Gelezen (geloofsopbouwend)
Re: Gelezen (geloofsopbouwend)
Indien God behagen had in de dood van de boze, zouden u en ik niet bestaan. Ananias en Safira vertelden één leugen en God doodde hen. En u en ik zijn er nog. Hoeveel zegeningen heeft God u gegeven? Hoeveel roepstemmen, hoeveel uitnodigingen? Sommigen van u werden geboren, velen van u, in een liefdevol huis. Velen van u hadden godvrezende ouders, die voor u baden, van u hielden, alles gaven wat u nodig had. En wat
heeft u teruggegeven aan God. U heeft Hem nooit gezien met uw hele hart. U heeft Zijn wet gebroken. U hebt Hem bedroefd. U hoorde Zijn Evangelie duizend keer, dat Hij zondaars ontvangt en u weigert tot Hem te komen. En nog leeft u! Is dat geen bewijs genoeg, dat Hij geen lust heeft in uw dood? Vanavond is God nog goed voor u. Vanavond nodigt Hij u nog uit. Vanavond is Zijn beker van toorn niet gevuld tegen u. Vanavond zegt Hij tot u: “Ik heb geen behagen in uw dood.” Nu, de duivel is natuurlijk een groot bijbelkenner. En hij komt tot u. Ik weet wat hij tegen u zegt, ik heb het ook meegemaakt. Hij probeert u te verwarren, in een theologische speculatie te vangen op dit punt. Hij zegt: “Die tekst zegt: ‘God heeft geen behagen in uw dood,’ maar dat kan niet ernstig zijn. Want God verwerpt de goddelozen. En Hij heeft behagen in de bevrediging van Zijn recht, nietwaar?”
Bovendien, ik ben niet in staat om te antwoorden
op Zijn roepstemmen en waarschuwingen. Dus
als ik niet verkoren ben, wat is dan het nut om Hem te zoeken? Wat is het nut van omkeren. Zeker, de weg van de Heere is niet recht. Stop daar, mijn vriend. Stop dadelijk! U gebruikt dezelfde duivelse logica die Israël hier gebruikt in dit hoofdstuk. En ik kom tot u in liefde vanavond en ik vraag u om te stoppen met het spelen van dat duivelse spel. En te stoppen om een spel te spelen met God. En de duidelijke, onbewolkte verklaring van God te horen: “Ik heb geen lust in de dood van de goddeloze.” God meent wat Hij zegt. En al uw theologische
speculatie moet weggeworpen worden. Johannes Calvijn zei het op deze manier. Hij zei: “Ik begrijp al deze dingen niet, maar de profeet spreekt hier niet over Zijn verborgen raad, maar roept ellendige mensen weg van wanhoop, opdat zij zouden mogen staan naar hoop op kwijtschelding en zich bekeren en de aangeboden redding zouden omhelzen.” Ziet u, u kijkt naar mensen die hun eigen baby aborteren. En u zegt: “Hoe kunnen ze hun eigen baby doden?” En God kijkt naar u en zegt: “Hoe kunt u uw eigen ziel doden, als Ik geen lust heb in uw dood?” Is dat niet het wonder van Gods welbehagen?
Dr. J.L. Beeke
heeft u teruggegeven aan God. U heeft Hem nooit gezien met uw hele hart. U heeft Zijn wet gebroken. U hebt Hem bedroefd. U hoorde Zijn Evangelie duizend keer, dat Hij zondaars ontvangt en u weigert tot Hem te komen. En nog leeft u! Is dat geen bewijs genoeg, dat Hij geen lust heeft in uw dood? Vanavond is God nog goed voor u. Vanavond nodigt Hij u nog uit. Vanavond is Zijn beker van toorn niet gevuld tegen u. Vanavond zegt Hij tot u: “Ik heb geen behagen in uw dood.” Nu, de duivel is natuurlijk een groot bijbelkenner. En hij komt tot u. Ik weet wat hij tegen u zegt, ik heb het ook meegemaakt. Hij probeert u te verwarren, in een theologische speculatie te vangen op dit punt. Hij zegt: “Die tekst zegt: ‘God heeft geen behagen in uw dood,’ maar dat kan niet ernstig zijn. Want God verwerpt de goddelozen. En Hij heeft behagen in de bevrediging van Zijn recht, nietwaar?”
Bovendien, ik ben niet in staat om te antwoorden
op Zijn roepstemmen en waarschuwingen. Dus
als ik niet verkoren ben, wat is dan het nut om Hem te zoeken? Wat is het nut van omkeren. Zeker, de weg van de Heere is niet recht. Stop daar, mijn vriend. Stop dadelijk! U gebruikt dezelfde duivelse logica die Israël hier gebruikt in dit hoofdstuk. En ik kom tot u in liefde vanavond en ik vraag u om te stoppen met het spelen van dat duivelse spel. En te stoppen om een spel te spelen met God. En de duidelijke, onbewolkte verklaring van God te horen: “Ik heb geen lust in de dood van de goddeloze.” God meent wat Hij zegt. En al uw theologische
speculatie moet weggeworpen worden. Johannes Calvijn zei het op deze manier. Hij zei: “Ik begrijp al deze dingen niet, maar de profeet spreekt hier niet over Zijn verborgen raad, maar roept ellendige mensen weg van wanhoop, opdat zij zouden mogen staan naar hoop op kwijtschelding en zich bekeren en de aangeboden redding zouden omhelzen.” Ziet u, u kijkt naar mensen die hun eigen baby aborteren. En u zegt: “Hoe kunnen ze hun eigen baby doden?” En God kijkt naar u en zegt: “Hoe kunt u uw eigen ziel doden, als Ik geen lust heb in uw dood?” Is dat niet het wonder van Gods welbehagen?
Dr. J.L. Beeke
Re: Gelezen (geloofsopbouwend)
Zeven verkeerde geesten.
Ten eerste: Het oude beminnen, omdat het oud is, en het nieuwe verwerpen, omdat het nieuw is.
