Re: Gelezen, gedacht, gehoord... [4]
Geplaatst: 18 jul 2018, 22:33
Hoe goed is een woord op zijn tijd, Brbndr! Dank voor dit mooie en ontroerende citaat.
En dit ook gelezen DIA?Johann Gottfried Walther schreef:Mattheus 19:-DIA- schreef:En hij ging bedroefd weg. En dan zegt de Heere Jezus: en Hij beminde hem. Was dat een zaligmakende verontrusting? Het nabijkomende werk wordt bijna niet meer gepreekt, en kan als zodanig dan ook niet meer bekend zijn. Een scherpe separatie ontbreek heel vaak, zoals ik dat meen waar te nemen.liz boer schreef: Beste DIA
Als je tot de Heere Jezus vlucht kun je nooit beschaamd uitkomen, als je overtuigd bent van alles te bezitten niet.
Waarin de Bijbel lees je dat iemand die naar Jezus vlucht zich achteraf vergist heeft?
Denk ook aan Saul. Hij kreeg een ander hart. Niet zo maar, maar van God. Dat ging heel ver, zodat men zei: Is Saul ook onder de profeten? enz.
Verder zal nooit een mens tot Jezus vluchten. Hij zal wel verontrust kunnen zijn aangaande zijn staat voor de eeuwigheid, hij kan ernstig gaan leven, bidden, naar de kerk gaan, enz. maar dat is nog geen ware overbuiging. De Schrift is niet onduidelijk over de smalle weg: En weinigen zijn er die dezelve vinden. Niet dat het dan geen schare zal zijn die niemand kan tellen, maar vergeleken bij de grote schare, ook van mensen die menen in te gaan en niet te kunnen, is het een klein kuddeke.
17 En Hij zeide tot hem: Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed dan Een,19 namelijk God. Doch wilt gij in het leven ingaan, onderhoud de geboden. (20)
18 Hij zeide tot Hem: Welke? En Jezus zeide: Deze: Gij zult niet doden; gij zult geen overspel doen; gij zult niet stelen; gij zult geen valse getuigenis geven;
19 Eer uw vader en moeder; en: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven.
20 De jongeling zeide tot Hem: Al deze dingen heb ik onderhouden van mijn jonkheid af; wat ontbreekt mij nog? (21)
21 Jezus zeide tot hem: Zo gij wilt volmaakt zijn, (22) ga heen, verkoop wat gij hebt, en geef het den armen, en gij zult een schat hebben in de hemel; en kom herwaarts, volg Mij.
22 Als nu de jongeling dit woord hoorde, ging hij bedroefd weg; want hij had vele goederen.
KT.
20) onderhoud de geboden.
Christus antwoordt hier naar de vraag en menig van deze jongeling, die door zijn eigen goede werken meende de zaligheid te kunnen verkrijgen, en daarom wijst Hij hem op de wet, om hem daardoor tot erkentenis van zijne onvolmaaktheid, en daarna tot het geloof in hem te brengen; Gal. 3:22,24.
21) wat ontbreekt mij nog?
Grieks, waarin kom ik nog tekort?
22) zo gij wilt volmaakt zijn,
Dit zegt Christus om dezen jongeling, die meende dat hij alle geboden Gods onderhouden had, overmits hij uiterlijk daarnaar had geleefd, te overtuigen dat hem nog veel ontbrak, zelfs aangaande de onderhouding van de geboden der tweede tafel, dewijl hij liever zijne goederen behouden had dan op Christus bevel die den armen te geven, en Hem te vogen: hetwelk ook blijkt uit het drie en twintigste vers, Want die dezelve zou onderhouden hebben, zou niet bezwaarlijk maar zekerlijk in het koninkrijk der hemelen komen; Rom. 10:5.
Wat denkt u?Johann Gottfried Walther schreef:En dit ook gelezen DIA?Johann Gottfried Walther schreef:Mattheus 19:-DIA- schreef:En hij ging bedroefd weg. En dan zegt de Heere Jezus: en Hij beminde hem. Was dat een zaligmakende verontrusting? Het nabijkomende werk wordt bijna niet meer gepreekt, en kan als zodanig dan ook niet meer bekend zijn. Een scherpe separatie ontbreek heel vaak, zoals ik dat meen waar te nemen.liz boer schreef: Beste DIA
Als je tot de Heere Jezus vlucht kun je nooit beschaamd uitkomen, als je overtuigd bent van alles te bezitten niet.
