Ik kan mezelf geen nieuwe natuur geven. Een vijgenboom kan zichzelf niet veranderen in een appelboom. Als ik een wolf ben, kan ik van mezelf geen schaap maken. Water kan naar het juiste niveau stijgen, maar zonder druk zal het niet verder gaan. Er moet dus iets meer in mij gebeuren dan ik zelf kan doen, en dat is inderdaad wat de Schrift ons leert.
"Wat uit het vlees geboren is..." wat is dat? Als het vlees zijn uiterste best heeft gedaan, wat is het dan? "Wat uit het vlees geboren is, is vlees." Het is vuil en het is vuil wat het doet. Alleen dat "wat uit de Geest geboren is, is geest. Verwonder u niet dat Ik tegen u gezegd heb: U moet opnieuw geboren worden" (Johannes 3:6).
Mijn ziel moet in de handen van de Geest terechtkomen. Zoals een stuk klei op het wiel van de pottenbakker gemaakt is om rond te draaien en door de vingers van de pottenbakker gevormd wordt tot wat hij wil, zo moet ik passief in de handen van de Geest van God liggen. Hij zal naar Zijn welbehagen het willen en het werken in mij werken, en dan zal ik met vrees en beven aan mijn eigen zaligheid gaan werken (Filippenzen 2:12—13). Maar nooit, nooit totdat Hij het werkt.
Ik heb meer nodig dan de natuur mij geeft, dan mijn moeder mij geeft, dan mijn vader mij geeft, en meer dan mijn vlees en bloed mij geven onder de meest gunstige omstandigheden. Ik heb de Geest van God uit de hemel nodig. Nu is de vraag, "Heb ik die ontvangen? Hoe weet ik dat?" U weet dat u Hem ontvangen hebt als u alleen op Christus Jezus rust voor uw verlossing.
Ds. C.H. Spurgeon
Gelezen (geloofsopbouwend)
- J.C. Philpot
- Berichten: 10922
- Lid geworden op: 22 dec 2006, 15:08
Re: Gelezen (geloofsopbouwend)
Man is nothing: he hath a free will to go to hell, but none to go to heaven, till God worketh in him to will and to do of His good pleasure.
George Whitefield
George Whitefield
Re: Gelezen (geloofsopbouwend)
Om deze reden moeten wij nauwkeuriger letten op de dingen die wij gehoord hebben, opdat wij niet zouden doorvloeien, etc. Hebr. 2:1 - 4.
Jean Mestrezat schreef: Ten eerste moeten wij opmerken dat de Apostel deze voorstelling als een consequentie afleidt uit de voorgaande verhandeling, in deze woorden: om deze reden moeten wij, etc. Dit leert ons direct drie dingen.
Het eerste: dat alle gehoorzaamheid en heiligmaking van de gelovige redelijk is, en komt uit de kennis en overdenking van het verstand. Zij ontstaat niet door fysieke bewegingen en lichamelijke aanrakingen, zoals diegenen zich inbeelden die menen de heiligheid te verkrijgen door het aanraken van een relikwie, of doordat zij geholpen hebben bij een dienst die zij niet verstaan hebben, of doordat zij lichamelijke arbeid hebben verricht. De schoonheid, de majesteit en de heerlijkheid van Jezus Christus moet in uw geest schitteren, opdat u bewegingen van liefde, van eerbied en van vrees jegens Hem zult hebben. Dat is waarom de Apostel de wedergeboorte, waardoor wij in Gods beeld veranderd worden, laat voortkomen uit ons aanschouwen van Jezus Christus in het Evangelie. Wij allen, zegt hij, die, als in een spiegel, de heerlijkheid van de Heere aanschouwen met ontbloot aangezicht, worden veranderd in hetzelfde beeld, van heerlijkheid in heerlijkheid, 2 Kor. 3:18. Ook schrijft de Schrift heel onze heiligmaking toe aan Gods woord. Heilig ze door Uw waarheid, zegt onze Heere Jezus Christus, Uw woord is waarheid, Joh. 17:17. Welnu, het woord werkt slechts in ons verstand, door dat op te helderen en te verlichten.