Ten tweede: Anderen niet te kunnen dragen, in dingen die wij met het Woord Gods niet bewijzen kunnen.
Ten derde: De Geest aan banden leggen. Het Woord naar onze mening, gedachten en gevoel uitleggen, verstaan en toepassen.
Ten vierde: Ons maar bij enige weinigen bepalen en het Evangelie monopoliseren, dat is: er alleenhandel van maken.
Ten vijfde: Zeggen dat en dat en dat moet gij eerst doen, eer dat gij tot Christus komen kunt. Dat even zo ongerijmd is, als te zeggen: gij moet eerst schoon zijn, om gewassen te kunnen worden. Eerst gekleed worden, om gekleed te kunnen worden.
Ten zesde: Het Evangelie niet aan allen te verkondigen: schoon het alleen voor de uitverkorenen is. Maar dat weet de Heere, naar de raad Zijns willens, te voren bepaald wat geschieden zou. Maar wij zien dit doorgaans eerst achteraf. Men mag niet bij noch afdoen, maar moet de volle raad Gods verkondigen. Het verborgene is voor de Heere onze God; maar het geopenbaarde voor ons en onze kinderen.
Ten zevende: Wanneer er een driftige, voorbarige, eigenwillige en doordrijvende geest in ons is; die ons niet toelaat de zaken wel te overwegen, te wikken en te overleggen.
L.G.C. Ledeboer
Ten eerste: Het oude beminnen, omdat het oud is, en het nieuwe verwerpen, omdat het nieuw is.
Ten tweede: Anderen niet te kunnen dragen, in dingen die wij met het Woord Gods niet bewijzen kunnen.
Ten derde: De Geest aan banden leggen. Het Woord naar onze mening, gedachten en gevoel uitleggen, verstaan en toepassen.
Ten vierde: Ons maar bij enige weinigen bepalen en het Evangelie monopoliseren, dat is: er alleenhandel van maken.
Ten vijfde: Zeggen dat en dat en dat moet gij eerst doen, eer dat gij tot Christus komen kunt. Dat even zo ongerijmd is, als te zeggen: gij moet eerst schoon zijn, om gewassen te kunnen worden. Eerst gekleed worden, om gekleed te kunnen worden.
Ten zesde: Het Evangelie niet aan allen te verkondigen: schoon het alleen voor de uitverkorenen is. Maar dat weet de Heere, naar de raad Zijns willens, te voren bepaald wat geschieden zou. Maar wij zien dit doorgaans eerst achteraf. Men mag niet bij noch afdoen, maar moet de volle raad Gods verkondigen. Het verborgene is voor de Heere onze God; maar het geopenbaarde voor ons en onze kinderen.
Ten zevende: Wanneer er een driftige, voorbarige, eigenwillige en doordrijvende geest in ons is; die ons niet toelaat de zaken wel te overwegen, te wikken en te overleggen.
L.G.C. Ledeboer
Re: Gelezen (geloofsopbouwend)
Een Steen is hard en weerbarstig, men kan daar niets indrukken maar men moet het met een scherpe en wel geslepen beitel daarin slaan. Het hart van een onherborene is ook hard en weerbarstig, ongenegen, onbekwaam om wat goeds te ontvangen tenzij dan dat de Heere door Zijne sterke hand dat daarin drijve. Dat is ook de reden waarom zulken hart vergeleken wordt bij een steenachtigen grond, daarin het zaad van Gods Woord geen vat kan krijgen, Matth. 13:5, 20. Ja het is altijd genegen de bewegingen des Geestes te wederstaan, Hand. 7:52. Het is wel waar dat de Heere in de bekering die tegenstand te boven komt en wegneemt maar van nature is het harte zo gesteld dat het niet anders kan als wederstaan. Hier komt nog bij dat deze hardigheid door het dikwijls herhalen van de zonde dagelijks meerder wordt gelijk de steen in de blaas door het gestadig toevloeien van slijm en het gedurig afzakken van zandig gruis aan bakt en een nieuwe korst krijgt en alzo van dag tot dag groter wordt. Menschen die met hare handen veel arbeid doen krijgen eelt en hardigheid in haar handen. Zondaars die van de zonde haar gewoonlijk werk maken krijgen geen minder eelt en hardigheid in haar harte. Het gansche huis Israëls is stijf van voorhoofde ende hart van harten zijn ze, zeide de Heere, Ezech. 3:7. Zacharia zegt dat ze haar harte maakten als een diamant, hst. 7:12.
Ds. Florentius Costerus
Ds. Florentius Costerus
Re: Gelezen (geloofsopbouwend)
Want het Evangelie is aan ons verkondigd, zoals ook aan hen, maar het woord van de prediking heeft hun geen enkel nut gedaan, omdat het niet vermengd was met het geloof in diegenen die het hoorden, Hebr. 4:2.
Jean Mestrezat schreef: Het Evangelie werd dus verkondigd aan de vaderen in de woestijn, maar wat gebeurde er? Het woord van de prediking, of het woord dat zij hoorden, deed hun geen enkel nut, omdat het niet vermengd was met het geloof in diegenen die het hoorden. De Apostel spreekt, mijns inziens, over het woord als over een zaad wat in de aarde geworpen wordt, en wat geen vrucht draagt als het niet vermengd wordt met de aarde en daarin ingesloten door vochtigheid. Want het geloof is als de vochtigheid, die, als zij met het woord vermengd wordt, dat met onze zielen verenigt en het daar inlijft, opdat het daar vruchtdrage. Want zoals er zonder vochtigheid niets is wat het zaad neemt om dat met de aarde te verbinden, zo is er zonder geloof niets in ons wat het woord ontvangt en dat neemt om het op onze zielen toe te passen in heiligmaking, troost en hoop. Zo vormt dit woord in onze zielen door het geloof een wezen van Christelijke deugden en een afbeelding van God, een onvergankelijk wezen, zoals de heilige Petrus zegt dat wij wedergeboren zijn, niet door vergankelijk, maar onvergankelijk zaad, wat het woord is van de levende God en blijft tot in eeuwigheid, 1 Petr. 1:23. Als het woord van God zo in onze zielen ontvangen wordt en vermengd met het geloof, dan woont het rijkelijk in ons in alle wijsheid.