Waarin de Bijbel lees je dat iemand die naar Jezus vlucht zich achteraf vergist heeft?
Denk ook aan Saul. Hij kreeg een ander hart. Niet zo maar, maar van God. Dat ging heel ver, zodat men zei: Is Saul ook onder de profeten? enz.
Verder zal nooit een mens tot Jezus vluchten. Hij zal wel verontrust kunnen zijn aangaande zijn staat voor de eeuwigheid, hij kan ernstig gaan leven, bidden, naar de kerk gaan, enz. maar dat is nog geen ware overbuiging. De Schrift is niet onduidelijk over de smalle weg: En weinigen zijn er die dezelve vinden. Niet dat het dan geen schare zal zijn die niemand kan tellen, maar vergeleken bij de grote schare, ook van mensen die menen in te gaan en niet te kunnen, is het een klein kuddeke.
17 En Hij zeide tot hem: Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed dan Een,19 namelijk God. Doch wilt gij in het leven ingaan, onderhoud de geboden. (20)
18 Hij zeide tot Hem: Welke? En Jezus zeide: Deze: Gij zult niet doden; gij zult geen overspel doen; gij zult niet stelen; gij zult geen valse getuigenis geven;
19 Eer uw vader en moeder; en: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven.
20 De jongeling zeide tot Hem: Al deze dingen heb ik onderhouden van mijn jonkheid af; wat ontbreekt mij nog? (21)
21 Jezus zeide tot hem: Zo gij wilt volmaakt zijn, (22) ga heen, verkoop wat gij hebt, en geef het den armen, en gij zult een schat hebben in de hemel; en kom herwaarts, volg Mij.
22 Als nu de jongeling dit woord hoorde, ging hij bedroefd weg; want hij had vele goederen.
KT.
20) onderhoud de geboden.
Christus antwoordt hier naar de vraag en menig van deze jongeling, die door zijn eigen goede werken meende de zaligheid te kunnen verkrijgen, en daarom wijst Hij hem op de wet, om hem daardoor tot erkentenis van zijne onvolmaaktheid, en daarna tot het geloof in hem te brengen; Gal. 3:22,24.
21) wat ontbreekt mij nog?
Grieks, waarin kom ik nog tekort?
22) zo gij wilt volmaakt zijn,
Dit zegt Christus om dezen jongeling, die meende dat hij alle geboden Gods onderhouden had, overmits hij uiterlijk daarnaar had geleefd, te overtuigen dat hem nog veel ontbrak, zelfs aangaande de onderhouding van de geboden der tweede tafel, dewijl hij liever zijne goederen behouden had dan op Christus bevel die den armen te geven, en Hem te vogen: hetwelk ook blijkt uit het drie en twintigste vers, Want die dezelve zou onderhouden hebben, zou niet bezwaarlijk maar zekerlijk in het koninkrijk der hemelen komen; Rom. 10:5.
Mooi en helder dank je wel.Brbndr schreef:CHRISTEN. "En wat deed u toen?"
HOPENDE. "Ik maakte mijzelf tegenwerpingen tegen mijn geloof, in de mening, dat Hij niet gewillig was, mij zalig te maken."
CHRISTEN. "Wat zei GETROUW daarvan?"
