Edelweiss schreef: ↑Vandaag, 16:45
JanRap schreef: ↑Vandaag, 08:50
(...) En het is een feit dat een doorsnee-GGer geen kritiek ( op de leer) verdraagt. In mijn geliefde GG familie moet ik mijn woorden op een goudschaaltje wegen. Met één uitzondering: kritiek op wat men noemt '' de lichtere gemeenten'' ( u zult het rijtje kunnen opdreuenen) is altijd toegestaan, hoe meer hoe liever. Het is mij een raadsel waarom men geen kritiek duldt. Zelf vind ik kritiek ook niet fijn, integendeel, maar ik leer er wel van. Zou het er mee te maken kunnen hebben dat vaak de personen niet van de zaak gescheiden worden? Ik herinner me dat uit mijn GG in Ned. jeugd. Iemand zei iets waar je het niet mee eens was, prompt werd de gehele persoon afgeschreven. Ik deed er zelf ook aan mee. En ik moet er na 50 jaar nog tegen vechten, tegen de neiging om mensen af te schrijven omdat
ze er een andere mening op na houden.
Dat laatste vind ik een eerlijke observatie: je herkent maar ook erkent - dat is heel belangrijk.
Je verdere omschrijving zou ook op een zeer groot deel van mijn familie van toepassing kunnen zijn. Het kan op familiebezoek echt een worsteling zijn: dingen delen van onze gemeente hier doe ik liever niet meer omdat het direct ongeremd en ongefilterd wordt veroordeeld (ik heb daar eerder in deze draad wel eens iets over gepost). Andersom, daarentegen, slaat vrijwel direct de vlam in de pan.
Geestelijke arrogantie noem ik het maar - en daar wringt direct de schoen: ik vind het moeilijk (en ga het ook steeds moeilijker vinden) om zulks met mildheid tegemoet te treden, omdat ik het een belediging vind naar het werk van de Heere, dat de Nederlandse grenzen wel degelijk overschrijdt.
Dit is voor mij ook heel herkenbaar en, naar mijn overtuiging, een terechte observatie. Binnen een deel van de Gereformeerde Gemeenten en de daaraan verwante kring lijkt oordelen soms de gewoonste zaak van de wereld te zijn geworden.
Ook vandaag zien we daar weer een voorbeeld van. Er wordt een preek uit Barneveld gedeeld met de opmerking: 'Zulke preken worden zeldzaam.' Daarmee wordt impliciet toch een oordeel uitgesproken over vele andere preken.
Ik beweeg me inmiddels al enkele jaren in een bredere kerkelijke kring dan alleen de Gereformeerde Gemeenten. Daarbij ontmoet ik oprechte kinderen van God die in onze eigen kring soms worden afgeschreven, soms openlijk, soms tussen de regels door. Dat doet pijn en ik geloof niet dat dit de weg is die de Schrift ons wijst.
Toch heb ik de hoop dat deze houding haar langste tijd heeft gehad. Ik ontmoet veel jongeren die zich oprecht willen verdiepen in God en Zijn Woord, maar die met dit soort oordelen en afschrijvingen niets kunnen beginnen. Het legt een zware sluier over een deel van de kerk en belemmert het zicht op Gods werk.
Tegelijk is er alle reden tot hoop. Gods werk is niet afhankelijk van menselijke beoordelingen. Hij gaat Zijn weg, ook dwars door onze beperktheid en onze kerkelijke oordelen heen. En soms wordt dat zichtbaar. Gelukkig maar!