parsifal schreef: ↑02 jan 2026, 19:12
Voor vertegenwoordiging van de mensheid hoeft er geen biologische afstamming te zijn (ook niet voor gevolgen van zonde) net als er voor de verlossing geen biologische afstamming van de Heere Jezus is. Romeinen 5:12 maakt daar geen verschil.
Genesis 2:8
Ook had de HEERE God een 17hof 18geplant in 19Eden, 20tegen het oosten; en Hij stelde aldaar den mens, dien Hij geformeerd had.
17 Te weten het paradijs of lusthof, dat God den mens tot een woning verordend had.
18 Te weten op den derden dag der schepping, eer de mens geschapen was.
19 Eden is de naam van een landschap in Telassar, het opperdeel in Chaldea, als te zien is 2 Kon. 19:12, en het is onderscheiden van een ander Eden, gelegen bij Damascus in Syrië, waarvan te zien is Amos 1:5. Het Hebreeuwse woord eden betekent wellust, geneugt, vermaking. Dit land wordt alzo genaamd omdat het een schoon, lustig, edel land was, gelijk zulks te zien is uit het navolgende vers van dit hoofdstuk, alsook uit Jes. 51:3. Ez. 28:13; 31:16, 18. verwijsteksten
20 Hebr. van oosten, of uit oosten, dat is, in het oosteinde van Eden, of oostwaarts van de plaats waar Mozes was, dit schrijvende.
Of, Adam en Eva waren de enigen geschapen (wat ik geloof), of ze leefden allen in Eden. En did gebod kwam tot alle mensen:
15 Zo nam de HEERE God den mens, en zette hem in den hof van Eden om dien te bouwen en dien te bewaren.
16 En de HEERE God 37gebood 38den mens, zeggende: Van allen boom dezes hofs 39zult gij vrijelijk eten;
37 Hebr. gebood aan, of over den mens.
38 Te weten beide den man en de vrouw; zie Gen. 3:1, 2, 3. verwijsteksten
39 Hebr. etende zult gij eten. Deze manier van spreken, in dewelke een woord aldus verdubbeld wordt, is zeer dikwijls in de Heilige Schrift, en dient hiertoe, om hetgeen verhaald wordt naar den eis der materie een bijzonder gewicht of nadere verklaring of opmerking te geven. Alzo in het volgende vers; insgelijks Gen. 3:4, 16; 17:13; 18:18. Joz. 24:10. Jer. 23:17, enz. verwijsteksten
17 Maar van den boom der kennis des goeds en des kwaads, daarvan zult gij niet eten; want ten dage als gij daarvan eet, zult gij 40den dood sterven.
40 Hebr. stervende sterven. Versta hiermede drieërlei dood: 1. de lichamelijke met al zijn voorgaande ellenden; 2. de geestelijke dood der ziel; 3. de eeuwige dood, die tegelijk is lichamelijk en geestelijk.
En dan Genesis 2:18:
Ook had de HEERE God gesproken: Het is niet goed dat de mens alleen zij; Ik zal hem een hulpe maken, die 41als tegen hem over zij.
waaruit blijkt dat 'den mens' enkelvoudig is.
Mijn enige troost is, dat ik niet mijn, maar Jezus Christus eigen ben, Die voor mijn zonden betaald heeft, en zo bewaart, dat alles tot mijn zaligheid dienen moet; waarom Hij mij ook door Zijn Heilige Geest van eeuwig leven verzekert, en Hem voortaan te leven van harte willig en bereid maakt.