De andere leer is dat alles wat ons aan onderwijs gegeven wordt, bedoeld is om in onze harten een heilige genegenheid te vormen, en om handelingen voort te brengen. Niets in het Evangelie eindigt in overdenking alleen, maar alles in bewegingen van het hart. Want hoewel God in het verstand werkt, toch heeft Hij de wil en de genegenheden als doel. Al uw licht, o mens, zou tevergeefs zijn, als dat de kracht niet heeft om u te vormen tot de gehoorzaamheid van Christus, en om Zijn vrees en Zijn liefde in te drukken in uw ziel. Zelfs het geloof, wat uw verstand overtuigt van de waarheden van het Evangelie en waardoor Jezus Christus in uw ziel schijnt, is er slechts voor de liefde en de heiligmaking, en is zonder die beide dood, zoals de heilige Jakobus zegt. En daarom onderwijst de heilige Paulus in 1 Korinthe 3 dat de liefde voortreffelijker is dan het geloof, namelijk omdat het geloof moet eindigen in de liefde als in haar doel en einde, welnu het einde is voortreffelijker dan de weg tot het einde. Let hierop, christen, die heel uw religie reduceert tot een wetenschap, en die leeft als de rest van de mensen, en de religie uitsluit van uw consciëntie. Waarom aanschouwt u de heerlijkheid van Jezus Christus, als u uw hart geeft aan de heerlijkheid van de wereld? Waartoe erkent u dat de heerlijkheid van de wereld is als een bloem van het gras, en dat de hemelse heerlijkheid, die Jezus Christus de mensen aanbiedt, voor altijd duurt, als u deze heerlijkheid van Jezus Christus niet wilt verkiezen boven de heerlijkheid van deze eeuw? Waarom aanschouwt u Jezus Christus, regerend aan de rechterhand van de Vader, terwijl de Engelen en de aarts-Engelen aan Zijn heerschappij onderworpen zijn, als u uw kennis van deze hemelse Koning niet gebruikt om u in nederigheid en gehoorzaamheid te kwijten van uw plicht jegens Hem? Zal uw licht niet het argument van uw veroordeling worden, aangezien u het doel vernietigt waarom God u deze waarheden voorstelt? De Apostel toont dan dit doel als hij zegt: om deze reden.
Hieruit volgt het derde: dat de gelovige de zaken die Gods woord hem voorstelt voortdurend op zich moet toepassen, en dat hij al haar onderwijzingen moet laten reflecteren in de genegenheden van zijn hart en in daden van vroomheid en in Godsvrees. Dat is ook wat Jezus Christus vereist, als Hij zegt: ziet hoe gij hoort, Luk. 8:18, evenals de heilige Jakobus in het 2e hoofdstuk van zijn brief, als hij ons vermaant om in het horen en overdenken van Gods woord niet te zijn als diegene die in een spiegel zijn natuurlijke gezicht gezien heeft, en is heengegaan, en heeft direct vergeten hoe hij eruitzag, in plaats dat hij de vlekken van zijn ziel reinigde, die Gods woord hem toonde.
Onze Apostel wil dan dat alles wat voorgesteld is van de heerlijkheid van Jezus Christus gebruikt wordt om toe te zien om het Evangelie niet te verachten, wat het woord is van een Heere die zo heerlijk in majesteit is. En hij toont dat door een vergelijking van het Evangelie met de wet in drie opzichten, namelijk: ten opzichte van diegene die het verkondigt, ten tweede van de dingen die verkondigd zijn, en ten derde van de bevestiging die daarop gevolgd is door tekenen en wonderen.
Re: Gelezen (geloofsopbouwend)
John DuncanHet Evangelie verlost al degenen die het horen, behalve die het verwerpen. Het verlost niemand dan zij die het echt aannnemen en niemand gaat verloren dan zij die het verwerpen. De mensen onder het Evangelie kunnen niet naar de hel gaan dan over de ingewanden van Gods barmhartigheden. Zij moeten door het bloed van Christus waden en dat bloed onder hun voeten vertreden
Wien heb ik nevens U in den hemel? Nevens U lust mij ook niets op de aarde!
Bezwijkt mijn vlees en mijn hart, zo is God de Rotssteen mijns harten, en mijn Deel in eeuwigheid.
Gib dich zufrieden und sei stille
Bezwijkt mijn vlees en mijn hart, zo is God de Rotssteen mijns harten, en mijn Deel in eeuwigheid.
Gib dich zufrieden und sei stille
- J.C. Philpot
- Berichten: 10922
- Lid geworden op: 22 dec 2006, 15:08
Re: Gelezen (geloofsopbouwend)
Alleen honing zou ons schaden, en alleen alsem zou ons te gronde richten. Een vermenging van beide is de beste weg om onze ziel in een gezonde gesteldheid te bewaren. Het is het beste en het meest bevorderlijk voor de gezondheid van de ziel dat zowel de warme zuidenwind van barmhartigheid als de koude noordenwind van tegenspoed daarover waaien.
En hoewel elke wind die waait de heiligen ten goede zal komen, zo is het toch zeker dat hun zonden het meest afsterven en hun genaden het best gedijen wanneer zij verkeren onder de kille, uitdrogende, snijdende noordenwind van rampspoed — evenals onder de warme, voedende zuidenwind van barmhartigheid en voorspoed.
