Groepscirkel schreef: ↑Vandaag, 14:11
Arja schreef: ↑Vandaag, 13:51
Groepscirkel schreef: ↑Vandaag, 06:16
Arja schreef: ↑Gisteren, 22:50Mijn indeling is wat breder: jouw overzicht blijft vooral binnen ervaringslezingen van de gelovige, terwijl ik daarnaast ook lezingen meeneem waarin de ‘ik’ functioneel of heilshistorisch wordt gelezen. Grofweg kom ik dan op vier benaderingen:
1. de onbekeerde mens onder de wet;
2. de wedergeboren gelovige als normatieve beschrijving;
3. een representatieve/retorische ‘ik’ die het bestaan van Israël onder de wet verwoordt;
4. een heilshistorische overgangssituatie op de grens van oud en nieuw, uitlopend op Romeinen 8.
Zelf neig ik naar een combinatie van 3 en 4. Ik ontken niet dat gelovigen zich in Romeinen 7 kunnen herkennen in de strijd met zonde, maar ik neem die herkenning niet als uitgangspunt voor de uitleg. Voor mij wordt de ‘ik’ primair bepaald door Paulus’ "heilshistorische" betoog over leven onder de wet tegenover leven door de Geest. Daar schrijft hij naar toe in zijn brief (en wij noemen dat Romeinen 8).
Waar in het Romeinenbetoog zie jij aanleiding om de ik-persoon anders te lezen dan Paulus zelf? Of, als er van persoonsperspectief wordt gewisseld, hoe kan ik die wijziging ontdekken?
En een andere vraag: waarom gebruik je het woord "normatief" bij bullet 2?
Volgens mij is het
realiteit en niet
normativiteit.
Met normatief (je tweede vraag) bedoel ik deze benadering: wordt Romeinen 7 bedoeld als maatstaf voor hoe het christelijk geloof altijd en voor iedereen functioneert? Dus niet: komt dit voor of herkennen gelovigen dit, maar: is dit hoe Paulus het geloofsleven tekent als blijvende norm.
Ik gebruik dat woord omdat dát precies de vraag van dit topic is. @Posthoorn pikte de nuance op. Haar antwoord was: Het is niet 'normatief', maar helaas de realiteit. Dat het wèl als normatief wordt gezien, is één van de benaderingen. Niet die van mij.
--
PS Ik ontken niet dat gelovigen dit zo kunnen ervaren. Alleen neem ik die ervaring niet als uitgangspunt voor de uitleg.
Heldere uitleg. Ik ben het eens met de uitspraak van Posthoorn over normativiteit en realiteit, inclusief de typering "helaas". Romeinen 7 zie ik als realiteit van het geestelijk leven, niet als normativiteit.
Maar op jouw punten 3 en 4, met name 3, stelde ik ook deze vragen. Ik ben wel benieuwd naar een reactie:
Waar in het Romeinenbetoog zie jij aanleiding om de ik-persoon anders te lezen dan Paulus zelf? Of, als er van persoonsperspectief wordt gewisseld, hoe kan ik die wijziging ontdekken?
Ik kan de ik-persoon in Romeinen 7 best als Paulus zelf lezen. Maarvoor mij is deze vraag belangrijker: wat is het doel van Paulus met de Romeinenbrief als geheel? En hoe verhouden deze woorden zich tot de specifieke groep in de gemeente die hij in dit stukje expliciet aanspreekt: “Weet gij niet, broeders (want ik spreek tot degenen die de wet verstaan), dat de wet heerst over den mens, zo langen tijd als hij leeft?”
Romeinen is geen autobiografie. Vanuit dat kader stel ik de vraag: welke functie heeft de ik-persoon binnen zijn betoog? Leest Paulus hier zijn eigen innerlijke leven uit, of gebruikt hij de ik-vorm om een bepaalde positie, met name het leven onder de wet van binnenuit zichtbaar te maken, zodat hij ook die lezers/hoorders uit de gemeente kan meenemen naar wat hij later zegt?
Voor mij ligt daar de kern dus van de vraag.
Waartoe zet Paulus de ik-vorm hier in, gezien het doel van zijn brief?
Dus een vervolgvraag voor jou: hoe verhoudt dit zich tot wat Paulus zelf zegt over zijn manier van spreken en identificeren?
“En ik ben den Joden geworden als een Jood, opdat ik de Joden winnen zou; dengenen, die onder de wet zijn, als onder de wet, opdat ik dengenen, die onder de wet zijn, winnen zou; dengenen, die zonder wet zijn, als zonder wet (hoewel ik niet ben zonder wet Gods, maar onder de wet van Christus), opdat ik dengenen, die zonder wet zijn, winnen zou.”
(1 Korinthe 9:20–21)
In de ruimste zin zegt Paulus hier dat hij zich bewust identificeert met de positie van zijn hoorders om hen van binnenuit mee te nemen. Dat roept de vraag op of zijn gebruik van de ik-vorm in Romeinen 7 niet in diezelfde lijn staat: persoonlijk van toon, maar ingezet in dienst van zijn doel. Welk doel? Mensen te winnen en verder te brengen in het evangelie van Jezus Christus.