Je leest Calvijn -want die is het- verkeerd. Elders schrijft Calvijn heel duidelijk over de bestemming van de beloften: Alle gelovigen en hun zaad. Alle gedoopte kinderen delen in dat verbond.albion schreef:dit wilde ik duidelijk maken in een andere topic. Dit is exactly wat ik bedoelde te zeggen, dat de beloften alleen voor de uitverkorenen zijn (sorry dat ik even off topic ben, maar ik wilde het wel even kwijt).
Het is van later datum dat er een onderscheiding is gekomen in de beloften. Boston heeft de evangeliebelofte onderscheiden van de belofte van het genadeverbond. Evenwel preekte Boston dit als één geheel. In de praktijk dienen de beloften zonder onderscheid gepredikt te worden als welmenend. Daarin zijn Calvijn en Boston en vele andere oudvaders praktisch gezien hetzelfde. Enkel theologisch wordt er anders onderscheiden. Voor de prediking geldt bij alle reformatoren en nadere reformatoren dat het aanbod van genade als welmenend aan alle hoorders werd gepredikt. Niet zozeer met de term aanbod, maar wel in de oproep tot geloof en bekering en de onvoorwaardelijke verwijzing naar de Zaligmaker. Let ook op de noodzakelijkheid die Calvijn daarvoor aanwijst! Om de uitverkorenen die als zondaar zichzelf zo nooit leren kennen zonder éérst te geloven en tevens -niet slechts- de ongelovigen schuldig te stellen aan het evangelie. Calvijn leert dit geciteerde gedeelte bij het weerleggen van de dwaling van hen die vanuit de uitverkiezing redeneren om daarmee het gereformeerde denken als een harde leer af te doen. Calvijn ontkent dat de mensen stokken en blokken zijn en gaat in het verweer tegen de aantijgingen dat hij een medogenloze predestinatieleer bracht. Calvijn wees erop dat de leer misbruikt kon worden ten eigen verderf door vanuit de verkiezing te gaan redeneren en zodoende de beloften te beperken tot de uitverkorenen. Dat is nu nét wat Calvijn bestrijd hier! Calvijn begint met de prediking en eindigt in de predestinatie.
Als we zeggen dat er alleen voor de uitverkorenen beloften staan in de Bijbel draaien we dat precies om en hebben we het standpunt te pakken van de tegenstanders van Calvijn die juist hier terecht gewezen worden.
@Bert: Het was dus niet Brakel. Gewoon een stukje uit Boek 3, H24. Institutie. Het is goed om de onwederstandelijke werking van Gods Geest te noemen. Want Calvijn leerde de verkiezing zeer zeker. Als troostleer! En zo is de onwederstandelijke werking ook tot troost. Door de verkondiging van vrije genade worden zondige mensen met liefdekoorden getrokken tot de Zaligmaker. Door de Heilige Geest!