Bijvoorbeeld: het woord van God is een woord van vrede, van welwillendheid en van liefde. Als u dat gelooft en dat met geloof in uw ziel plaatst, ervan overtuigd zijnde dat God u liefgehad heeft in Zijn Zoon, u uw overtredingen vergeven heeft en u geen van Zijn goederen zal weigeren, dan zal deze overtuiging de welwillendheid, de vrede en de liefde van God zo inwortelen in uw ziel, dat u veranderd zult worden in hetzelfde beeld: u zult uw naasten vergeven, zoals u gelooft dat God u vergeven heeft, en u zult hen ondersteunen in hun moeite en gebrek, zoals u gelooft dat God u ondersteund heeft. Insgelijks: het woord van God roept u tot het geluk van het koninkrijk der hemelen. Als u gelooft dat de ware goederen daar voor u gereserveerd en bewaard zijn: de ware eer en het ware vermaak, is het dan niet waar, als dit woord op die manier ingelijfd is in uw hart, dat u zich dan niet zult bezighouden met de goederen van deze eeuw, als u oordeelt dat zij niets zijn in deze vergelijking, en dat hun zoetheid altijd vermengd is met bitterheid, en dat zij voorbijgaan en vergankelijk zijn? Naar de maat waarin u dit woord in uw ziel zult vermengen met het geloof, naar die maat zult u in uzelf de wereldse begeerlijkheden van gierigheid, van ambitie en van vleselijke wellusten voelen sterven. Insgelijks: als u met geloof de belofte ontvangt die God u doet: dat Hij u zal vergelden in het koninkrijk der hemelen, zelfs tot een beker koud water toe, die u in Zijn naam gegeven zult hebben, en dat Hij u alles zal laten oogsten wat u in aalmoezen gezaaid zult hebben, is het dan niet waar dat u er vermaak in zult hebben om goed te doen aan uw naaste, en dat u niets voor zekerder en beter bewaard houdt dan datgene wat u gegeven en verdeeld hebt in naastenliefde? In het kort: is het niet waar, als u het geloof vermengt met de belofte die God Zijn kinderen doet: dat Hij alle dingen voor hen ten goede zal wenden en met hen zal zijn in hun kwaden, dat dit geloof uw ziel zal vervullen met vrede en rust, en al uw zorgen en uw ergernissen zal neerslaan?
Het is dus het geloof wat Gods woord in ons laat werken, waarvan de Apostel ook zegt dat het geloof is werkende door liefde, Gal. 5:6. Hieruit leert u dat het geloof de werken voortbrengt. Want aangezien het Gods woord is wat ons aanzet tot alle goed werk, en aangezien het woord slechts in ons werkt door het geloof, daarom moeten de goede werken door het geloof voortgebracht worden. Daarom wordt er gezegd dat onze harten gezuiverd zijn door het geloof, Hand. 15:9. Ja, daarom wordt er gezegd dat Christus in onze harten woont door het geloof, Efe. 3:17, want Christus woont in ons door de kracht van Zijn woord, wat door het geloof onze gedachten gevangenneemt tot Zijn gehoorzaamheid, 2 Kor. 10:5, en in ons deze nieuwe mens vormt, die geschapen is naar God, in rechtvaardigheid en ware heiligheid, Efe. 4:24.
Welnu, hieruit blijkt dat de beroving van de zaligheid volledig de fout is van de mens, aangezien God het Evangelie aanbiedt aan de mens, en als het Evangelie hem geen nut doet, dan is dat omdat het in hem niet met het geloof vermengd is. En oordeel hier of de mond niet gesloten is voor elk tegenspreken, aangezien de mens weigert zijn God te geloven, en hij Zijn lieflijkste en beminnelijkste beloften verwerpt, namelijk die van het koninkrijk der hemelen.
- J.C. Philpot
- Berichten: 11159
- Lid geworden op: 22 dec 2006, 15:08
Re: Gelezen (geloofsopbouwend)
Daarom blijft er voor ons niet anders over dan dat wij ondanks onze verschrikkelijke nood en ondanks alles wat tegenstrijdig is, tóch geloven zonder geloof en Hem tóch aangrijpen!
We komen tot Hem zonder voeten en grijpen Hem aan zonder handen.
We geven ons aan Hem over zoals we zijn, en we veroordelen ons voor Hem vanwege onze ongelovigheid.
We bidden Hem om ons ongeloof te hulp te komen en houden het zo voor gewis en waarachtig dat Hij het kan, omdat Hij de Heiland is van arme zondaren. Het is geloof als men, dood in misdaden en zonden, bedekt met wonden en etterbuilen, verhard en verstokt en zonder God, zonder verstand, zonder een gebroken hart, als een opstandeling – tóch zijn toevlucht tot Jezus neemt. Waar zo’n geloof is, wil God dat men met de klomp van het eigen stinkend zondig niets-zijn, geheel misvormd en wanstaltig, in z’n bloed liggend, gruwelijk en afschuwelijk – tot Hem zal gaan Die al onze dwaasheid ziet.
Zo’n geloof dat zich niet langer door satans listen en tirannie laat bedriegen, zich niet van de genade laat terughouden, maar juist naar Hem toegaat vanwege de verschrikkelijke nood – zo’n geloof wil de Heere versterken door ons Zijn vlees te eten en Zijn bloed te drinken te geven.
Ds. H.F. Kohlbrugge
Bron: nieuwsbrief Vriend en metgezel
We komen tot Hem zonder voeten en grijpen Hem aan zonder handen.
We geven ons aan Hem over zoals we zijn, en we veroordelen ons voor Hem vanwege onze ongelovigheid.
