Gereformeerde Gemeenten

Valcke
Berichten: 8321
Lid geworden op: 31 aug 2018, 17:55

Re: Gereformeerde Gemeenten

Bericht door Valcke »

Posthoorn schreef: Vandaag, 15:13
KDD schreef: Vandaag, 13:48 en - Als we over dominees hebben dat horen we ook ds voor hun naam schrijven.
Bij oude schrijvers hoeft dat niet. Integendeel, ik vind het irritant en overdreven.
Daar ben ik het van harte mee eens. Ze zouden dit zelf (voor een deel) ook niet gewild hebben, want zij gebruikten over het algemeen zelf de aanduiding 'dienaar' of 'leraar', en niet 'dominee' (heer). Het is daarom onhistorisch om voor Boston, Calvijn, Luther, enz., en zelfs Augustinus (zoals ik dat soms zie) ds. te zetten. Personen kunnen we het best noemen op de manier zoals zij in hun tijd zich noemden of genoemd werden.
DDD
Berichten: 35650
Lid geworden op: 11 jul 2012, 17:48

Re: Gereformeerde Gemeenten

Bericht door DDD »

Comriaan schreef: Vandaag, 16:02
DDD schreef: Vandaag, 15:48 Je maakt een te groot onderscheid tussen wedergeboorte en geloof. Wat overigens in de GG vaker voorkomt. Maar dat volgt toch niet uit deze uitspraken?
Mijn punt is: de consequentie dat wedergeboorte een belemmering vormt waarmee het gedoopte kind toegang kan hebben tot de absolute beloften. Daarom zijn er weinig dooppreken in de GG, waarin gewoon gezegd wordt dat je met de doop met pleiten.
Dat zou raar zijn. Ds. Ledeboer was de grondlegger van de ledeboeriaanse gemeenten. In zijn vragenboekje zegt hij uitdrukkelijk dat je op je doop moet en mag pleiten.

Dus ik denk dat je niet goed geïnformeerd bent of onnodig generaliseert. Hierover is altijd al verschil van inzicht geweest en dat staat los van de leeruitspraken.
Comriaan
Berichten: 30
Lid geworden op: 19 jun 2026, 19:44

Re: Gereformeerde Gemeenten

Bericht door Comriaan »

Nog even over het boekje van Erskine en Fisher en de leeruitspraken GG van 1931. Hoe zit het nu met de beloften aan de gedoopte kinderen?

Wat zeggen Erskine en Fisher precies? De vragen 82-85 maken een onderscheid dat wezenlijk is.
Vraag 82 Tot wie worden de beloften gericht? "Tot allen die het Evangelie horen en tot hun zaad." Hier is de adressering breed. De beloften worden niet alleen gepredikt aan de uitverkorenen, maar aan allen die onder de bediening van het Evangelie leven.
Vraag 83 Welk recht hebben de hoorders? "Een recht van toegang tot de beloften..." Dit is geen zaligmakend bezit, maar wel een werkelijk recht om tot Christus te gaan. De hoorder mag zich op de beloften beroepen. Daarom is ongeloof ook schuld: men verwerpt een aangeboden Christus.
Vraag 84 Wat geeft het geloof? "Een recht van bezit..."

Hier onderscheiden Erskine en Fisher tussen:
• recht van toegang (ius ad rem)
• recht van bezit (ius in re)
Dat onderscheid is oud en klassiek in de gereformeerde theologie.

Wat zeggen de Leeruitspraken van 1931? De uitspraak luidt samengevat: Het wezen van het genadeverbond geldt alleen de uitverkorenen.
Daarmee wordt de wezenlijke verbondsgemeenschap beperkt tot de uitverkorenen. Dat is een andere vraag dan:
• tot wie de beloften komen;
• wie geroepen wordt;
• wie gedoopt wordt.

De bedoeling van 1931 was vooral zich af te zetten tegen een objectieve verbondsleer waarin ieder gedoopt kind reeds als wedergeboren of als werkelijk in het wezen van het verbond beschouwd werd.

Waar ontstaat de spanning? Hier zit volgens mij inderdaad de kern.
Erskine en Fisher zeggen:
• de beloften worden aan allen aangeboden;
• ieder hoorder heeft recht van toegang;
• geloof brengt bezit.

Dat lijkt een directe lijn: Evangelie → recht van toegang → geloof → bezit.

In de publicatie 'Verbond, prediking en geestelijk leven' wordt echter sterk benadrukt dat het ware geloof alleen ontstaat door wederbarende genade. Dat is op zichzelf gereformeerd.

