Groepscirkel schreef: ↑Vandaag, 10:07
Arja schreef: ↑Vandaag, 09:59Groepscirkel schreef: ↑Vandaag, 09:48Wat hield volgens jou Gods belofte onder het Oude Testament in? Wie is die belofte gedaan? Welke uitgestrektheid had Gods belofte in het OT? Hoe staat het met de verhouding belofte en vervulling in het OT?
Mooie vragen. Gods belofte in het Oude Testament had haar centrum in Christus — de komende Messias. Zij werd gegeven aan Abraham en zijn nageslacht, en strekte zich uiteindelijk uit tot alle volken. Juist daarom zie ik continuïteit: de belofte blijft dezelfde en vindt haar vervulling in Christus. Mijn vraag blijft echter concreet: hoe definieert het Nieuwe Testament, in het licht van die vervulling, het verbondslidmaatschap? Waar wordt natuurlijke afstamming na Christus nog als verbondsgrond genoemd?
Hierin kan ik je volgen. Alleen komt wel de vraag boven hoe jij de verhouding tussen
verbond en
belofte in het OT definieert.
Volgens mij is daar een samenhang, omdat o.a. Hand. 2:37-39 de lijn doortrekt.
Ja, zeker een samenhang.
Voor mij ligt de kern hierin: de belofte in het Oude Testament is niet een los element naast het verbond, maar zij draagt alles... en zij wijst vooruit naar wat God Zelf zal doen in de Messias. Vanaf het Zaad in Genesis tot aan de belofte van Joël, dat “een iegelijk die den Naam des HEEREN zal aanroepen, zalig zal worden”, loopt alees uit op Hem. Wanneer Christus gekomen is, wordt in Hem zichtbaar wat in die belofte besloten lag: vergeving, verzoening, nieuw leven.
De Heere Jezus zegt expliciet over het deelhebben aan Hem: “Dit is Mijn bloed, het bloed des Nieuwen Testaments, hetwelk voor velen vergoten wordt tot vergeving der zonden.” (Matth. 26:28). En: “Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Zo gij niet eet het vlees des Zoons des mensen, en drinkt Zijn bloed, zo hebt gij geen leven in uzelven. Die Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, die heeft het eeuwige leven.” (Joh. 6:53–54). De apostelen verkondigen dat vervolgens op het tempelplein en later onder de volken: “Van Dezen geven al de profeten getuigenis, dat een iegelijk die in Hem gelooft, vergeving der zonden ontvangen zal door Zijn Naam.” (Hand. 10:43). In Hem wordt de belofte van Joël werkelijkheid, en ontvangt een iegelijk die gelooft vergeving der zonden. Zo zie ik de samenhang: de belofte werd in Christus vervuld, en in de prediking van de apostelen aan Jood en heiden, wordt die vervulling openbaar en ook zijn reikwijdte.
Voor mij eindigt het dus niet bij een verbondsmodel, maar bij de vraag: Wat dunkt u van den Christus? Want in Hem worden de beloften Gods vervuld, en in Hem ontvangt een iegelijk die gelooft het leven.
Zoals in Hebreeeën staat: "...hoeveel te meer zal het bloed van de Christus (de beloofde Gezalfde), Die door een eeuwige Geest Zichzelf onberispelijk aan God heeft geofferd, ons geweten reinigen van dode werken om de levende God te dienen. En daarom is Hij Middelaar van een nieuw verbond, opdat, nu de dood heeft plaatsgevonden tot verlossing van de overtredingen onder het eerste verbond, de geroepenen de belofte van de eeuwige erfenis zouden ontvangen (vanuit Grieks).