HOPENDE. "Hij beval mij, naar Hem te gaan om het eens te proberen; maar ik zei, dat dit vermetelheid was. Hij antwoordde: 'Neen, want u bent genodigd om te komen (Matth. 11:28).' En hij gaf mij een boek van Jezus' nodiging, om mij daardoor aan te moedigen te vrijmoediger tot Hem te komen; van welk boek hij mij ook verzekerde, dat iedere tittel en jota vaster was dan de hemel en aarde (Matth.24:35). Toen vroeg ik hem, wat ik doen moest als ik kwam; en hij zei mij, dat ik met geheel mijn hart en ziel (Jer. 29:12, 13) de Vader op mijn knieën moest bidden (Ps. 95:6; Dan. 6:11), dat Hij Zijn Zoon aan mij wilde openbaren. Ik vroeg verder, hoe ik Hem mijn verzoek moest voordragen; en hij zei: 'Ga heen, en u zult Hem op Zijn Genadetroon (Exod. 25:22; Hebr. 4:16) vinden zitten, waar Hij het hele jaar door wacht, om vergeving en kwijtschelding te geven aan allen, die tot Hem komen.' Ik zei bovendien nog, dat ik niet wist, wat ik moest zeggen, wanneer ik al kwam. Maar hij beval mij te spreken als volgt: "O God, wees mij zondaar genadig en doe mij kennen en geloven in Jezus Christus; want ik zie, dat ik buiten Zijn gerechtigheid ten enenmale verloren ben. Heere, ik heb gehoord, dat U een barmhartig God bent, en dat U Uw Zoon Jezus Christus verordineerd hebt tot een Zaligmaker van de wereld en daarenboven gewillig bent, Hem te geven aan zulke arme zondaren, als ik ben (en ik ben waarlijk een groot zondaar). Heere, neem deze gelegenheid waar en verheerlijk Uw genade in het zalig maken van mijn ziel, door Jezus Christus Uw Zoon, Amen."
CHRISTEN. "Deed u wel, zoals u geboden was?"
HOPENDE. "Ja toch, vele malen, ja gedurig."
CHRISTEN. "Maar openbaarde de Vader ook Zijn Zoon aan u?"
HOPENDE. "Niet terstond, ook niet ten tweede, noch ten derde, vierde, vijfde, ja ook niet ten zesde male."
CHRISTEN. "Wel, wat deed u toen?"
HOPENDE. "Ik wist zelf niet te zeggen, wat mij te doen stond."
CHRISTEN. "Koesterde u geen gedachten om het bidden na te laten?"
HOPENDE. "Ja wel honderdmaal en nog wel eens zoveel."
CHRISTEN. "Hoe kwam het, dat u het niet deed?"
HOPENDE. "Ik geloofde, dat hetgeen mij gezegd was, waarachtig was, te weten, dat zonder de gerechtigheid van deze Christus, de hele wereld mij niet zou kunnen behouden; en daarom dacht ik bij mij zelf: laat ik het bidden na, zo sterf ik toch. Ik kan immers niet erger dan sterven voor de troon der genade. Boven dit alles kwam mij te binnen: Zo Hij vertoeft, verbeid Hem, want Hij zal gewisselijk komen, Hij zal niet achterblijven (Hab. 2:3). Zo volhardde ik in mijn gebeden, tot de Vader mij Zijn Zoon openbaarde."
CHRISTEN. "Hoe werd Hij u geopenbaard?"
HOPENDE. "Ik zag Hem, niet met mijn lichamelijke ogen, maar met de ogen van mijn verstand (Ef. 1:18, 19) en dit ging aldus: Op zekere dag was ik eens zeer bedroefd, ik denk: bedroefder dan ik ooit was in mijn gehele leven; deze droefheid ontstond in mij door een hernieuwd gezicht van de grootheid en snoodheid van mijn zonden: en niets anders tegemoet ziende dan de hel en de eeuwige verdoemenis van mijn ziel, dacht ik, dat ik zeer schielijk de Heere Jezus zag, als tot mij neerkomende van de Hemel en zeggende: 'Geloof in de Heere Jezus Christus en gij zult zalig worden.'
Maar ik zei: 'Heere, ik ben een groot, een zeer groot zondaar.'
En Hij antwoordde: 'Mijn genade is u genoeg.'
En toen ik vroeg: "Maar Heere, wat is geloven?' Zo zag ik uit het gezegde: 'Die tot Mij komt, zal niet hongeren, en die in Mij gelooft, zal nimmermeer dorsten' (Joh.6:35), dat geloven en komen hetzelfde is en dat hij, die komt - dat is, met zijn hart en genegenheid uitgaat naar Christus, om door Hem gezaligd te worden - ook waarlijk in Christus gelooft. Toen liepen mijn ogen vol tranen; en ik vroeg verder:
'Maar Heere, kan zulk een groot zondaar als ik ben, wel door U aangenomen en zalig gemaakt worden?' en ik hoorde Hem zeggen: 'Wie tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen' (Joh.6:37). Toen vroeg ik verder: 'Maar Heere, hoe moet ik U beschouwen in het komen tot U, opdat mijn geloof recht op U gevestigd wordt?' en Hij zei: 'Jezus Christus is in de wereld gekomen, om zondaren zalig te maken (1 Tim. 1:15). Hij is het einde der Wet, tot rechtvaardigheid een ieder die gelooft (Rom. 10:4). Hij is overgeleverd om onze zonden en opgewekt om onze rechtvaardigmaking (Rom. 4:25). Hij heeft ons lief gehad en ons gewassen met Zijn eigen bloed (Openb. 1:5). Hij is een Middelaar tussen God en ons (1 Tim. 2:5), Welke altijd leeft, om voor ons te bidden (Hebr. 7:24, 25).'