Een bezwaar is dat hierdoor praktisch een extra schakel ontstaat: recht van toegang → wedergeboorte → geloof → bezit.
Daardoor krijgt het "recht van toegang" weinig inhoud. Men mag wel tot Christus gaan, maar de beloften van vergeving lijken pas werkelijk op iemand betrekking te hebben nadat de wedergeboorte blijkt. Dat is inderdaad een spanning die vaker is aangewezen in discussies over de Gereformeerde Gemeenten.

Wat mag een gedoopt kind dan doen? Pleiten op de doop? Hier komt de pastorale vraag.
Volgens Erskine en Fisher zou een gedoopt kind mogen zeggen:
• God laat mij het Evangelie horen.
• De beloften worden ook aan het zaad van de gemeente verkondigd.
• Ik mag tot Christus vluchten.
• Ik mag pleiten op Zijn belofte.
• Ik ben schuldig als ik dat niet doe.

Het kind hoeft niet eerst te weten of het uitverkoren is. Dat is precies de functie van vraag 83.
Is een gedoopt kind een bondeling? Hier verschillen de verbondsopvattingen.

Binnen de Gereformeerde Gemeenten wordt vaak onderscheiden tussen:
• uitwendig in het verbond;
• wezenlijk in het verbond.
Daardoor kan men zeggen:
• het kind behoort uitwendig tot de verbondsgemeente;
• maar alleen de uitverkorenen behoren wezenlijk tot het genadeverbond.

Andere gereformeerde stromingen (bijvoorbeeld binnen de traditie van Herman Bavinck of Klaas Schilder) spreken veel objectiever over alle gedoopten als bondelingen. De Gereformeerde Gemeenten kiezen bewust voor een beperktere formulering.

Is er een spanning met Markus 16:16 en Handelingen 2? "Wie gelooft en gedoopt is, zal zalig worden." Daar moet wel nauwkeurig gelezen worden.
De tekst zegt niet: wie gedoopt is, heeft vergeving. Maar: wie gelooft én gedoopt is. Ook in Handelingen 2 is de oproep: Bekeert u en laat u dopen tot vergeving van zonden. Daar gaan bekering, geloof en doop samen.

De vraag is vervolgens: Mag iedere gedoopte deze belofte persoonlijk aangrijpen?
Erskine en Fisher beantwoorden dat met "ja": juist daarom bestaat het recht van toegang.
"Vraag 83 en 84 krijgen een andere functie." In de publictie ‘Verbond, prediking en geestelijk leven’ wordt benadrukt dat het geloof uit wedergeboorte voortkomt. Door de wijze waarop wedergeboorte functioneert, krijgt vraag 83 in de praktijk nauwelijks zelfstandige betekenis. Daardoor durft een gedoopt kind niet werkelijk op de beloften van vergeving te pleiten voordat het zekerheid van wedergeboorte bezit.

De kern van mijn kritiek is: Heeft een gedoopt kind werkelijk een goddelijke belofte waarop het mag pleiten?
Volgens Erskine en Fisher lijkt het antwoord te zijn:
• ja;
• niet omdat het uitverkoren is;
• maar omdat God Zijn beloften in het Evangelie aan alle hoorders en hun kinderen laat verkondigen;
• het geloof eigent zich vervolgens toe wat reeds waarachtig aangeboden werd.

De Gereformeerde Gemeenten willen tegelijk vasthouden aan de beheersing van het verbond door de uitverkiezing. Daardoor ontstaat voortdurend de spanning tussen de objectieve aanbieding van de beloften en de subjectieve toe-eigening door het geloof. Die spanning is niet eenvoudig op te lossen en verklaart waarom binnen de Gereformeerde Gemeenten telkens discussie ontstaat over vragen als: Waarop mag een gedoopt kind pleiten? Is het een bondeling? Zijn de beloften werkelijk voor hem of alleen voor de uitverkorenen?

De Gereformeerde Gemeenten zwakken de beloften die aan de gedoopten zijn gedaan, doordat de persoonlijke toepasselijkheid van de beloften, zo sterk wordt verbonden aan de uitverkiezing en wederbarende genade, dat volgens critici (waaronder sommigen die zich op Erskine en Fisher beroepen) het "recht van toegang" uit vraag 83 onvoldoende tot zijn recht komt in prediking en pastorale toepassing.