“Armoede noch rijkdom geef mij; voed mij met het brood mijns bescheiden deels.” — Spreuken 30:8 (SV)
Ds. T. Brooks
En hoewel elke wind die waait de heiligen ten goede zal komen, zo is het toch zeker dat hun zonden het meest afsterven en hun genaden het best gedijen wanneer zij verkeren onder de kille, uitdrogende, snijdende noordenwind van rampspoed — evenals onder de warme, voedende zuidenwind van barmhartigheid en voorspoed.
“Armoede noch rijkdom geef mij; voed mij met het brood mijns bescheiden deels.” — Spreuken 30:8 (SV)
Ds. T. Brooks
Man is nothing: he hath a free will to go to hell, but none to go to heaven, till God worketh in him to will and to do of His good pleasure.
George Whitefield
George Whitefield
- J.C. Philpot
- Berichten: 10922
- Lid geworden op: 22 dec 2006, 15:08
Re: Gelezen (geloofsopbouwend)
Vraag: Wanneer komt u waardig tot het Avondmaal van de Heere?
Antwoord: Als ik Hem mijn zonden geef en Zijn gerechtigheid aanneem.
Vraag: Wat is “zichzelf beproeven”?
Antwoord: Het is zijn eigen hart onderzoeken, of men in waarheid niets meer van zichzelf verwacht, maar alles van de Heere, om Hem te leven; waarbij de ziel tot Hem uitgaat met dit gebed: “Doe mij smaken de zekerheid van mijn zaligheid, Heere, door Uw genade.”
Vraag: Is het noodzakelijk, dat men bij het genot van brood en wijn bijzondere gewaarwordingen heeft?
Antwoord. Het gezonde geloof houdt zich aan het Woord, de werking openbaart zich daarna in tijd van nood.
Vraag. Waaraan kan ik weten, dat ik geen huichelaar ben?
Antwoord. Een huichelaar houdt zich voor de oprechtste mens in het Koninkrijk van de hemelen. Een huichelaar houdt met zijn hart vast aan twee wegen, en is er op uit, die twee wegen voor God en zijn hem beschuldigend geweten te rechtvaardigen; beide wegen wil hij goed genoemd hebben, ofschoon hij zeer goed weet, dat een van beide niet deugt. De oprechte belijdt voor God Zijn huichelarij.
Vraag: Waaraan kan ik weten, of ik uitverkoren ben?
Antwoord. De tollenaar stond van verre.
Vraag: Wanneer moet ik vooral niet van de tafel van de Heeren wegblijven?
Antwoord: Wanneer vanwege mijn zonden het licht mijner ogen niet meer bij mij is, en ik toch zo graag de gekruisigde Heiland zou weerzien en omhelzen.
Vraag: Zeg mij in weinige woorden, hoe u dat begrijpt, dat Christus in het heilig Avondmaal ons Zijn lichaam te eten geeft.
Antwoord. Elk lichaam wordt door voedsel tezamen gehouden. De Gemeente Gods maakt één lichaam uit, dit lichaam wordt door geestelijk voedsel bij elkaar gehouden; dit geestelijk voedsel is het gekruisigde lichaam van Christus. Onder het teken van brood geeft ons de Heere in het Avondmaal de verzekering, dat Hij ons naar geest, ziel en lichaam met Zijn lichaam in Zich tezamen houdt, voedt en sterkt ten eeuwigen leven. Zo wij geloven, proeven en smaken wij in het geloof, dat dit waarachtig waar is.
Vraag: En hoe begrijpt u dit, dat Christus ons in het Avondmaal met Zijn bloed drenkt?
Antwoord: De Gemeente zou als lichaam toch om haar zonden niet voor God kunnen bestaan, indien het verzoenend bloed van Christus het bloed en leven van dat lichaam niet gaande hield, reinigde en voedde. In het Avondmaal geeft de Heere ons de verzekering, dat wij als geestelijke mensen Zijn verzoenend bloed te drinken krijgen, opdat wij niet omkomen van eeuwige dorst onder de hitte van Gods gramschap over onze zonden. Zo wij geloven, smaken en proeven wij in het geloof, dat dit waarachtig waar is. Overigens staat de betekenis in nauw verband met het vlees en bloed van het afschaduwend Paaslam.
Ds. H.F. Kohlbrugge
Bron: https://vormingvoorelkedag.nl/christeli ... avondmaal/
Antwoord: Als ik Hem mijn zonden geef en Zijn gerechtigheid aanneem.
Vraag: Wat is “zichzelf beproeven”?
Antwoord: Het is zijn eigen hart onderzoeken, of men in waarheid niets meer van zichzelf verwacht, maar alles van de Heere, om Hem te leven; waarbij de ziel tot Hem uitgaat met dit gebed: “Doe mij smaken de zekerheid van mijn zaligheid, Heere, door Uw genade.”
Vraag: Is het noodzakelijk, dat men bij het genot van brood en wijn bijzondere gewaarwordingen heeft?
Antwoord. Het gezonde geloof houdt zich aan het Woord, de werking openbaart zich daarna in tijd van nood.