Naar aanleiding van dit alles nu nam ik het besluit, dat ik dan moest uitzien mijn gerechtigheid in Zijn persoon en de genoegdoening voor mijn zonden in Zijn bloed te vinden; dat alles, wat Hij gedaan had in de gehoorzaamheid aan Zijns Vaders wet en in de onderwerping aan haar straf, niet was voor Hem zelf, maar voor degene, die het aanneemt tot zijn zaligheid en daarvoor dankbaar wil zijn. Hierover nu was mijn hart vol vreugde, mijn ogen vol tranen en mijn genegenheden liepen over van enkel liefde tot de naam, tot het volk en tot de wegen van Jezus Christus."
Het gaat hier niet over Christen maar over Hopende. Hij zag dat hij onbekeerd was ja, maar hij had ook de tegenwerpingen die we vaak horen. Het legt wel aan ons - zie mijn eerdere posting van de dordtse leeregels. Het gaat niet over de diepte maar of het waar is. We kunnen ook erover praten of eruit praten.-DIA- schreef:Men begrijpt toch wel dat CHRISTEN (in bovenstaand citaat) al door de overtuiging van zonde was ontdekt aan zijn staat? Dat God hem al had aangezien en zijn ongeluk bekend was gemaakt? Wat moest CHRISTEN anders met JEZUS doen?
Voor wie met deze vragen worstelt (want ik neem aan dat je daarmee zit: 'maar ik dan, die zo weinig voel van mijn ellende?') heeft Bunyan de Christinnereis geschreven. Lees de worsteling van Barmhartigheid maar.-DIA- schreef:Men begrijpt toch wel dat CHRISTEN (in bovenstaand citaat) al door de overtuiging van zonde was ontdekt aan zijn staat? Dat God hem al had aangezien en zijn ongeluk bekend was gemaakt? Wat moest CHRISTEN anders met JEZUS doen?
Begrijpt u dat ik het na 10 jaar wantrouwen wel eens zat wordt?[/quote]-DIA- schreef:
Je zei tegen DIA dat hij eenzijdig was op een gegeven moment, nu zou ik dat ook van jouw post kunnen zeggen. Dat ga ik niet doet, aangezien je - net als DIA - een terecht punt benadrukt. Je hebt gelijk. En ik weet dat je hier geen punt zet, maar er ook een tegenover voor je is. Ik ben het ook zeker met je eens dat we meer krediet op de Heere zouden moeten hebben. Hij is een belovend God, Die tegelijkertijd een Waarmaker is.eilander schreef:Helemaal eens. Ook oudvaders hebben gewaarschuwd voor het nabijkomende werk, het is namelijk heel erg om jezelf te bedriegen. Menen in te kunnen gaan, en niet te zullen ingaan.JCRyle schreef:Je hebt een terecht punt DIA over het nabijkomende werk. Dat dit ook een onderbelichte plaats heeft in de prediking.
Maar verbaas je niet over het feit dat het niet begrepen wordt. De tijdsgeest is dat als ik voor Jezus kies, Jezus mij kiest.
Een gearriveerd christendom, een eigenwillige godsdienst. Als je daaraan komt, dan zul je vijandschap ervaren.
Maar er is maar één weg tot God: Genade door Recht. Maar dan moet ik en mijn vlees eraan; onmogelijk van nature.
Alleen dat is nu het wonder als God de eerste, de werker en de laatste is. Dan zorgt God voor Zijn eigen eer.
Maar het ongeloof is ook erg, en dat wilde ik nu eens benadrukken. En ongeloof houdt God verdacht in Zijn liefde, trouw en macht. Zijn we nu nooit eens bang om God verdacht te houden? Ik wel in elk geval, voor mezelf.