De constructie van de leeruitspraken van 1931 hebben ervoor gezorgd, dat de doop die dan objectief verzegelt is aan elk gedoopt kind verzwakt wordt. Te vrezen is dat daardoor de volle betekenis van de doop en de evangeliebelofte wordt verzwakt. Denk aan de publicatie 'In Christus gedoopt' van dr. W. van Vlastuin. De GG kan daar niet goed mee omgaan, omdat ze bang zijn dat de wedergeboorte dan een te kleine plaats krijgt. En door een te groot accent op de wedergeboorte, is dat tegelijk precies de oorzaak van andere problemen: de verbondsbeloften voor gedoopte kinderen gelden eigenlijk vanaf de wedergeboorte, en de toe-eigening van het heil kan zomaar 30 jaren duren. Hoe meer je de wedergeboorte benadrukt als het begin van het geloof, hoe minder kerkgangers er vrijmoedig durven te zeggen: ik geloof in Christus Jezus, Hij is mijn Zaligmaker, en ik heb vergeving van zonden.
Laatst gewijzigd door Comriaan op 30 jun 2026, 17:37, 1 keer totaal gewijzigd.
Gebruikersavatar
Johann Gottfried Walther
Berichten: 5720
Lid geworden op: 05 feb 2008, 15:49

Re: Gereformeerde Gemeenten

Bericht door Johann Gottfried Walther »

Probleem is, ook de ene zegt: de belofte moet uitdrijven naar God, om vervulling van die belofte,
en de ander zegt, je krijgt pas een belofte als God die ook gaat vervullen (want ja God belooft niets aan de verworpenen, en wel aan de uitverkorenen)
"Zie, de Heere is gekomen met Zijn vele duizenden heiligen, om gericht te houden tegen allen, en te straffen alle goddelozen onder hen, vanwege al hun goddeloze werken, die zij goddelooslijk gedaan hebben, en vanwege alle harde woorden, die de goddeloze zondaars tegen Hem gesproken hebben"
Gebruikersavatar
Jeremiah
Berichten: 1718
Lid geworden op: 25 mar 2016, 12:43

Re: Gereformeerde Gemeenten

Bericht door Jeremiah »

Comriaan schreef:Nog even over het boekje van Erskine en Fisher en de leeruitspraken GG van 1931. Hoe zit het nu met de beloften aan de gedoopte kinderen?

Wat zeggen Erskine en Fisher precies? De vragen 82-85 maken een onderscheid dat wezenlijk is.
Vraag 82 Tot wie worden de beloften gericht? "Tot allen die het Evangelie horen en tot hun zaad." Hier is de adressering breed. De beloften worden niet alleen gepredikt aan de uitverkorenen, maar aan allen die onder de bediening van het Evangelie leven.
Vraag 83 Welk recht hebben de hoorders? "Een recht van toegang tot de beloften..." Dit is geen zaligmakend bezit, maar wel een werkelijk recht om tot Christus te gaan. De hoorder mag zich op de beloften beroepen. Daarom is ongeloof ook schuld: men verwerpt een aangeboden Christus.
Vraag 84 Wat geeft het geloof? "Een recht van bezit..."

Hier onderscheiden Erskine en Fisher tussen:
• recht van toegang (ius ad rem)
• recht van bezit (ius in re)
Dat onderscheid is oud en klassiek in de gereformeerde theologie.

Wat zeggen de Leeruitspraken van 1931? De uitspraak luidt samengevat: Het wezen van het genadeverbond geldt alleen de uitverkorenen.
Daarmee wordt de wezenlijke verbondsgemeenschap beperkt tot de uitverkorenen. Dat is een andere vraag dan:
• tot wie de beloften komen;
• wie geroepen wordt;
• wie gedoopt wordt.

De bedoeling van 1931 was vooral zich af te zetten tegen een objectieve verbondsleer waarin ieder gedoopt kind reeds als wedergeboren of als werkelijk in het wezen van het verbond beschouwd werd.

Waar ontstaat de spanning? Hier zit volgens mij inderdaad de kern.
Erskine en Fisher zeggen:
• de beloften worden aan allen aangeboden;
• ieder hoorder heeft recht van toegang;
• geloof brengt bezit.

Dat lijkt een directe lijn: Evangelie → recht van toegang → geloof → bezit.

In de publicatie 'Verbond, prediking en geestelijk leven' wordt echter sterk benadrukt dat het ware geloof alleen ontstaat door wederbarende genade. Dat is op zichzelf gereformeerd.