Vraag. Waaraan kan ik weten, dat ik geen huichelaar ben?
Antwoord. Een huichelaar houdt zich voor de oprechtste mens in het Koninkrijk van de hemelen. Een huichelaar houdt met zijn hart vast aan twee wegen, en is er op uit, die twee wegen voor God en zijn hem beschuldigend geweten te rechtvaardigen; beide wegen wil hij goed genoemd hebben, ofschoon hij zeer goed weet, dat een van beide niet deugt. De oprechte belijdt voor God Zijn huichelarij.
Vraag: Waaraan kan ik weten, of ik uitverkoren ben?
Antwoord. De tollenaar stond van verre.
Vraag: Wanneer moet ik vooral niet van de tafel van de Heeren wegblijven?
Antwoord: Wanneer vanwege mijn zonden het licht mijner ogen niet meer bij mij is, en ik toch zo graag de gekruisigde Heiland zou weerzien en omhelzen.
Vraag: Zeg mij in weinige woorden, hoe u dat begrijpt, dat Christus in het heilig Avondmaal ons Zijn lichaam te eten geeft.
Antwoord. Elk lichaam wordt door voedsel tezamen gehouden. De Gemeente Gods maakt één lichaam uit, dit lichaam wordt door geestelijk voedsel bij elkaar gehouden; dit geestelijk voedsel is het gekruisigde lichaam van Christus. Onder het teken van brood geeft ons de Heere in het Avondmaal de verzekering, dat Hij ons naar geest, ziel en lichaam met Zijn lichaam in Zich tezamen houdt, voedt en sterkt ten eeuwigen leven. Zo wij geloven, proeven en smaken wij in het geloof, dat dit waarachtig waar is.
Vraag: En hoe begrijpt u dit, dat Christus ons in het Avondmaal met Zijn bloed drenkt?
Antwoord: De Gemeente zou als lichaam toch om haar zonden niet voor God kunnen bestaan, indien het verzoenend bloed van Christus het bloed en leven van dat lichaam niet gaande hield, reinigde en voedde. In het Avondmaal geeft de Heere ons de verzekering, dat wij als geestelijke mensen Zijn verzoenend bloed te drinken krijgen, opdat wij niet omkomen van eeuwige dorst onder de hitte van Gods gramschap over onze zonden. Zo wij geloven, smaken en proeven wij in het geloof, dat dit waarachtig waar is. Overigens staat de betekenis in nauw verband met het vlees en bloed van het afschaduwend Paaslam.
Ds. H.F. Kohlbrugge
Bron: https://vormingvoorelkedag.nl/christeli ... avondmaal/
Man is nothing: he hath a free will to go to hell, but none to go to heaven, till God worketh in him to will and to do of His good pleasure.
George Whitefield
George Whitefield
Re: Gelezen (geloofsopbouwend)
Mooi hè..!
Dat komt uit dat mooie oude boekje van Kohlbrugge: Vragen en antwoorden tot opheldering en bevestiging van den Heidelbergschen Catechismus
Dat is via boekwinkeltjes.nl nog wel te krijgen denk ik. Maar het staat ook op theologienet.nl: https://theologienet.nl/bestanden/kohlb ... twoord.pdf
Dat komt uit dat mooie oude boekje van Kohlbrugge: Vragen en antwoorden tot opheldering en bevestiging van den Heidelbergschen Catechismus
Dat is via boekwinkeltjes.nl nog wel te krijgen denk ik. Maar het staat ook op theologienet.nl: https://theologienet.nl/bestanden/kohlb ... twoord.pdf
- J.C. Philpot
- Berichten: 10922
- Lid geworden op: 22 dec 2006, 15:08
Re: Gelezen (geloofsopbouwend)
Inkijkje in donkere dagen (ds. A.T. Vergunst): gelezen in Veluwse Kerkbode van 23 januari 2026 onder de berichten van de Hervormde gemeente van Oosterwolde
Op een bepaald moment in mijn leven worstelde ik hele dagen met God: op mijn knieën of hardop sprekend en lopend in de natuur. Ik vocht met Gods voorzienigheid. Dat was in de dagen dat mijn vrouw op haar sterfbed lag door kanker. Eén dag zal ik nooit vergeten. Ik balde mijn vuisten en ik vroeg God wat er het doel van was dat Hij mij door zo’n dal leidde. Ik heb er geen antwoord op gekregen. Ik opende de Bijbel, maar vond niets. Ik bad, ik mediteerde, ik las, ik huilde. Ik schreeuwde: ‘God, laat me één ding alstublieft zien: wat is het doel van deze verschrikking dat mijn vrouw thuis ligt te sterven?’ Ondertussen moest ik de gemeente en mijn kinderen dienen. Ik hield het zo niet vol! Maar ik kreeg geen antwoord. Blijkbaar veranderde al mijn huilen en bidden Gods voorzienigheid niet! Wat thuis krom was, bleef krom. Het veranderde niet.