We bidden Hem om ons ongeloof te hulp te komen en houden het zo voor gewis en waarachtig dat Hij het kan, omdat Hij de Heiland is van arme zondaren. Het is geloof als men, dood in misdaden en zonden, bedekt met wonden en etterbuilen, verhard en verstokt en zonder God, zonder verstand, zonder een gebroken hart, als een opstandeling – tóch zijn toevlucht tot Jezus neemt. Waar zo’n geloof is, wil God dat men met de klomp van het eigen stinkend zondig niets-zijn, geheel misvormd en wanstaltig, in z’n bloed liggend, gruwelijk en afschuwelijk – tot Hem zal gaan Die al onze dwaasheid ziet.
Zo’n geloof dat zich niet langer door satans listen en tirannie laat bedriegen, zich niet van de genade laat terughouden, maar juist naar Hem toegaat vanwege de verschrikkelijke nood – zo’n geloof wil de Heere versterken door ons Zijn vlees te eten en Zijn bloed te drinken te geven.
Ds. H.F. Kohlbrugge
Bron: nieuwsbrief Vriend en metgezel
Man is nothing: he hath a free will to go to hell, but none to go to heaven, till God worketh in him to will and to do of His good pleasure.
George Whitefield
George Whitefield
Re: Gelezen (geloofsopbouwend)
Ik zal dan altijd met U zijn: Gij hebt mij in Uw rechterhand genomen, Psalm 73:23.
Alexandre Morus schreef: Wat wil onze profeet zeggen? Hij had zojuist gezegd dat hij gelijk was aan een bruut beest. Wie zou ooit verwacht hebben dat hij uit dit begin deze conclusie zou trekken: ik zal dan altijd met God zijn? Zorgt God voor de ossen? Hebben de dieren het recht om in Zijn tabernakel te wonen? Moeten wij gebracht worden tot hun toestand, zoals Nebukadnezar, om medeburgers van de Engelen te zijn en huisgenoten van God? Ik was, zegt hij, een bruut beest, en ik zal dus altijd met U zijn. Dit is geen syllogisme van een filosoof, het is een orakel van een profeet. Volgens de regels van de discussie zouden wij zijn conclusie ontkennen, maar zij is vast en kan volgens de regels van Gods koninkrijk niet in twijfel getrokken worden. Alleen moeten wij iets toevoegen aan de gedachten van de profeet, wat hij niet uitdrukt. Hij laat zijn verhandeling incompleet en haast zich om zijn God te omhelzen. Hij wilde zeggen: ik was als een beest, maar ik ben dat niet meer. Ik ben tot mezelf gekomen en tot mijn goede verstand, door Uw genade, o mijn God. U hebt mij de ogen geopend in mijn verblinding, en U hebt mij onderhouden in mijn zwakheid, door een wonderlijk en zeer bijzonder werk van deze zelfde voorzienigheid die ik in mijn hart bestreed. Hieruit concludeer ik, en dat met zeer grote reden, dat ik altijd met U zal zijn…
Maar, o heilige profeet van God, waar denkt u aan? Is het van u afhankelijk om met God te zijn, en om altijd met God te zijn? Vreest u niet dat Hij u niet meer wil zien, u niet meer wil horen, geïrriteerd door de belediging die u Hem hebt aangedaan, door Zijn voorzienigheid in twijfel te trekken? Welke garantie hebt u dat Hij slechts gescheiden is van uw ziel, en dat Hij u niet verworpen heeft? Dit is een te snel terugkeren van zo’n grote afstand. Dit is teveel familiariteit, zo dunkt mij, na zulke vreemde beledigingen. Nee, zegt hij, ik weet wel met wie ik te doen heb. Ik weet dat Hij traag is tot toorn, en geneigd tot welwillendheid, en dat het Hem berouwt dat Hij verdrukt heeft, als men zich berouwt dat men tegen Hem overtreden heeft. Ik weet dat Hij de Zijnen soms voor een klein moment verlaat, maar Hij zal hen verzamelen in Zijn eeuwig medelijden. Er is niet meer dan een moment in Zijn toorn, maar er is een hele eeuwigheid in Zijn barmhartigheid. Ik was ver weg voor een moment: ik zal altijd met U zijn. En waarom? Omdat Hij mij genomen heeft bij de rechterhand, voegt de profeet toe. Ik liep op een glibberig spoor. Ik wankelde, geheel gereed om te vallen. Ik had niemand die me hielp. Op de rand van de afgrond is mijn God gekomen, om mij bij de hand te nemen, en Hij heeft gezegd: vrees niet, o worm van Jacob, want Ik heb u gekocht. Ik heb u bij uw naam genoemd, u behoort Mij toe. Ik houd u vast. U kunt niets anders doen dan vallen uit uzelf, maar met Mij zult u steeds weer opstaan, en Ik zal tot slot uw ziel op een vaste grondslag stellen. Hij heeft het gezegd, en Hij heeft het gedaan, en zie mij hier: alles is opgelost van dit vraagstuk, wat mij zoveel moeite en verbazing gaf. Nauwelijks was ik ingegaan in het heiligdom van God of ik kwam uit dit labyrint. Ik zal dan altijd met U zijn, mijn God!
Schijnt het u niet toe, als u hem deze woorden hoort spreken, dat u een kind ziet, wat de vader met de hand leidt op een moeilijk bergpad en in een gevaarlijke afdaling? Het kind kan niet meer. Het zucht, het schreeuwt, zijn voeten weigeren dienst: nu de ene, dan weer de andere. Hij wankelt, en zal een dodelijke val maken, maar dan grijpt de vader hem bij de hand, en versterkt hem. Hij ondersteunt hem, hij neemt hem in zijn schoot. En wat doet dan een kind? Het werpt zich aan de hals van zijn vader. Het omhelst hem, het klemt zich vast, het drukt zich tegen hem aan, en zegt met tranen tegen hem: ik zal altijd dicht bij u blijven, en heel mijn leven zal ik het niet meer aandurven om u te verlaten. Dat is min of meer de gedachte van de profeet, die niet zegt: Gij zult dan altijd met mij zijn, zoals hij had kunnen zeggen, en hij zal het zelfs ook zo zeggen straks, maar hij begint met een belofte, die, als u daarop let, een stilzwijgende belijdenis insluit: ik was afgedwaald. Ik had u verlaten, maar ik zal daar niet meer naar terugkeren, en voortaan zal ik altijd met U zijn. Ik beloof het U. Aangezien U mij de genade verleend hebt om mij uit deze afgrond te trekken, zal ik mij er wel voor wachten om daar nog eens in te vallen.