Een bezwaar is dat hierdoor praktisch een extra schakel ontstaat: recht van toegang → wedergeboorte → geloof → bezit.
Daardoor krijgt het "recht van toegang" weinig inhoud. Men mag wel tot Christus gaan, maar de beloften van vergeving lijken pas werkelijk op iemand betrekking te hebben nadat de wedergeboorte blijkt. Dat is inderdaad een spanning die vaker is aangewezen in discussies over de Gereformeerde Gemeenten.

Wat mag een gedoopt kind dan doen? Pleiten op de doop? Hier komt de pastorale vraag.
Volgens Erskine en Fisher zou een gedoopt kind mogen zeggen:
• God laat mij het Evangelie horen.
• De beloften worden ook aan het zaad van de gemeente verkondigd.
• Ik mag tot Christus vluchten.
• Ik mag pleiten op Zijn belofte.
• Ik ben schuldig als ik dat niet doe.

Het kind hoeft niet eerst te weten of het uitverkoren is. Dat is precies de functie van vraag 83.
Is een gedoopt kind een bondeling? Hier verschillen de verbondsopvattingen.

Binnen de Gereformeerde Gemeenten wordt vaak onderscheiden tussen:
• uitwendig in het verbond;
• wezenlijk in het verbond.
Daardoor kan men zeggen:
• het kind behoort uitwendig tot de verbondsgemeente;
• maar alleen de uitverkorenen behoren wezenlijk tot het genadeverbond.

Andere gereformeerde stromingen (bijvoorbeeld binnen de traditie van Herman Bavinck of Klaas Schilder) spreken veel objectiever over alle gedoopten als bondelingen. De Gereformeerde Gemeenten kiezen bewust voor een beperktere formulering.

Is er een spanning met Markus 16:16 en Handelingen 2? "Wie gelooft en gedoopt is, zal zalig worden." Daar moet wel nauwkeurig gelezen worden.
De tekst zegt niet: wie gedoopt is, heeft vergeving. Maar: wie gelooft én gedoopt is. Ook in Handelingen 2 is de oproep: Bekeert u en laat u dopen tot vergeving van zonden. Daar gaan bekering, geloof en doop samen.

De vraag is vervolgens: Mag iedere gedoopte deze belofte persoonlijk aangrijpen?
Erskine en Fisher beantwoorden dat met "ja": juist daarom bestaat het recht van toegang.
"Vraag 83 en 84 krijgen een andere functie." In de publictie ‘Verbond, prediking en geestelijk leven’ wordt benadrukt dat het geloof uit wedergeboorte voortkomt. Door de wijze waarop wedergeboorte functioneert, krijgt vraag 83 in de praktijk nauwelijks zelfstandige betekenis. Daardoor durft een gedoopt kind niet werkelijk op de beloften van vergeving te pleiten voordat het zekerheid van wedergeboorte bezit.

De kern van mijn kritiek is: Heeft een gedoopt kind werkelijk een goddelijke belofte waarop het mag pleiten?
Volgens Erskine en Fisher lijkt het antwoord te zijn:
• ja;
• niet omdat het uitverkoren is;
• maar omdat God Zijn beloften in het Evangelie aan alle hoorders en hun kinderen laat verkondigen;
• het geloof eigent zich vervolgens toe wat reeds waarachtig aangeboden werd.

De Gereformeerde Gemeenten willen tegelijk vasthouden aan de beheersing van het verbond door de uitverkiezing. Daardoor ontstaat voortdurend de spanning tussen de objectieve aanbieding van de beloften en de subjectieve toe-eigening door het geloof. Die spanning is niet eenvoudig op te lossen en verklaart waarom binnen de Gereformeerde Gemeenten telkens discussie ontstaat over vragen als: Waarop mag een gedoopt kind pleiten? Is het een bondeling? Zijn de beloften werkelijk voor hem of alleen voor de uitverkorenen?

De Gereformeerde Gemeenten zwakken de beloften die aan de gedoopten zijn gedaan, doordat de persoonlijke toepasselijkheid van de beloften, zo sterk wordt verbonden aan de uitverkiezing en wederbarende genade, dat volgens critici (waaronder sommigen die zich op Erskine en Fisher beroepen) het "recht van toegang" uit vraag 83 onvoldoende tot zijn recht komt in prediking en pastorale toepassing.