Uiteindelijk kreeg ik wel een antwoord van God. Ik herinner me nog goed dat, toen ik aan het lopen was, Gods Woord in mijn hart kwam: ‘Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf, en neme zijn kruis dagelijks op en volge Mij’. Dat was het enige antwoord dat ik die dag kreeg. Eerst wilde ik er niets van horen. Maar het bleef in mijn gedachten opkomen. Het was Zijn antwoord dat Hij zachtjes bleef zeggen in mijn hart. Dat antwoord zal ik heel mijn leven bij mij dragen. Er zullen in Gods voorzienigheid dingen gebeuren die moeilijk zijn, die pijn doen, maar daar is niets meer aan te veranderen. Het gaat erom dat wij leren daarmee vergenoegd te zijn omdat God wijzer is dan wij zijn.
Trouwens, toen ik die dag in de natuur liep en na die intense worsteling vermoeid terugkwam, liet God mij mediteren over het lijden van Jezus. Op de vraag aan Zijn Vader, te midden van alle moeiten waar Hij doorheen moest, om de drinkbeker voorbij te laten gaan, kreeg Jezus ook geen antwoord. Maar er kwam een einde aan Jezus’ worsteling toen Hij zei: ‘Niet Mijn wil, maar de Uwe geschiede’. Toen kreeg Hij een antwoord: Er kwam een engel uit de hemel om Hem te versterken. De drinkbeker veranderde niet, de druk op Hem werd niet minder, Gods voorzienigheid veranderde niet, maar Hij vertroosting bij Zijn Vader. Als we Hem daarin mogen volgen en met Hem die liefde van God ervaren, dan is er hoop’.
Ds. A.T. Vergunst
Via nieuwsbrief "vriend en metgezel"
Op een bepaald moment in mijn leven worstelde ik hele dagen met God: op mijn knieën of hardop sprekend en lopend in de natuur. Ik vocht met Gods voorzienigheid. Dat was in de dagen dat mijn vrouw op haar sterfbed lag door kanker. Eén dag zal ik nooit vergeten. Ik balde mijn vuisten en ik vroeg God wat er het doel van was dat Hij mij door zo’n dal leidde. Ik heb er geen antwoord op gekregen. Ik opende de Bijbel, maar vond niets. Ik bad, ik mediteerde, ik las, ik huilde. Ik schreeuwde: ‘God, laat me één ding alstublieft zien: wat is het doel van deze verschrikking dat mijn vrouw thuis ligt te sterven?’ Ondertussen moest ik de gemeente en mijn kinderen dienen. Ik hield het zo niet vol! Maar ik kreeg geen antwoord. Blijkbaar veranderde al mijn huilen en bidden Gods voorzienigheid niet! Wat thuis krom was, bleef krom. Het veranderde niet.
Uiteindelijk kreeg ik wel een antwoord van God. Ik herinner me nog goed dat, toen ik aan het lopen was, Gods Woord in mijn hart kwam: ‘Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf, en neme zijn kruis dagelijks op en volge Mij’. Dat was het enige antwoord dat ik die dag kreeg. Eerst wilde ik er niets van horen. Maar het bleef in mijn gedachten opkomen. Het was Zijn antwoord dat Hij zachtjes bleef zeggen in mijn hart. Dat antwoord zal ik heel mijn leven bij mij dragen. Er zullen in Gods voorzienigheid dingen gebeuren die moeilijk zijn, die pijn doen, maar daar is niets meer aan te veranderen. Het gaat erom dat wij leren daarmee vergenoegd te zijn omdat God wijzer is dan wij zijn.
Trouwens, toen ik die dag in de natuur liep en na die intense worsteling vermoeid terugkwam, liet God mij mediteren over het lijden van Jezus. Op de vraag aan Zijn Vader, te midden van alle moeiten waar Hij doorheen moest, om de drinkbeker voorbij te laten gaan, kreeg Jezus ook geen antwoord. Maar er kwam een einde aan Jezus’ worsteling toen Hij zei: ‘Niet Mijn wil, maar de Uwe geschiede’. Toen kreeg Hij een antwoord: Er kwam een engel uit de hemel om Hem te versterken. De drinkbeker veranderde niet, de druk op Hem werd niet minder, Gods voorzienigheid veranderde niet, maar Hij vertroosting bij Zijn Vader. Als we Hem daarin mogen volgen en met Hem die liefde van God ervaren, dan is er hoop’.
Ds. A.T. Vergunst
Via nieuwsbrief "vriend en metgezel"
Man is nothing: he hath a free will to go to hell, but none to go to heaven, till God worketh in him to will and to do of His good pleasure.