Re: Gelezen (geloofsopbouwend)
De Heere onze God handelt met den mens geheel anders als de satan. De satan belooft veel maar hij geeft niets, hij belooft gouden bergen, gehele koningrijken en ondertussen heeft hij niets om te geven. Hij weet de zonden met zulken aangename saus toe te maken dat ze zeer smakelijk ingaat maar daarna breekt zij den zondaar zeer bitter en bange op. Gelijk dat boeksten hetwelk Johannes op at, het was in zijn mond zoeter als honing, maar als hij het gegeten had, zo werd zijn buik bitter, Openb. 10:10. Hij handelt met den mens gelijk Jaël met Sisera: hij eiste water, en zij gaf hem melk, zij dekte hem toe maar als hij nu met eenen diepen slaap bevangen was zo nam ze een nagel en dreef die met een hamer in de slaap van zijn hoofd zodat hij hij in de aarde vast werd en hij stierf. Debora zong daarvan: water eiste hij, melk gaf zij: zij. In een heerenschaal bracht zij boter. Haar hand sloeg zij aan de nagel, en haar rechterhand aan de hamer der arbeidslieden: en zij klopte Sisera, zij streek zijn hoofd af, als zij zij de slaap had doornageld en doorgedrongen.
De satan presenteert den zondaar alle geneugte en vermaak. Boter en melk is voor hem ten beste. Maar als hij hem in slaap gewiegd heeft zo klopt hij hem dood en stoot hem in het verderf. Zijn gerecht is even als de moespot van Eliza, van welke de zonen der profeten uitriepen: man Gods, de dood is in den pot, 2 Rich. 4:40. Het einde derzelve is de dood, Rom. 6:21. Ziet dat in den verrader Judas; het verradersloon speelde hem zeer in het oog, de dertig zilverlingen kwamen hem gansch begeerlijk voor, hij haastende zich om die te verdienen maar als dat werk nu gedaan was zo lagen de penningen hem als gloeiende kolen op het harte en hij wist niet hoe hij ze haast kwijt moest raken. Hij wierp ze in de tempel, en henen gaande verworgde zichzelf. Met één woord al het vermaak en al de blijdschap van de verleide zondaar verandert in een bittere droefheid. Het laatste van die blijdschap is droefheid, Spr. 14:13.
De Heere daarentegen houdt eene geheel andere orde. Als Hij een zondaar wil bekeeren en behouden zo begint Hij eerst met het bittere en zure en daarna komt Hij met het zoete. Eerst schrijft Hij bittere dingen tegen hem, slaat hem ter neder als of Hij hem wilde verderven, maakt hem bang en benauwd, maar daarna komt Hij met de balsem der vertroosting en verkwikt zijn ziel en leidt hem in het spoor der gerechtigheid, ja veranderd zijn droefheid in blijdschap.
Ziet dat in de stokbewaarder. De Heere willende hem behouden handelt eerst met hem op een harde wijze, Hij deed hem schudden en beven, Hij maakte hem verlegen en radeloos, maar ten laatste veranderde Hij al die ontsteltenis en droefheid in geloof en liefde en eindigde in blijdschap. Hij geloofde, hij werd gedoopt en hij onthaalde Paulus en Silas aan zijn tafel en hij verheugde zich dat hij met al zijn huis aan God gelovig geworden was.
Florentius Costerus
De satan presenteert den zondaar alle geneugte en vermaak. Boter en melk is voor hem ten beste. Maar als hij hem in slaap gewiegd heeft zo klopt hij hem dood en stoot hem in het verderf. Zijn gerecht is even als de moespot van Eliza, van welke de zonen der profeten uitriepen: man Gods, de dood is in den pot, 2 Rich. 4:40. Het einde derzelve is de dood, Rom. 6:21. Ziet dat in den verrader Judas; het verradersloon speelde hem zeer in het oog, de dertig zilverlingen kwamen hem gansch begeerlijk voor, hij haastende zich om die te verdienen maar als dat werk nu gedaan was zo lagen de penningen hem als gloeiende kolen op het harte en hij wist niet hoe hij ze haast kwijt moest raken. Hij wierp ze in de tempel, en henen gaande verworgde zichzelf. Met één woord al het vermaak en al de blijdschap van de verleide zondaar verandert in een bittere droefheid. Het laatste van die blijdschap is droefheid, Spr. 14:13.
De Heere daarentegen houdt eene geheel andere orde. Als Hij een zondaar wil bekeeren en behouden zo begint Hij eerst met het bittere en zure en daarna komt Hij met het zoete. Eerst schrijft Hij bittere dingen tegen hem, slaat hem ter neder als of Hij hem wilde verderven, maakt hem bang en benauwd, maar daarna komt Hij met de balsem der vertroosting en verkwikt zijn ziel en leidt hem in het spoor der gerechtigheid, ja veranderd zijn droefheid in blijdschap.
Ziet dat in de stokbewaarder. De Heere willende hem behouden handelt eerst met hem op een harde wijze, Hij deed hem schudden en beven, Hij maakte hem verlegen en radeloos, maar ten laatste veranderde Hij al die ontsteltenis en droefheid in geloof en liefde en eindigde in blijdschap. Hij geloofde, hij werd gedoopt en hij onthaalde Paulus en Silas aan zijn tafel en hij verheugde zich dat hij met al zijn huis aan God gelovig geworden was.