De constructie van de leeruitspraken van 1931 hebben ervoor gezorgd, dat de doop die dan objectief verzegelt is aan elk gedoopt kind verzwakt wordt. Te vrezen is dat daardoor de volle betekenis van de doop en de evangeliebelofte wordt verzwakt. Denk aan de publicatie 'In Christus gedoopt' van dr. W. van Vlastuin. De GG kan daar niet goed mee omgaan, omdat ze bang zijn dat de wedergeboorte dan een te kleine plaats krijgt. En door een te groot accent op de wedergeboorte, is dat tegelijk precies de oorzaak van andere problemen: de verbondsbeloften voor gedoopte kinderen gelden eigenlijk vanaf de wedergeboorte, en de toe-eigening van het heil kan zomaar 30 jaren duren. Hoe meer je de wedergeboorte benadrukt als het begin van het geloof, hoe minder kerkgangers er vrijmoedig durven te zeggen: ik geloof in Christus Jezus, Hij is mijn Zaligmaker, en ik heb vergeving van zonden.
Wat een duidelijk en verhelderend stuk. Dank voor deze bijdrage.
Gebruikersavatar
Posthoorn
Berichten: 8157
Lid geworden op: 04 dec 2008, 11:22

Re: Gereformeerde Gemeenten

Bericht door Posthoorn »

Het 'recht van toegang' betekent dat je de belofte mag geloven, niet dat je erop mag pleiten.
Als er geen recht van toegang was, had het geloof geen basis. Je mag pas iets geloven als het jóú toe- of aangezegd wordt.
Belofte moet je hier niet opvatten als dat God zegt 'Ik zal jou zaligmaken', maar: 'Er is een Zaligmaker voor jou. Als je dat gelooft, is Hij ook ván jou.'
Dat lijkt heel eenvoudig, maar voor een natuurlijk mens is dat onmogelijk. Daarom is wedergeboorte nodig. Daar hebben de GG gewoon gelijk in. Maar de GG hebben m.i. niet goed in beeld wat het recht van toegang is. Er wordt bijv. gezegd dat je eerst een tekst moet krijgen, dan spreekt God tot jou en pas dan mag je geloven. Maar het is andersom. Als de Heilige Geest het geloof in je werkt, geloof je dat de algemene boodschap van het Evangelie in het bijzonder ook jóú geldt. En dat is geloven!
DDD
Berichten: 35650
Lid geworden op: 11 jul 2012, 17:48

Re: Gereformeerde Gemeenten

Bericht door DDD »

Comriaan schreef: Vandaag, 17:13 Nog even over het boekje van Erskine en Fisher en de leeruitspraken GG van 1931. Hoe zit het nu met de beloften aan de gedoopte kinderen?

Wat zeggen Erskine en Fisher precies? De vragen 82-85 maken een onderscheid dat wezenlijk is.
Vraag 82 Tot wie worden de beloften gericht? "Tot allen die het Evangelie horen en tot hun zaad." Hier is de adressering breed. De beloften worden niet alleen gepredikt aan de uitverkorenen, maar aan allen die onder de bediening van het Evangelie leven.
Vraag 83 Welk recht hebben de hoorders? "Een recht van toegang tot de beloften..." Dit is geen zaligmakend bezit, maar wel een werkelijk recht om tot Christus te gaan. De hoorder mag zich op de beloften beroepen. Daarom is ongeloof ook schuld: men verwerpt een aangeboden Christus.
Vraag 84 Wat geeft het geloof? "Een recht van bezit..."

Hier onderscheiden Erskine en Fisher tussen:
• recht van toegang (ius ad rem)
• recht van bezit (ius in re)
Dat onderscheid is oud en klassiek in de gereformeerde theologie.

Wat zeggen de Leeruitspraken van 1931? De uitspraak luidt samengevat: Het wezen van het genadeverbond geldt alleen de uitverkorenen.
Daarmee wordt de wezenlijke verbondsgemeenschap beperkt tot de uitverkorenen. Dat is een andere vraag dan:
• tot wie de beloften komen;
• wie geroepen wordt;
• wie gedoopt wordt.

De bedoeling van 1931 was vooral zich af te zetten tegen een objectieve verbondsleer waarin ieder gedoopt kind reeds als wedergeboren of als werkelijk in het wezen van het verbond beschouwd werd.

Waar ontstaat de spanning? Hier zit volgens mij inderdaad de kern.
Erskine en Fisher zeggen:
• de beloften worden aan allen aangeboden;
• ieder hoorder heeft recht van toegang;
• geloof brengt bezit.

Dat lijkt een directe lijn: Evangelie → recht van toegang → geloof → bezit.