George Whitefield
George Whitefield
Re: Gelezen (geloofsopbouwend)
Wat een eerlijk, bemoedigend en onderwijzend stukje.J.C. Philpot schreef: ↑Gisteren, 16:29 Inkijkje in donkere dagen (ds. A.T. Vergunst): gelezen in Veluwse Kerkbode van 23 januari 2026 onder de berichten van de Hervormde gemeente van Oosterwolde
Op een bepaald moment in mijn leven worstelde ik hele dagen met God: op mijn knieën of hardop sprekend en lopend in de natuur. Ik vocht met Gods voorzienigheid. Dat was in de dagen dat mijn vrouw op haar sterfbed lag door kanker. Eén dag zal ik nooit vergeten. Ik balde mijn vuisten en ik vroeg God wat er het doel van was dat Hij mij door zo’n dal leidde. Ik heb er geen antwoord op gekregen. Ik opende de Bijbel, maar vond niets. Ik bad, ik mediteerde, ik las, ik huilde. Ik schreeuwde: ‘God, laat me één ding alstublieft zien: wat is het doel van deze verschrikking dat mijn vrouw thuis ligt te sterven?’ Ondertussen moest ik de gemeente en mijn kinderen dienen. Ik hield het zo niet vol! Maar ik kreeg geen antwoord. Blijkbaar veranderde al mijn huilen en bidden Gods voorzienigheid niet! Wat thuis krom was, bleef krom. Het veranderde niet.
Uiteindelijk kreeg ik wel een antwoord van God. Ik herinner me nog goed dat, toen ik aan het lopen was, Gods Woord in mijn hart kwam: ‘Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf, en neme zijn kruis dagelijks op en volge Mij’. Dat was het enige antwoord dat ik die dag kreeg. Eerst wilde ik er niets van horen. Maar het bleef in mijn gedachten opkomen. Het was Zijn antwoord dat Hij zachtjes bleef zeggen in mijn hart. Dat antwoord zal ik heel mijn leven bij mij dragen. Er zullen in Gods voorzienigheid dingen gebeuren die moeilijk zijn, die pijn doen, maar daar is niets meer aan te veranderen. Het gaat erom dat wij leren daarmee vergenoegd te zijn omdat God wijzer is dan wij zijn.
Trouwens, toen ik die dag in de natuur liep en na die intense worsteling vermoeid terugkwam, liet God mij mediteren over het lijden van Jezus. Op de vraag aan Zijn Vader, te midden van alle moeiten waar Hij doorheen moest, om de drinkbeker voorbij te laten gaan, kreeg Jezus ook geen antwoord. Maar er kwam een einde aan Jezus’ worsteling toen Hij zei: ‘Niet Mijn wil, maar de Uwe geschiede’. Toen kreeg Hij een antwoord: Er kwam een engel uit de hemel om Hem te versterken. De drinkbeker veranderde niet, de druk op Hem werd niet minder, Gods voorzienigheid veranderde niet, maar Hij vertroosting bij Zijn Vader. Als we Hem daarin mogen volgen en met Hem die liefde van God ervaren, dan is er hoop’.
Ds. A.T. Vergunst
Via nieuwsbrief "vriend en metgezel"
En zo herkenbaar deze worstelingen.....
- Maanenschijn
- Berichten: 5803
- Lid geworden op: 01 jan 2016, 14:33
Re: Gelezen (geloofsopbouwend)
Indrukwekkend en leerzaam.J.C. Philpot schreef:Inkijkje in donkere dagen (ds. A.T. Vergunst): gelezen in Veluwse Kerkbode van 23 januari 2026 onder de berichten van de Hervormde gemeente van Oosterwolde
Op een bepaald moment in mijn leven worstelde ik hele dagen met God: op mijn knieën of hardop sprekend en lopend in de natuur. Ik vocht met Gods voorzienigheid. Dat was in de dagen dat mijn vrouw op haar sterfbed lag door kanker. Eén dag zal ik nooit vergeten. Ik balde mijn vuisten en ik vroeg God wat er het doel van was dat Hij mij door zo’n dal leidde. Ik heb er geen antwoord op gekregen. Ik opende de Bijbel, maar vond niets. Ik bad, ik mediteerde, ik las, ik huilde. Ik schreeuwde: ‘God, laat me één ding alstublieft zien: wat is het doel van deze verschrikking dat mijn vrouw thuis ligt te sterven?’ Ondertussen moest ik de gemeente en mijn kinderen dienen. Ik hield het zo niet vol! Maar ik kreeg geen antwoord. Blijkbaar veranderde al mijn huilen en bidden Gods voorzienigheid niet! Wat thuis krom was, bleef krom. Het veranderde niet.
