heb nog geen enkel argument gehoord waarom er bij jonggestorven kinderen twijfel kan zijn, waarom we zouden kunnen stellen: Sommigen zijn wel gered, anderen niet, we kunnen van dit kind dus niks zeggen / geloven... alleen maar hopen. Dat kind is gedoopt en God heeft dat kind een heleboel beloften meegegeven en als die beloften niet voor dat kind zouden zijn lijkt het me logischer om te vragen om argumentatie waarom dat niet zo is... dan dat dat kind beloften krijgt en er vervolgens uitgebreid onderbouwd moet worden waarom dat dan ook echt zo is. God heeft het dat kind en de ouders beloofd. Wat God zegt is waar. Volgens mij zou dat al argumentatie genoeg moeten zijn. Maar blijkbaar geloven we God niet zo op zijn woord, moet wat Hij zegt nog eens beargumenteerd worden en getoetst of het wel waar is....
Verder ben ik het met die broeder op de synode eens, als men er zo mee omgaat, laat men dan stoppen zich op dit punt calvinistisch en reformatorisch te noemen.