Pagina 1 van 1

Galaten 5 vers 12

Geplaatst: 10 apr 2026, 13:02
door Ad Anker
Ik stuit op een tekst uit Galaten: Och, of zij ook afgesneden werden, die u onrustig maken. Het gaan om opruiers, het gaat om besnijdenis. Paulus zegt: Hak hem er dan meer helemaal af. Of: laat je ontmannen/castreren.

De kanttekening zegt bij afgesneden: Namelijk van de gemeente en het gezelschap der gelovigen.

Dat is best een groot verschil met de oorspronkelijke tekst. Is de kanttekening een interpretatie van de tekst of vertalen zij anders, of is het een toepassing?
Of is het een toestemmingsgrond om bijvoorbeeld een kerk te scheuren?

Wie kan daar iets over zeggen?

Re: Galaten 5 vers 12

Geplaatst: 10 apr 2026, 13:32
door elbert
Voor "afgesneden" staat er in het grieks inderdaad een woord naar fysieke amputatie verwijst. Bijvoorbeeld in Markus 9:43 en 45 (afhakken hand, voet) en Johannes 18:10 en 26 (het oor van Malchus) wordt ditzelfde woord gebruikt. Maar de meeste bijbeluitleggers (zoals Calvijn) zien wel de link met de fysieke besnijdenis maar interpreteren het afsnijden hier als het noodzakelijke afsnijden van onruststokers uit de gemeente in het belang van die gemeente. Calvijn zegt daarbij:
Het Griekse woord dat vertaald is als ‘die u last bezorgen’ betekent iemand van een bepaalde rang of positie verwijderen. Door het woord καὶ te gebruiken, drukt hij nog sterker zijn verlangen uit dat de bedriegers niet alleen vernederd, maar volledig afgescheiden en afgesneden worden.
Het fysieke afsnijden leidt hier dan tot het afsnijden van iemand uit de gemeente.
Misschien zit hier ook iets in van het beeld van de gemeente als lichaam, waar iemand van afgesneden wordt.

Re: Galaten 5 vers 12

Geplaatst: 10 apr 2026, 17:37
door DDD
Maar waarom is het dan lijdende vorm?

Re: Galaten 5 vers 12

Geplaatst: 10 apr 2026, 18:07
door Ad Anker
Wie bedoel je naast Calvijn met 'meeste bijbeluitleggers'?

Re: Galaten 5 vers 12

Geplaatst: 11 apr 2026, 08:56
door Valcke
Meyer's NT Commentary:
ἀποκόψονται] denotes castration (Arrian, Epict. ii. 20. 19), either by incision of the vena seminalis (Deuteronomy 23:1) or otherwise. See the passages in Wetstein. Comp. ἀπόκοπος, castrated, Strabo, xiii. p. 630; ἀποκεκομμένος, Deuteronomy 23:1. Owing to καί, which, after Galatians 5:11, points to something more than the circumcision therein indicated, this interpretation is the only one suited to the context: it is followed by Chrysostom and his successors, Jerome, Ambrose, Augustine, Cajetanus, Grotius, Estius, Wetstein, Semler, Koppe, and many others; also Winer, Rückert, Usteri, Matthies, Schott, Olshausen, de Wette, Hilgenfeld, Hofmann, Reithmayr, Holsten; comp. Ewald, who explains it of a still more complete mutilation, as does Pelagius, Theodore of Mopsuestia, and others. In opposition to the context, others, partly influenced by an incorrect aesthetical standard (comp. Calovius: “glossa impura”), and sacrificing the middle signification,—which is always reflexive in Greek prose writers (Kühner, II. p. 19), and is also to be maintained throughout in the N.T. (Winer, p. 239, [E. T. 316]),—have found in it the sense: “exitium imprecatur impostoribus” (Calvin, acknowledging, however, the word as an allusion to circumcision; Calovius, and others); or have explained it of the divine extirpation (Wieseler); or: “may they be excommunicated” (Erasmus, Beza, Piscator, Cornelius a Lapide, Bengel, Michaelis, Zachariae, Morus, Baumgarten-Crusius, Windischmann, and others);[233] or: “may all opportunity of perverting you be taken from them” (Elsner, Wolf, Baumgarten); or: “may they cut themselves off from you” (Ellicott).
Zie deze en andere commentaren op: https://biblehub.com/commentaries/galatians/5-12.htm