Uiteindelijk kreeg ik wel een antwoord van God. Ik herinner me nog goed dat, toen ik aan het lopen was, Gods Woord in mijn hart kwam: ‘Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf, en neme zijn kruis dagelijks op en volge Mij’. Dat was het enige antwoord dat ik die dag kreeg. Eerst wilde ik er niets van horen. Maar het bleef in mijn gedachten opkomen. Het was Zijn antwoord dat Hij zachtjes bleef zeggen in mijn hart. Dat antwoord zal ik heel mijn leven bij mij dragen. Er zullen in Gods voorzienigheid dingen gebeuren die moeilijk zijn, die pijn doen, maar daar is niets meer aan te veranderen. Het gaat erom dat wij leren daarmee vergenoegd te zijn omdat God wijzer is dan wij zijn.
Trouwens, toen ik die dag in de natuur liep en na die intense worsteling vermoeid terugkwam, liet God mij mediteren over het lijden van Jezus. Op de vraag aan Zijn Vader, te midden van alle moeiten waar Hij doorheen moest, om de drinkbeker voorbij te laten gaan, kreeg Jezus ook geen antwoord. Maar er kwam een einde aan Jezus’ worsteling toen Hij zei: ‘Niet Mijn wil, maar de Uwe geschiede’. Toen kreeg Hij een antwoord: Er kwam een engel uit de hemel om Hem te versterken. De drinkbeker veranderde niet, de druk op Hem werd niet minder, Gods voorzienigheid veranderde niet, maar Hij vertroosting bij Zijn Vader. Als we Hem daarin mogen volgen en met Hem die liefde van God ervaren, dan is er hoop’.
Ds. A.T. Vergunst
Via nieuwsbrief "vriend en metgezel"
Wie lege handen heeft, kan ze altijd vouwen.
Re: Gelezen (geloofsopbouwend)
Heel mooi stukje.J.C. Philpot schreef: ↑Gisteren, 16:29 Inkijkje in donkere dagen (ds. A.T. Vergunst): gelezen in Veluwse Kerkbode van 23 januari 2026 onder de berichten van de Hervormde gemeente van Oosterwolde
Op een bepaald moment in mijn leven worstelde ik hele dagen met God: op mijn knieën of hardop sprekend en lopend in de natuur. Ik vocht met Gods voorzienigheid. Dat was in de dagen dat mijn vrouw op haar sterfbed lag door kanker. Eén dag zal ik nooit vergeten. Ik balde mijn vuisten en ik vroeg God wat er het doel van was dat Hij mij door zo’n dal leidde. Ik heb er geen antwoord op gekregen. Ik opende de Bijbel, maar vond niets. Ik bad, ik mediteerde, ik las, ik huilde. Ik schreeuwde: ‘God, laat me één ding alstublieft zien: wat is het doel van deze verschrikking dat mijn vrouw thuis ligt te sterven?’ Ondertussen moest ik de gemeente en mijn kinderen dienen. Ik hield het zo niet vol! Maar ik kreeg geen antwoord. Blijkbaar veranderde al mijn huilen en bidden Gods voorzienigheid niet! Wat thuis krom was, bleef krom. Het veranderde niet.
Uiteindelijk kreeg ik wel een antwoord van God. Ik herinner me nog goed dat, toen ik aan het lopen was, Gods Woord in mijn hart kwam: ‘Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf, en neme zijn kruis dagelijks op en volge Mij’. Dat was het enige antwoord dat ik die dag kreeg. Eerst wilde ik er niets van horen. Maar het bleef in mijn gedachten opkomen. Het was Zijn antwoord dat Hij zachtjes bleef zeggen in mijn hart. Dat antwoord zal ik heel mijn leven bij mij dragen. Er zullen in Gods voorzienigheid dingen gebeuren die moeilijk zijn, die pijn doen, maar daar is niets meer aan te veranderen. Het gaat erom dat wij leren daarmee vergenoegd te zijn omdat God wijzer is dan wij zijn.
Trouwens, toen ik die dag in de natuur liep en na die intense worsteling vermoeid terugkwam, liet God mij mediteren over het lijden van Jezus. Op de vraag aan Zijn Vader, te midden van alle moeiten waar Hij doorheen moest, om de drinkbeker voorbij te laten gaan, kreeg Jezus ook geen antwoord. Maar er kwam een einde aan Jezus’ worsteling toen Hij zei: ‘Niet Mijn wil, maar de Uwe geschiede’. Toen kreeg Hij een antwoord: Er kwam een engel uit de hemel om Hem te versterken. De drinkbeker veranderde niet, de druk op Hem werd niet minder, Gods voorzienigheid veranderde niet, maar Hij vertroosting bij Zijn Vader. Als we Hem daarin mogen volgen en met Hem die liefde van God ervaren, dan is er hoop’.