Je zei tegen DIA dat hij eenzijdig was op een gegeven moment, nu zou ik dat ook van jouw post kunnen zeggen. Dat ga ik niet doet, aangezien je - net als DIA - een terecht punt benadrukt. Je hebt gelijk. En ik weet dat je hier geen punt zet, maar er ook een tegenover voor je is. Ik ben het ook zeker met je eens dat we meer krediet op de Heere zouden moeten hebben. Hij is een belovend God, Die tegelijkertijd een Waarmaker is.eilander schreef:Helemaal eens. Ook oudvaders hebben gewaarschuwd voor het nabijkomende werk, het is namelijk heel erg om jezelf te bedriegen. Menen in te kunnen gaan, en niet te zullen ingaan.JCRyle schreef:Je hebt een terecht punt DIA over het nabijkomende werk. Dat dit ook een onderbelichte plaats heeft in de prediking.
Maar verbaas je niet over het feit dat het niet begrepen wordt. De tijdsgeest is dat als ik voor Jezus kies, Jezus mij kiest.
Een gearriveerd christendom, een eigenwillige godsdienst. Als je daaraan komt, dan zul je vijandschap ervaren.
Maar er is maar één weg tot God: Genade door Recht. Maar dan moet ik en mijn vlees eraan; onmogelijk van nature.
Alleen dat is nu het wonder als God de eerste, de werker en de laatste is. Dan zorgt God voor Zijn eigen eer.
Maar het ongeloof is ook erg, en dat wilde ik nu eens benadrukken. En ongeloof houdt God verdacht in Zijn liefde, trouw en macht. Zijn we nu nooit eens bang om God verdacht te houden? Ik wel in elk geval, voor mezelf.
Wat versta jij onder nabijkomend werk? Die vraag stel ik in verband met de twee volgende dubbelzinnen, die niet lijken te wijzen op iets nabijkomends maar op iets wat zeer ver van de gereformeerde leer is afgeweken.JCRyle schreef:Je hebt een terecht punt DIA over het nabijkomende werk. Dat dit ook een onderbelichte plaats heeft in de prediking.
Maar verbaas je niet over het feit dat het niet begrepen wordt. De tijdsgeest is dat als ik voor Jezus kies, Jezus mij kiest.
Een gearriveerd christendom, een eigenwillige godsdienst. Als je daaraan komt, dan zul je vijandschap ervaren.
!!!JCRyle schreef:Het spanningsveld kan mijn iniens alleen in de binnenkamer opgelost worden. Waar als het goed is ik openbaar kom als een onwaardige en allesmissend zondaar en God in Christus ga benodigen. Onze Heidelberger zegt het zo treffend met dat ene woordje: een Ander.
Apart dat je dat steeds doet als Christus wordt verkondigd. Een paar pagina's terug stel je dat er separerend gepreekt moet worden. Dat betekent 'in Christus' of 'buiten Christus'. Er is geen derde weg, hoe graag je die ook wilt. We kunnen allerlei godsdienstige verhalen houden en hele verhandelingen opzetten over de dogmatiek maar daar heb je helemaal niks aan zolang je leeft buiten Christus. Christus af blijven wijzen met welke argumenten dan ook is puur ongeloof.-DIA- schreef:Hier kan ik niet tegenop. Ga in vrede als u dat mag lukken.
Ik kan er niet meer aan doen.
Het gaat niet.
Lieve mensen.
Jullie merken wel dat zich hier alles tegen verheft.
Dat is wel eens om moedeloos onder te worden.
Maar mensen bekeren of tot het Licht brengen is geen mensenwerk,
Dat moge duidelijk blijken.
Ik moet (men zal het begrijpen) na de zoveelste poging maar weer gaan.
Ik zie geen andere weg, en ook voor mezelf is het wellicht beter.
Gaat dan uw weg, mocht het zijn in vrede.
'
En beste broeders is het goed?GJdeBruijn schreef:!!!JCRyle schreef:Het spanningsveld kan mijn iniens alleen in de binnenkamer opgelost worden. Waar als het goed is ik openbaar kom als een onwaardige en allesmissend zondaar en God in Christus ga benodigen. Onze Heidelberger zegt het zo treffend met dat ene woordje: een Ander.