Posthoorn schreef: ↑31 mar 2026, 22:10
Posthoorn schreef: ↑31 mar 2026, 17:59
Hebben jullie ook de brief over de rechtvaardigmaking van ds. Ledeboer gelezen?
Misschien goed om dan toch hier maar eens te posten hoe hij de rechtvaardigmaking beschrijft.
ds. Ledeboer schreef:[H]oe gaat dat nu toe?
Evenals bij een rechtbank: Joh. 18:8, de Geest overtuigt van zonde, gerechtigheid en oordeel; de Geest opent door, onder, bij de prediking, of het onderzoek des Woords, of door dadelijke toepassing het hart van de uitverkoren zondaar; hij krijgt oren om te horen en een hart om op te merken; hij moet loven, of hij wil of niet; de Geest vernieuwt volstandig van het begin af aan, Hij werkt vrijwillig het werk naar Zijn welbehagen; als God ze leidt in de waarheid, past Hij de waarheid toe aan het had, het leven wordt geraakt; de Geest werkt en hij begint te zien dat hij misleid is, dat hij arm, blind en jammerlijk naakt is, dood in de misdaden en in de zonde, vervreemd van het leven Gods, enkelnaakt, dood, duisternis, vloek, een satanskind, liggende onder de verdoemelijke kracht der wet, die hem door de Geest inwendig, geestelijk, zielgrondig overtuigt, aangrijpt, terneerslaat, verdoemt, vervolgt, benauwt, beangstigt; hij ziet zijn afstand van God, nergens uitkomst bewegeloos, radeloos, onmachtig wat aangaat de bewerking, en van zichzelf vijandig, boos, kwaadaardig, bruisend en druisend met dikke hoog verheven schilden.
Wij spreken nu ook niet van de tijd hoe lang hij in het één en ander kan blijven staan, - daar is God vrij in, gelijk Hij het in alles is, - ook niet bepaaldelijk in het woelen en tobben van de zondaar, daar de één langer onder verkeert dan de ander, of ook, zichzelf bedriegende met. valse overleggingen, schoon altijd daar weer afgestoten op 's Heeren eigen tijd.
Eenmaal komt er een tijd dat hij tot het einde aan alles raakt, hij wordt besloten en al nauwer bepaald en gedrongen (ik spreek bij ondervinding)als een stad die belegerd en uitgehongerd wordt; nergens uitkomst, hulp noch raad, niets voldoet hem; alles ontvalt hem daar hij het leven nog bij houden kon; nu wordt hem onder dit alles 'n uitkomst aangewezen, die deur der hope in het dal Achor's (betekent angst en benauwdheid) een weg buiten hem, een ander moet voor hem tussen treden en de eeuwige kloof vullen; er komen beloften, openingen, hoop van verlossing bij vlagen in de ziel als bliksems in de nacht, maar hij ligt onmachtig neer, ontdekking, troost voor die openingen, gedachten van behoudenis, dit moet hem nader geschonken worden. De Geest blaast (o ja!) waarheen Hij wil; het wordt geheel nacht bij hem, de wet gaat door merg en been en door de overleggingen des harten; hij staat aan alles schuldig, hij moet omkomen als er geen verlossing komt. Dat nu moet ondervonden en kan niet beschreven worden. Dat duurt zo lang als het de Heere behaagt, totdat zijn hart, met de tollenaar, gebroken wordt; zijn zielestand wordt hem benomen en belet en ontvalt hem, menende om te komen, letterlijk stervende aan alles in dat ogenblik.
Nu komt het leven in de dood, Christus openbaart Zich aan zijn ziel, onbegrijpelijk, onbeschrijfelijk, nieuwe hemel, nieuwe aarde, nieuw hart, nieuw leven, nieuwe ogen, alles om hem, in hem, boven hem in gevoel nieuw, geheel nieuw. Zij juichen in de hemel: "een kind is ons geboren", of liever, gelijk de ziel dat ondervindt: er is blijdschap in de hemel over één zondaar die zich bekeert. Een nieuwe goddelijke natuur is hij deelachtig geworden; hij kan en moet Vader zeggen in Christus; zijn zonden zijn hem vergeven, nu eerst looft, juicht, prijst en dankt hij, hij ontvangt de nieuwe keursteen met de nieuwe naam er op geschreven, als pand en bewijs.
Wat mij opvalt, is dat in deze beschrijving iemand al bezig is, zoekend, serieus, onder het Woord. Bij mij was dat er niet. Ik zat wel in de kerk, maar was innerlijk totaal ongelovig, en werd radicaal stilgezet. Maar dat was, zo diep en zo verschrikkelijk dat ik daar nooit over spreek. Het... het was verschrikking. Ik ken geen verbeterfase (verbeterhuis noemde mijn dominee het).
Mijn weg is niet de norm van de ander.
En andermansweg is niet de norm voor wie dan ook.
De één wordt liefelijk getrokken, de ander wordt abrubt stilgezet zoals Paulus.
En de moordenaar aan het kruis had helemaal geen tijd om zich te verbeteren... hij wist alleen dat hij daar als misdadiger hing, en dat er Eén Rechtvaardige was, die aan hem kon denken.
De wegen kunnen dus totaal verschillend zijn.
Waar het om gaat, is dat God werkelijk ingrijpt in je leven en dat Christus Zich openbaart. Dat is beslissend.
Ik vind dit citaat zo mooi:
Wij spreken nu ook niet van de tijd hoe lang hij in het één en ander kan blijven staan, - daar is God vrij in, gelijk Hij het in alles is, - ook niet bepaaldelijk in het woelen en tobben van de zondaar, daar de één langer onder verkeert dan de ander, of ook, zichzelf bedriegende met. valse overleggingen, schoon altijd daar weer afgestoten op 's Heeren eigen tijd.
Ik vind het waardevol dat hij dit erbij zei. Dat God vrij is hierin, dat het niet gaat om hoe lang iemand ergens in verkeert, en dat dat kan verschillen.
Maar wat voor mij (persoonlijk dus) moeilijk blijft, is dit: deze beschrijving wordt hier neergezet als een weg die kan gaan zoals God het leidt, zonder vaste tijd, zonder schema. In het begin, voordat de Heere zich aan de ziel openbaart.
Maar in de prediking zoals ik die heb gehoord, was dat niet zo. Deze ervaring werd verder weg geplaats. Als een nadere weldaad. Iets wat kon komen nádat er al sprake is van zien op Christus. En zelfs als iets wat niet ieder kind van God meemaakte. Zeer weinigen... We kenden dat niet meer, zei de dominee. En daar zat toentertijd voor mij de verwarring in Kootwijkerbroek. Kon ik dit meegemaakt hebben, als de dominee zei: worden er nog wel mensen bekeerd in Kootwijkerbroek?
Zo blij met de boeken van ds. C. Harinck toentertijd. En Andrew Gray.
Dus enerzijds vind ik dit zo mooi en vrij beschreven, zoals God werkt.
Maar anderzijds roept het herinneringen op, aan zoals het gebracht werd.
En daardoor gingen sommige mensen zoeken naar iets wat al gebeurd is,
maar wat ze niet zo herkennen omdat het anders benoemd wordt.
Dat wilde ik even zeggen.