Ds. A.T. Vergunst
Via nieuwsbrief "vriend en metgezel"
Re: Gelezen (geloofsopbouwend)
Geliefden, ik heb het u uit de volheid van mijn hart gepredikt en zal dit blijven doen zolang er nog één ziel naar genade smacht. Laat zo iemand niet sidderen en vrezen, maar zich vasthouden aan eeuwige ontferming, zich vastklampen aan Christus en Zijn genade. Het Woord dat Hij gekomen is om zondaren te verlossen, kan niet misleiden.
Hongert u naar gerechtigheid? Laat u geen schrik aanjagen, noch door de zonde, noch door Kájafas, noch door de wereld, noch door Pilatus. Met het bloed van het Lam Gods Dat in het vuur der liefde gebraden is, gestreken aan de bovendorpel en deurposten van uw hart, behoeft u voorzeker niet te vrezen voor de engel van het verderf. Het Lam Gods moet Zijn volk uit het Egypte van duivel en dood in Zijn rust brengen. Geen klauw zal achterblijven, aan goud en zilver zal het ook niet ontbreken, het zal droogvoets door de Rode Zee gaan. Als het een leugen zou zijn dat een arme zondaar verlost is, dan is het ook een leugen dat Jezus Zich heeft laten nemen en wegleiden. Als het een leugen is dat iemand binnen is, die zich aan Hem vastgeklemd houdt en de wereld de wereld laat, dan is het ook een leugen dat Hij uitging naar Golgotha.
Maar op Golgotha is het nog te vinden! Op deze berg is heden een maaltijd bereid voor u allen, voor ieder die erkent een doemwaardige zondaar te zijn - een vette maaltijd, een maaltijd van reine wijn, van vet vol merg, van reine wijnen die gezuiverd zijn. Op deze berg is het deksel weggenomen, de bedekking verwijderd waarmee wij bedekt waren. De tranen zijn van onze ogen afgewist, onze smaad is weggenomen en de dood voor eeuwig verslonden. Daarom, wanneer ik sterf - ik sterf echter niet meer - en iemand vindt mijn schedel, dan verkondigt die schedel: Ik heb geen ogen, tóch zie ik Hem; ik heb geen hersenen, geen verstand, tóch bevat ik Hem; ik heb geen lippen, tóch kus ik Hem; ik heb geen tong, tóch zing ik Hem lof toe met allen die Zijn Naam aanroepen. Ik ben een harde schedel, tóch ben ik zeer week gemaakt en gesmolten in Zijn liefde. Ik lig hier buiten op het kerkhof, nochtans ben ik in het paradijs! Al het lijden is vergeten! Dat heeft Zijn grote liefde teweeggebracht, toen Hij voor ons Zijn kruis droeg en uitging naar Golgotha. AMEN
Ds H.F. Kohlbrugge
Hongert u naar gerechtigheid? Laat u geen schrik aanjagen, noch door de zonde, noch door Kájafas, noch door de wereld, noch door Pilatus. Met het bloed van het Lam Gods Dat in het vuur der liefde gebraden is, gestreken aan de bovendorpel en deurposten van uw hart, behoeft u voorzeker niet te vrezen voor de engel van het verderf. Het Lam Gods moet Zijn volk uit het Egypte van duivel en dood in Zijn rust brengen. Geen klauw zal achterblijven, aan goud en zilver zal het ook niet ontbreken, het zal droogvoets door de Rode Zee gaan. Als het een leugen zou zijn dat een arme zondaar verlost is, dan is het ook een leugen dat Jezus Zich heeft laten nemen en wegleiden. Als het een leugen is dat iemand binnen is, die zich aan Hem vastgeklemd houdt en de wereld de wereld laat, dan is het ook een leugen dat Hij uitging naar Golgotha.
Maar op Golgotha is het nog te vinden! Op deze berg is heden een maaltijd bereid voor u allen, voor ieder die erkent een doemwaardige zondaar te zijn - een vette maaltijd, een maaltijd van reine wijn, van vet vol merg, van reine wijnen die gezuiverd zijn. Op deze berg is het deksel weggenomen, de bedekking verwijderd waarmee wij bedekt waren. De tranen zijn van onze ogen afgewist, onze smaad is weggenomen en de dood voor eeuwig verslonden. Daarom, wanneer ik sterf - ik sterf echter niet meer - en iemand vindt mijn schedel, dan verkondigt die schedel: Ik heb geen ogen, tóch zie ik Hem; ik heb geen hersenen, geen verstand, tóch bevat ik Hem; ik heb geen lippen, tóch kus ik Hem; ik heb geen tong, tóch zing ik Hem lof toe met allen die Zijn Naam aanroepen. Ik ben een harde schedel, tóch ben ik zeer week gemaakt en gesmolten in Zijn liefde. Ik lig hier buiten op het kerkhof, nochtans ben ik in het paradijs! Al het lijden is vergeten! Dat heeft Zijn grote liefde teweeggebracht, toen Hij voor ons Zijn kruis droeg en uitging naar Golgotha. AMEN
Ds H.F. Kohlbrugge