In de publicatie 'Verbond, prediking en geestelijk leven' wordt echter sterk benadrukt dat het ware geloof alleen ontstaat door wederbarende genade. Dat is op zichzelf gereformeerd.

Een bezwaar is dat hierdoor praktisch een extra schakel ontstaat: recht van toegang → wedergeboorte → geloof → bezit.
Daardoor krijgt het "recht van toegang" weinig inhoud. Men mag wel tot Christus gaan, maar de beloften van vergeving lijken pas werkelijk op iemand betrekking te hebben nadat de wedergeboorte blijkt. Dat is inderdaad een spanning die vaker is aangewezen in discussies over de Gereformeerde Gemeenten.

Wat mag een gedoopt kind dan doen? Pleiten op de doop? Hier komt de pastorale vraag.
Volgens Erskine en Fisher zou een gedoopt kind mogen zeggen:
• God laat mij het Evangelie horen.
• De beloften worden ook aan het zaad van de gemeente verkondigd.
• Ik mag tot Christus vluchten.
• Ik mag pleiten op Zijn belofte.
• Ik ben schuldig als ik dat niet doe.

Het kind hoeft niet eerst te weten of het uitverkoren is. Dat is precies de functie van vraag 83.
Is een gedoopt kind een bondeling? Hier verschillen de verbondsopvattingen.

Binnen de Gereformeerde Gemeenten wordt vaak onderscheiden tussen:
• uitwendig in het verbond;
• wezenlijk in het verbond.
Daardoor kan men zeggen:
• het kind behoort uitwendig tot de verbondsgemeente;
• maar alleen de uitverkorenen behoren wezenlijk tot het genadeverbond.

Andere gereformeerde stromingen (bijvoorbeeld binnen de traditie van Herman Bavinck of Klaas Schilder) spreken veel objectiever over alle gedoopten als bondelingen. De Gereformeerde Gemeenten kiezen bewust voor een beperktere formulering.

Is er een spanning met Markus 16:16 en Handelingen 2? "Wie gelooft en gedoopt is, zal zalig worden." Daar moet wel nauwkeurig gelezen worden.
De tekst zegt niet: wie gedoopt is, heeft vergeving. Maar: wie gelooft én gedoopt is. Ook in Handelingen 2 is de oproep: Bekeert u en laat u dopen tot vergeving van zonden. Daar gaan bekering, geloof en doop samen.

De vraag is vervolgens: Mag iedere gedoopte deze belofte persoonlijk aangrijpen?
Erskine en Fisher beantwoorden dat met "ja": juist daarom bestaat het recht van toegang.
"Vraag 83 en 84 krijgen een andere functie." In de publictie ‘Verbond, prediking en geestelijk leven’ wordt benadrukt dat het geloof uit wedergeboorte voortkomt. Door de wijze waarop wedergeboorte functioneert, krijgt vraag 83 in de praktijk nauwelijks zelfstandige betekenis. Daardoor durft een gedoopt kind niet werkelijk op de beloften van vergeving te pleiten voordat het zekerheid van wedergeboorte bezit.

De kern van mijn kritiek is: Heeft een gedoopt kind werkelijk een goddelijke belofte waarop het mag pleiten?
Volgens Erskine en Fisher lijkt het antwoord te zijn:
• ja;
• niet omdat het uitverkoren is;
• maar omdat God Zijn beloften in het Evangelie aan alle hoorders en hun kinderen laat verkondigen;
• het geloof eigent zich vervolgens toe wat reeds waarachtig aangeboden werd.

De Gereformeerde Gemeenten willen tegelijk vasthouden aan de beheersing van het verbond door de uitverkiezing. Daardoor ontstaat voortdurend de spanning tussen de objectieve aanbieding van de beloften en de subjectieve toe-eigening door het geloof. Die spanning is niet eenvoudig op te lossen en verklaart waarom binnen de Gereformeerde Gemeenten telkens discussie ontstaat over vragen als: Waarop mag een gedoopt kind pleiten? Is het een bondeling? Zijn de beloften werkelijk voor hem of alleen voor de uitverkorenen?

De Gereformeerde Gemeenten zwakken de beloften die aan de gedoopten zijn gedaan, doordat de persoonlijke toepasselijkheid van de beloften, zo sterk wordt verbonden aan de uitverkiezing en wederbarende genade, dat volgens critici (waaronder sommigen die zich op Erskine en Fisher beroepen) het "recht van toegang" uit vraag 83 onvoldoende tot zijn recht komt in prediking en pastorale toepassing.