Florentius Costerus
Re: Gelezen (geloofsopbouwend)
Want daartoe is de Heere Christus gekruist en gestorven en daartoe heeft Hij Gode voldaan om de mens uit die staat, in welke hij gevallen was, te verlossen. Opdat hij niet meer zelf zou leven maar dat er een ander in hem zou leven en hij alzo anders leven: Hij is voor allen gestorven, opdat degenen, die leven, niet meer haar zelven zouden leven maar Dien, Die voor haar gestorven en opgewekt is, 2 Kor. 5:15. De Heere Christus is niet gekruist om de oude mens in zijn geheel te laten maar om die ook te kruisingen, om het lichaam der zonde teniet te doen, opdat wij niet meer de zonde dienen, Rom. 6:6.
F. Costerus
F. Costerus
- J.C. Philpot
- Berichten: 11159
- Lid geworden op: 22 dec 2006, 15:08
Re: Gelezen (geloofsopbouwend)
Wij zouden kunnen vragen: „Waarom zou God een Evangelie scheppen dat zo aanstootgevend is?” Begrijpt God dan niets van de technieken van goede marketing? Het antwoord is natuurlijk dat God precies weet wat Hij doet. Wat Hij doet, is de menselijke hoogmoed vernederen. Dat is absoluut noodzakelijk als u of ik, of wie dan ook, gered zal worden.
Hoogmoed is de eigenlijke wortel van de zonde. Er kan geen zaligheid zijn tenzij onze hoogmoed wordt neergehaald, met wortel en al wordt uitgerukt en uitgebannen. Dat is wat het Evangelie doet. Wanneer de hoogmoed vernietigd is, dan, en alleen dan, zijn wij bereid om in Jezus te geloven en op Hem te beginnen bouwen.
Ds. J. Montegomery Boice
Hoogmoed is de eigenlijke wortel van de zonde. Er kan geen zaligheid zijn tenzij onze hoogmoed wordt neergehaald, met wortel en al wordt uitgerukt en uitgebannen. Dat is wat het Evangelie doet. Wanneer de hoogmoed vernietigd is, dan, en alleen dan, zijn wij bereid om in Jezus te geloven en op Hem te beginnen bouwen.
Ds. J. Montegomery Boice
Man is nothing: he hath a free will to go to hell, but none to go to heaven, till God worketh in him to will and to do of His good pleasure.
George Whitefield
George Whitefield
-
Groepscirkel
- Berichten: 1114
- Lid geworden op: 10 okt 2025, 08:04
Re: Gelezen (geloofsopbouwend)
Zo kernachtig waar!J.C. Philpot schreef: ↑31 aug 2026, 07:15 Wij zouden kunnen vragen: „Waarom zou God een Evangelie scheppen dat zo aanstootgevend is?” Begrijpt God dan niets van de technieken van goede marketing? Het antwoord is natuurlijk dat God precies weet wat Hij doet. Wat Hij doet, is de menselijke hoogmoed vernederen. Dat is absoluut noodzakelijk als u of ik, of wie dan ook, gered zal worden.
Hoogmoed is de eigenlijke wortel van de zonde. Er kan geen zaligheid zijn tenzij onze hoogmoed wordt neergehaald, met wortel en al wordt uitgerukt en uitgebannen. Dat is wat het Evangelie doet. Wanneer de hoogmoed vernietigd is, dan, en alleen dan, zijn wij bereid om in Jezus te geloven en op Hem te beginnen bouwen.
Ds. J. Montegomery Boice
- J.C. Philpot
- Berichten: 11159
- Lid geworden op: 22 dec 2006, 15:08
Re: Gelezen (geloofsopbouwend)
Al eerder gedeelt op het forum, maar een prachtig lied (vertaling van ds. C.J. Meeuse).
Ik zal, met zondenlast belaan,
toch opstaan en tot Christus gaan
en Hem mijn schuld belijden.
Hij zal mij wassen in Zijn bloed,
mijn hart vernieuwen en Hij doet
mij Hem mijn leven wijden.
Och, werd die vreugde meer begeerd,
de enige, die nooit verkeerd,
op droefheid, uit zal lopen.
Ga naar de Levensbron met mij,
het aanbod tot de dronk is vrij:
't is zonder geld te kopen.
Ik ga tot Christus, omdat Hij
de slechtsten roept; kom. ga met mij!
En heb ik Hem gevonden,
dan leef ik en beweeg in Hem,
want ik verroer geen lid voor Hem,
dat hij niet heeft ontbonden.
Och, werd die vreugde meer begeerd,
de enige, die nooit verkeerd,
op droefheid, uit zal lopen.
Ga naar de Levensbron met mij,
het aanbod tot de dronk is vrij:
't is zonder geld te kopen.
Ds. R. Murray M'Cheyne
Ik zal, met zondenlast belaan,
toch opstaan en tot Christus gaan
en Hem mijn schuld belijden.
Hij zal mij wassen in Zijn bloed,
mijn hart vernieuwen en Hij doet
mij Hem mijn leven wijden.
Och, werd die vreugde meer begeerd,
de enige, die nooit verkeerd,
op droefheid, uit zal lopen.
Ga naar de Levensbron met mij,
het aanbod tot de dronk is vrij:
't is zonder geld te kopen.
Ik ga tot Christus, omdat Hij
de slechtsten roept; kom. ga met mij!
En heb ik Hem gevonden,
dan leef ik en beweeg in Hem,
want ik verroer geen lid voor Hem,
dat hij niet heeft ontbonden.
Och, werd die vreugde meer begeerd,
de enige, die nooit verkeerd,
op droefheid, uit zal lopen.
Ga naar de Levensbron met mij,
het aanbod tot de dronk is vrij:
't is zonder geld te kopen.
Ds. R. Murray M'Cheyne
Man is nothing: he hath a free will to go to hell, but none to go to heaven, till God worketh in him to will and to do of His good pleasure.
