Locatie van de hof van Eden

Iemand
Berichten: 127
Lid geworden op: 09 okt 2023, 17:56

Re: Locatie van de hof van Eden

Bericht door Iemand »

Wellicht is het nuttig om het zijn van een zoon van God te betrekken op Gods beeld, zoals ook de kanttekening op Luk. 3:38 doet. Adam is zoon van God, omdat hij geschapen is naar Gods beeld, Gen. 1:26. Jezus is Zoon van God, omdat Hij Gods beeld is, Kol. 1:3. De gelovigen zijn zonen van God, omdat zij veranderd worden naar Gods beeld, 2 Kor. 3:18, of, zoals Petrus zegt: de Goddelijke natuur deelachtig worden, 2 Petr. 1:4. In die zin strijdt het niet dat deze verschillende onderwerpen dezelfde naam krijgen, maar is dat juist een aanvulling.

Het geslachtsregister van Jezus Christus, de tweede Adam, de Zoon van God, eindigt bij de eerste Adam, de zoon van God, geschapen naar Gods beeld en gelijkenis.

De eerste Adam, of de mens, heeft het verbond overtreden, Hos. 6:7, niet getoond dat hij een zoon van God was, hij heeft Gods beeld verdorven, als een ontaarde. En Adam, de mens, gewon zonen naar zijn eigen beeld en gelijkenis, Gen. 5:3. Zo is door één mens de zonde in de wereld ingekomen, en door de zonde de dood, en de dood is doorgegaan tot alle mensen, Rom. 5:12. De tweede Adam, die kwam om te herstellen wat de eerste verdorven had, is zelf Gods Beeld. Hij, het Beeld van God, kwam opdat het beeld van God, wat in en door de mens verdorven was, weer hersteld zou worden. Zo is de eerste Adam geworden tot een levende ziel, toen God hem de adem inblies, maar de tweede tot een levendmakende geest, als Hij Gods beeld in de mens herstelt, 1 Kor. 15:45.

Het is de taak van kinderen om hun ouders gehoorzaam te zijn en hen na te volgen. Precies dit, dat de gelovigen kinderen of zonen van God genoemd worden en op hun Vader lijken als zij rein worden, wordt dan ook gebruikt als aanmoediging om heilig te leven. Zo schrijft Johannes: en een iegelijk, die deze hoop op Hem heeft, die reinigt zichzelven, gelijk Hij rein is, 1 Joh. 3:3, en Petrus: als gehoorzame kinderen, wordt niet gelijkvormig aan de begeerlijkheden, die te voren in uw onwetendheid waren, maar gelijk Hij, die u geroepen heeft, heilig is, zo wordt ook gijzelven heilig in al uw wandel, 1 Petr. 1:14, 15, en Paulus: opdat gij moogt onberispelijk en oprecht zijn, kinderen Gods zijnde, onstraffelijk in het midden van een krom en verdraaid geslacht, onder welke gij schijnt als lichten in de wereld, Fil. 2:15.

In het verlengde daarvan wordt, wat mij betreft, duidelijker waarom God de wereld met de zondvloed strafte: nog verder hadden Zijn zonen Zijn beeld verdorven, het gedichtsel der gedachten hunner harten was te allen dage alleenlijk boos, Gen. 6:5, voor en na de zondvloed, Gen. 8:21, en dat smartte God aan Zijn hart, Gen. 6:6. Daarbij zou je de tekst ook nog zo kunnen lezen dat Gods zonen de dochters van Adam aanzagen, waarbij je opnieuw de tegenstelling krijgt tussen het beeld van God en het beeld van Adam.
Plaats reactie