De constructie van de leeruitspraken van 1931 hebben ervoor gezorgd, dat de doop die dan objectief verzegelt is aan elk gedoopt kind verzwakt wordt. Te vrezen is dat daardoor de volle betekenis van de doop en de evangeliebelofte wordt verzwakt. Denk aan de publicatie 'In Christus gedoopt' van dr. W. van Vlastuin. De GG kan daar niet goed mee omgaan, omdat ze bang zijn dat de wedergeboorte dan een te kleine plaats krijgt. En door een te groot accent op de wedergeboorte, is dat tegelijk precies de oorzaak van andere problemen: de verbondsbeloften voor gedoopte kinderen gelden eigenlijk vanaf de wedergeboorte, en de toe-eigening van het heil kan zomaar 30 jaren duren. Hoe meer je de wedergeboorte benadrukt als het begin van het geloof, hoe minder kerkgangers er vrijmoedig durven te zeggen: ik geloof in Christus Jezus, Hij is mijn Zaligmaker, en ik heb vergeving van zonden.
Je spreekt veel te massief over 'de Gereformeerde Gemeenten'. Op dit punt is altijd verschil geweest en dat is slechts begrensd door enerzijds de eenzijdigheid van dr. Steenblok en anderzijds de formuleringen van ds. Kok (die overigens qua leer wel in de GG paste, en dr. Steenblok ook).
DDD
Berichten: 35650
Lid geworden op: 11 jul 2012, 17:48

Re: Gereformeerde Gemeenten

Bericht door DDD »

Posthoorn schreef: Vandaag, 18:25 Het 'recht van toegang' betekent dat je de belofte mag geloven, niet dat je erop mag pleiten.
Als er geen recht van toegang was, had het geloof geen basis. Je mag pas iets geloven als het jóú toe- of aangezegd wordt.
Belofte moet je hier niet opvatten als dat God zegt 'Ik zal jou zaligmaken', maar: 'Er is een Zaligmaker voor jou. Als je dat gelooft, is Hij ook ván jou.'
Dat lijkt heel eenvoudig, maar voor een natuurlijk mens is dat onmogelijk. Daarom is wedergeboorte nodig. Daar hebben de GG gewoon gelijk in. Maar de GG hebben m.i. niet goed in beeld wat het recht van toegang is. Er wordt bijv. gezegd dat je eerst een tekst moet krijgen, dan spreekt God tot jou en pas dan mag je geloven. Maar het is andersom. Als de Heilige Geest het geloof in je werkt, geloof je dat de algemene boodschap van het Evangelie in het bijzonder ook jóú geldt. En dat is geloven!
Heb je dat wel eens van een predikant gehoord? Dat zou wel op de grens zijn van wat je nog gereformeerd kunt noemen.
Gebruikersavatar
Johann Gottfried Walther
Berichten: 5720
Lid geworden op: 05 feb 2008, 15:49

Re: Gereformeerde Gemeenten

Bericht door Johann Gottfried Walther »

ds. L. G. C. Ledeboer: “Wees werkzaam met uw doop. Als u het veracht, zal het eenmaal tegen u getuigen. Nog is het genadetijd. Laat uw/jouw gedoopte voorhoofd aan de HEERE zien. In uw doop hebt u grond om tot Hem te gaan.”
"Zie, de Heere is gekomen met Zijn vele duizenden heiligen, om gericht te houden tegen allen, en te straffen alle goddelozen onder hen, vanwege al hun goddeloze werken, die zij goddelooslijk gedaan hebben, en vanwege alle harde woorden, die de goddeloze zondaars tegen Hem gesproken hebben"
Gebruikersavatar
Posthoorn
Berichten: 8157
Lid geworden op: 04 dec 2008, 11:22

Re: Gereformeerde Gemeenten

Bericht door Posthoorn »