George Whitefield
George Whitefield
- J.C. Philpot
- Berichten: 11159
- Lid geworden op: 22 dec 2006, 15:08
Re: Gelezen (geloofsopbouwend)
Waarom hoorde men vroeger zoveel van waarachtige bekeringen? Waar kwamen die mensen vandaan, die enkelen nog, - hun aantal wordt almaar kleiner, ook in onze gemeente, de meesten liggen al op het kerkhof - vanwaar kwamen die profeten en profetessen die konden getuigen van Gods genadige erbarming? Mensen, die wisten: “dit is goud en dat is valse munt!” Vanwaar? Waren zij niet geboren in de afgrond van de verlorenheid toen zij wegzonken voor Gods Wet? Daar zit de fout van deze tijd. Er is nu geen eerbied voor Gods Wet. Wat is uw enige troost in leven en in sterven? Zie, kind!, zie, volwassene!, hier wordt u een volle korf met levensbrood en levenswijn geboden! Zij wordt echter alleen gereikt aan hem die uit de Wet zijn zonde leerde kennen, zijn zonde belijdt en betreurt, niet als zonde op zichzelf, maar als een vergrijp tegen de allerhoogste Majesteit, als een misdaad tegen de almachtige en alleen heilige God, die u gemaakt heeft en van Wie gij afhangt.
Tegenwoordig grijpt men met zijn goddeloze, onreine handen in de korf van de genade, zonder te belijden: “ik heb gezondigd”, zonder dat men in het hart het wachtwoord heeft: “neen, neen, Gods Wet moet blijven staan!” Wanneer de vraag tot u komt, verwacht zij dus van u, dat gij vanwege uw zonden waarachtig bedroefd, verslagen en gebroken zijt (...).
Welke is uw troost, beide in leven en in sterven? De vraag zegt dus: nog is er troost. Troost voor u, in de ellende van dit leven en troost voor u, wanneer ge op uw sterfbed ligt, niets hebt en denkt: nu moet ik verloren gaan! Er is troost voor u, wanneer gij vanwege uw zonden treurig en bedroefd zijt naar God.
Ds. H.F. Kohlbrugge
Tegenwoordig grijpt men met zijn goddeloze, onreine handen in de korf van de genade, zonder te belijden: “ik heb gezondigd”, zonder dat men in het hart het wachtwoord heeft: “neen, neen, Gods Wet moet blijven staan!” Wanneer de vraag tot u komt, verwacht zij dus van u, dat gij vanwege uw zonden waarachtig bedroefd, verslagen en gebroken zijt (...).
Welke is uw troost, beide in leven en in sterven? De vraag zegt dus: nog is er troost. Troost voor u, in de ellende van dit leven en troost voor u, wanneer ge op uw sterfbed ligt, niets hebt en denkt: nu moet ik verloren gaan! Er is troost voor u, wanneer gij vanwege uw zonden treurig en bedroefd zijt naar God.
Ds. H.F. Kohlbrugge
Man is nothing: he hath a free will to go to hell, but none to go to heaven, till God worketh in him to will and to do of His good pleasure.
George Whitefield
George Whitefield
- J.C. Philpot
- Berichten: 11159
- Lid geworden op: 22 dec 2006, 15:08
Re: Gelezen (geloofsopbouwend)
Zaligmakend geloof ontvangt Christus als een schat, maar niet als een schat die op de tweede plaats komt na landerijen, ossen of een huwelijkspartner. Hij wordt boven die dingen gewaardeerd, of Hij wordt verworpen.
Hem omarmen als slechts één van de vele nuttige schatten is erger dan nutteloos. Het is erger omdat het de indruk wekt dat Hij bereid is om gebruikt te worden. Dat is Hij niet. Hij zal als onze hoogste schat worden ontvangen, of helemaal niet.
„Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waard” (Mattheüs 10:37).
„Zo kan dan ieder van u die niet alles wat hij heeft, achterlaat, geen discipel van Mij zijn” (Lukas 14:33).
„Maar wat voor mij winst was, dat heb ik om Christus' wil als schade beschouwd. Ja, beslist, ik beschouw ook alles als schade vanwege de voortreffelijkheid van de kennis van Christus Jezus, mijn Heere” (vgl. Filippenzen 3:7–8).
Ds. J. Piper
Hem omarmen als slechts één van de vele nuttige schatten is erger dan nutteloos. Het is erger omdat het de indruk wekt dat Hij bereid is om gebruikt te worden. Dat is Hij niet. Hij zal als onze hoogste schat worden ontvangen, of helemaal niet.
„Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waard” (Mattheüs 10:37).
„Zo kan dan ieder van u die niet alles wat hij heeft, achterlaat, geen discipel van Mij zijn” (Lukas 14:33).
„Maar wat voor mij winst was, dat heb ik om Christus' wil als schade beschouwd. Ja, beslist, ik beschouw ook alles als schade vanwege de voortreffelijkheid van de kennis van Christus Jezus, mijn Heere” (vgl. Filippenzen 3:7–8).
Ds. J. Piper
Man is nothing: he hath a free will to go to hell, but none to go to heaven, till God worketh in him to will and to do of His good pleasure.
George Whitefield
George Whitefield
- J.C. Philpot
- Berichten: 11159
- Lid geworden op: 22 dec 2006, 15:08
Re: Gelezen (geloofsopbouwend)
Christus in Zijn heerlijkheid is het waard om gezien te worden. Als de man uit wie de Heere Jezus een legioen demonen uitdreef, Hem smeekte dat hij bij Hem mocht zijn, terwijl Hij nog omringd was door alle beproevingen die Hem in dit leven vergezelden, hoe kan het dan anders dan dat een rechtvaardige ernaar verlangt bij Hem te zijn, nu Hij in heerlijkheid is?
