Dat mag een juridische werkelijkheid zijn, maar er gaat wat mij betreft een andere werkelijkheid boven: namelijk dat we met elkaar verbonden zijn in Christus. Weliswaar kunnen we niet meer op dezelfde wijze met elkaar optrekken zoals voorheen, we willen elkaar ook niet verketteren. Het gaat er dus om hoe we die verbondenheid nu verder vorm gaan geven.peregrinus schreef: ↑Vandaag, 11:04 De brief klinkt wel vriendelijk, maar is in feite toch heel grimmig. Deputaten KOKR hebben (net als de rechter eerder) aangetoond dat de keizer geen kleren aanheeft: er is geen 'groep-Rijnsburg' tegenover een 'groep-Hoogeveen', maar er is de CGK en daarnaast een groep-Rijnsburg, die wegbreekt van de CGK op het moment dat een eigen kerkelijke structuur wordt opgetuigd. Met als consequentie: wie wegbreekt van de CGK, kan ook geen deputaat meer zijn.
Dat de brief spreekt over het belang van gezamenlijk aangegane (financiële) verplichtingen klinkt misschien sympathiek, maar ook hier geldt: wie wegbreekt uit een (kerk)verband, is daarmee nog niet ontslagen van financiële verplichtingen en moet dus afrekenen - en dat gaat om forse bedragen. Juridisch staat 'Rijnsburg' met lege handen, en daarom is de enige mogelijkheid een combinatie van dreigen (rondom financiën) en paaien ('laten we toch vriendelijk uit elkaar gaan').
Verder vind ik deze zin erg koud: 'wie wegbreekt uit een (kerk)verband, is daarmee nog niet ontslagen van financiële verplichtingen en moet dus afrekenen' . Zeker gezien het feit dat de kerken van Rijnsburg zich formeel aan alles hebben gehouden wat vanuit de kerkorde verwacht mag worden. Los van hoe ik daar verder over denk. Zo zou ik niet met elkaar om willen gaan. Het is al verdrietig genoeg dat je niet meer als één kunt optrekken met elkaar, maar dat maakt ons geen vijanden. We delen een verleden en belangrijker nog: we delen een toekomst met elkaar die Christus in Zijn genade aan ons geschonken heeft. Begin daarmee, niet met de juridische staat.