DDD schreef: Vandaag, 18:35
Posthoorn schreef: Vandaag, 18:25 Het 'recht van toegang' betekent dat je de belofte mag geloven, niet dat je erop mag pleiten.
Als er geen recht van toegang was, had het geloof geen basis. Je mag pas iets geloven als het jóú toe- of aangezegd wordt.
Belofte moet je hier niet opvatten als dat God zegt 'Ik zal jou zaligmaken', maar: 'Er is een Zaligmaker voor jou. Als je dat gelooft, is Hij ook ván jou.'
Dat lijkt heel eenvoudig, maar voor een natuurlijk mens is dat onmogelijk. Daarom is wedergeboorte nodig. Daar hebben de GG gewoon gelijk in. Maar de GG hebben m.i. niet goed in beeld wat het recht van toegang is. Er wordt bijv. gezegd dat je eerst een tekst moet krijgen, dan spreekt God tot jou en pas dan mag je geloven. Maar het is andersom. Als de Heilige Geest het geloof in je werkt, geloof je dat de algemene boodschap van het Evangelie in het bijzonder ook jóú geldt. En dat is geloven!
Heb je dat wel eens van een predikant gehoord? Dat zou wel op de grens zijn van wat je nog gereformeerd kunt noemen.
Dat kan ik niet 100% hardmaken. Men heeft het dan over het 'spreken van God'. Dat kan ook slaan op aangesproken worden door de prediking. Of tijdens het lezen van de Bijbel of een goed boek.
DDD
Berichten: 35650
Lid geworden op: 11 jul 2012, 17:48

Re: Gereformeerde Gemeenten

Bericht door DDD »

Helaas is de cultuur in de GG zo onveilig voor predikanten dat je soms moet afleiden wat ze vinden uit wat ze niet zeggen.

Maar als een predikant verwijst naar Gods spreken, dan komt er vaak bij dat je dan ineens andere dingen gaat horen in de preek. Dus ik zou dat betrekken op Gods spreken in bijbellezen en preken.
Gebruikersavatar
Posthoorn
Berichten: 8157
Lid geworden op: 04 dec 2008, 11:22

Re: Gereformeerde Gemeenten

Bericht door Posthoorn »

DDD schreef: Vandaag, 18:53 Helaas is de cultuur in de GG zo onveilig voor predikanten dat je soms moet afleiden wat ze vinden uit wat ze niet zeggen.

Maar als een predikant verwijst naar Gods spreken, dan komt er vaak bij dat je dan ineens andere dingen gaat horen in de preek. Dus ik zou dat betrekken op Gods spreken in bijbellezen en preken.
Het zou interessant zijn om te onderzoeken wat predikanten hier in voorkomende gevallen concreet mee bedoelen.
Gebruikersavatar
Posthoorn
Berichten: 8157
Lid geworden op: 04 dec 2008, 11:22

Re: Gereformeerde Gemeenten

Bericht door Posthoorn »

Aanvullend op mijn vorige post. Zo had ik jaren geleden een (schriftelijk) gesprek met een ouderling van de GG, die over zijn eigen beleving sprak, en daarbij de woorden gebruikte: "Het hangt er ook van af welke Schriftwoorden de Heere door Zijn Geest in het hart wil afdrukken." En hij noemde daarbij voorbeelden van Bijbelteksten. Of hij nu specifiek doelde op het 'krijgen' van teksten of dat een tekst op een andere manier gaat spreken, weet ik niet. Maar dit is m.i. toch wel een beetje des GG's: het moet via een bepaalde tekst gaan. Ik dacht het vroeger zelf ook.
DDD
Berichten: 35650
Lid geworden op: 11 jul 2012, 17:48

Re: Gereformeerde Gemeenten

Bericht door DDD »

Ik heb juist het idee dat er in de GG vaak gewaarschuwd wordt tegen het krijgen van teksten en versjes als grond van het geloof, maar ik geloof niet dat mijn huidige predikant dat zo uitdrukkelijk doet en ik hoorde pas zelfs een intredepreek die daar eigenlijk om gecentreerd was.

Dat viel mij erg op.

In de gereformeerde traditie is naar mijn idee het spreken van God wel door de toepassing van zijn Woord door de heilige Geest. Maar wellicht vul ik het allemaal wat te gereformeerd in.
KDD
Berichten: 2682
Lid geworden op: 17 okt 2020, 21:40

Re: Gereformeerde Gemeenten

Bericht door KDD »

Posthoorn schreef: Vandaag, 15:13
KDD schreef: Vandaag, 13:48 en - Als we over dominees hebben dat horen we ook ds voor hun naam schrijven.
Bij oude schrijvers hoeft dat niet. Integendeel, ik vind het irritant en overdreven.
Ik vindt dat het netjes is en dat het hoort. Het maakt het ook duidelijker over wie we het hebben. Vertel jij maar wie Comriaan hier bedoeld.

In 1950 met ds. R. Kok. Kok verdedigde zich met de Marrow-men, Thomas Boston en de Erskines, maar dat was volgens Kersten niet genoeg.
Plaats reactie