Wat wij gehoord hebben over de voortreffelijkheid van Zijn Persoon, de onuitsprekelijkheid van Zijn liefde, de grootheid van Zijn lijden en de dingen die Hij nog steeds voor ons doet, hoeft dat onze zielen niet aan te sporen tot een verlangen om bij Hem te zijn?
Wanneer wij gehoord hebben van iemand onder ons die iets voortreffelijks voor ons heeft gedaan, dan is het wat ons hart verlangt: ik zou mijn ogen op hem willen richten. Maar is er ooit iets gehoord dat te vergelijken is met wat Jezus Christus voor zondaren heeft gedaan? Wie dan, die in Hem gelooft, kan anders dan verlangen bij Hem te zijn?
Het was dit wat Johannes eens vertroostte: dat de tijd zou komen waarin hij Hem zou zien (1 Johannes 3:2). Maar juist die gedachte deed hem roepen als een hert, verlangend dat de tijd haast zou komen waarop hij zijn ogen op Hem zou mogen richten (Openbaring 22:20).
Jezus Christus te zien, Hem dus te zien zoals Hij is, Hem te zien zoals Hij in heerlijkheid is, dat is een aanschouwen waarvoor het de moeite waard is om familie en verwanten achter te laten, uit het lichaam te gaan en zelfs door de kaken van de dood heen te gaan om Hem te zien.
Want dit is Hem te zien als Hoofd boven alles, Hem te zien als Degene Die de hemel voor Zijn gemeente in bezit heeft genomen.
Ds. J. Bunyan
Wat wij gehoord hebben over de voortreffelijkheid van Zijn Persoon, de onuitsprekelijkheid van Zijn liefde, de grootheid van Zijn lijden en de dingen die Hij nog steeds voor ons doet, hoeft dat onze zielen niet aan te sporen tot een verlangen om bij Hem te zijn?
Wanneer wij gehoord hebben van iemand onder ons die iets voortreffelijks voor ons heeft gedaan, dan is het wat ons hart verlangt: ik zou mijn ogen op hem willen richten. Maar is er ooit iets gehoord dat te vergelijken is met wat Jezus Christus voor zondaren heeft gedaan? Wie dan, die in Hem gelooft, kan anders dan verlangen bij Hem te zijn?
Het was dit wat Johannes eens vertroostte: dat de tijd zou komen waarin hij Hem zou zien (1 Johannes 3:2). Maar juist die gedachte deed hem roepen als een hert, verlangend dat de tijd haast zou komen waarop hij zijn ogen op Hem zou mogen richten (Openbaring 22:20).
Jezus Christus te zien, Hem dus te zien zoals Hij is, Hem te zien zoals Hij in heerlijkheid is, dat is een aanschouwen waarvoor het de moeite waard is om familie en verwanten achter te laten, uit het lichaam te gaan en zelfs door de kaken van de dood heen te gaan om Hem te zien.
Want dit is Hem te zien als Hoofd boven alles, Hem te zien als Degene Die de hemel voor Zijn gemeente in bezit heeft genomen.
Ds. J. Bunyan
Man is nothing: he hath a free will to go to hell, but none to go to heaven, till God worketh in him to will and to do of His good pleasure.
George Whitefield
George Whitefield
Re: Gelezen (geloofsopbouwend)
Wat een bijzonder mooi stukje.J.C. Philpot schreef: ↑18 sep 2026, 21:33 Christus in Zijn heerlijkheid is het waard om gezien te worden. Als de man uit wie de Heere Jezus een legioen demonen uitdreef, Hem smeekte dat hij bij Hem mocht zijn, terwijl Hij nog omringd was door alle beproevingen die Hem in dit leven vergezelden, hoe kan het dan anders dan dat een rechtvaardige ernaar verlangt bij Hem te zijn, nu Hij in heerlijkheid is?
Wat wij gehoord hebben over de voortreffelijkheid van Zijn Persoon, de onuitsprekelijkheid van Zijn liefde, de grootheid van Zijn lijden en de dingen die Hij nog steeds voor ons doet, hoeft dat onze zielen niet aan te sporen tot een verlangen om bij Hem te zijn?
Wanneer wij gehoord hebben van iemand onder ons die iets voortreffelijks voor ons heeft gedaan, dan is het wat ons hart verlangt: ik zou mijn ogen op hem willen richten. Maar is er ooit iets gehoord dat te vergelijken is met wat Jezus Christus voor zondaren heeft gedaan? Wie dan, die in Hem gelooft, kan anders dan verlangen bij Hem te zijn?
Het was dit wat Johannes eens vertroostte: dat de tijd zou komen waarin hij Hem zou zien (1 Johannes 3:2). Maar juist die gedachte deed hem roepen als een hert, verlangend dat de tijd haast zou komen waarop hij zijn ogen op Hem zou mogen richten (Openbaring 22:20).
Jezus Christus te zien, Hem dus te zien zoals Hij is, Hem te zien zoals Hij in heerlijkheid is, dat is een aanschouwen waarvoor het de moeite waard is om familie en verwanten achter te laten, uit het lichaam te gaan en zelfs door de kaken van de dood heen te gaan om Hem te zien.
Want dit is Hem te zien als Hoofd boven alles, Hem te zien als Degene Die de hemel voor Zijn gemeente in bezit heeft genomen.
Ds. J. Bunyan
Als je iets van de Heere Jezus mag zien, hoe onuitsprekelijk groot, hoe onuitsprekelijk liefdevol is Hij. Al wat aan Hem is, is gans begeerlijk.
En nog meer, hoe vol liefde is Zijn Vader: Die Zijn Eigen Zoon niet gespaard heeft. Maar heeft Hem voor ons allen overgeven, hoe zal Hij ons ook met Hem niet alle dingen schenken? Wat een oneindige liefde. Zo een weergaloze liefde. Zijn heerlijkheid is oneindig. Zijn goedheid is van geslacht tot geslacht.
En dat in tegenstelling tot onze eigen verdorvenheid, onze schaamte en onze schande, welke ons bedekt.