Susan schreef: ↑30 dec 2025, 13:24
rhadders schreef: ↑29 dec 2025, 23:53
Susan schreef: ↑29 dec 2025, 23:02
rhadders schreef: ↑29 dec 2025, 21:00
Verwijzen naar ‘de grondtekst’ acht ik over het algemeen niet heel wijs in een (online) discussie. Omdat je daarmee al snel ‘over de hoofden heen’ spreekt, aangezien 99,9% van de mensen de grondtekst niet kent. Maar bovenal omdat het niet nodig is. Als een argument of zelfs complete leer volledig afhangt van hoe een enkele tekst of zelfs een enkel woord is vertaald, dan moet je echt je vraagtekens zetten bij de juistheid daarvan. De Bijbel legt zichzelf uit, wat betekent dat een bepaalde waarheid op meerdere plaatsen in de Bijbel naar voren wordt gebracht en dit kom in onze vertalingen voldoende naar voren.
Daar komt nog bij dat er niets zoiets is als ‘één grondtekst’, dus over welke grondtekst heb je het dan? Bovendien is er nooit slechts één vertaling van een Hebreeuws of Grieks woord, aangezien onze taal veel meer woorden kent. Een enkel woord of een enkele zin in de grondtekst kan vaak op meerdere manieren (goed) vertaald worden. Kortom, verwijzen naar de grondtekst is vaak niet heel erg nuttig. En je loopt het risico dat je ervan beschuldigd wordt je te verheffen boven anderen. Dan gaat het niet meer om een inhoudelijk debat, maar wordt het een wedstrijd ver pissen.
Dan meer inhoudelijk:
@Suson, ik probeer te begrijpen welk punt je wilt maken. Dat het besluit om te dopen altijd een individuele keuze is van een volwassene? We kunnen het er snel over eens zijn dat dit de voorbeelden zijn die je tegenkomt in de Bijbel. Echter, zoals ik eerder al schreef komen in de kinderdoop twee lijnen samen: het verbondsdenken en de geloofsdoop. De nadruk bij de kinderdoop ligt vooral bij het verbondsdenken: je hoort bij de gemeenschap van gelovigen en deelt in de zegeningen en beloften van God (aan die gemeenschap). En omdat je deel wordt van die gemeenschap (‘er in op gaat’), past die symboliek van dopen daar ook prima bij.
Het geloofsaspect (van de geloofsdoop) zit er ook wel degelijk in, omdat het een uitvloeisel is van het geloof van de ouders. Stel je voor: een stel ouders met een jong kind komt tot geloof en wil zich laten dopen. Zou het kind dan worden buitengesloten? In de context van de bijbelse tijd kan ik mij dat in elk geval moeilijk voorstellen, want zo’n sterk individueel onderscheid werd niet gemaakt, zeker niet tussen ouders en kinderen. Je vormde ‘één huis’, zoals eerder al is betoogd. Dat is wat vreemd aan ons denken, maar het is een valide argument in de discussie rondom de kinderdoop.
Jij zegt in je antwoord aan Valcke dat de Bijbel zichzelf uitlegt en dat een waarheid daarom op meerdere plaatsen duidelijk moet zijn. Die maatstaf neem ik serieus en ik neem de proef op de som. Als je de volgende Schriftgedeelten naast elkaar legt, Romeinen 6:3–4, Galaten 3:26–27, Kolossenzen 2:12 en 1 Petrus 3:21 en de vele andere teksten. Wat zeggen zij dan samen over wat de doop betekent voor degene die zich laat dopen? En waar zie je in dit apostolische onderwijs aan de gemeenten expliciet terug wat jij hierboven noemt: toetreden tot de gemeenschap, delen in beloften, of doop op grond van het geloof van anderen?
Dat is mijn vraag: wat zeggen de apostelen zelf over de inhoud en betekenis van de doop voor degene die gedoopt wordt?
Je vergeet 1Kor.10:2. Over het volk Israël dat in Mozes werd gedoopt in de wolk en in de zee? Wat zegt dit volgens jou over de inhoud en betekenis van de doop?
Mooie uitdagng. Dank.
Volgens mij is de eerste vraag niet: wat zegt dit voor mij, maar: wat doet Paulus hier met deze tekst? In 1 Korinthe 10 richt Paulus zich tot gelovigen, niet tot mensen die nog dooponderwijs nodig hebben. Hij spreekt hen aan als “de geheiligden in Christus Jezus, de geroepen heiligen” tis intense taal die een bestaande, blijvende werkelijkheid veronderstelt.
Het probleem dat Paulus wil aanpakken is niet
onduidelijkheid over de doop, maar
misbruik van geestelijke vrijheid. Daarom grijpt hij terug op de exodusgeschiedenis om dit te zeggen: geestelijke voorrechten bieden geen garantie tegen oordeel wanneer er sprake is van ongehoorzaamheid. In dat kader gebruikt Paulus de doortocht door zee en wolk typologisch. Hij legt hier de doop niet uit, hij roept niemand op tot doop, en hij verbindt dit voorbeeld niet aan geloof of bekering. De geschiedenis functioneert als waarschuwing, niet als dooponderwijs.
Daardoor is er hier geen eenheid in functie tussen de doortocht door zee en wolk en de doop zoals die elders in het Nieuwe Testament wordt onderwezen. 1 Korinthe 10 is tekstueel niet geschikt om als fundament te dienen voor welke doopvisie dan ook. De tekst zelf gebruikt haar daarvoor niet. Typologie is hier illustratief, niet bepalend.
Ik leerde dat typologie in het Nieuwe Testament alleen normatief is, als ze expliciet wordt opgepakt door de apostelen, en wordt uitgelegd (niet alleen genoemd dus) en wordt verbonden aan Christus en het heil. Dat zie je bijvoorbeeld bij Adam en Christus, bij het Pascha en Christus (1 Korinthe 5:7), en bij het manna, dat door Jezus Zelf inhoudelijk wordt uitgelegd in Johannes 6.
Bij de rots in 1 Korinthe 10:4 zegt de Schrift expliciet: “de Rots was Christus.” De betekenis wordt daar niet verondersteld, maar benoemd en uitgelegd. De rots wordt geduid, de zee niet. Dat onderscheid maakt de tekst zelf volgens mij en dat heeft te maken met de functie van wat Paulus zegt. Omdat de functie van de rots in Paulus’ betoog anders is dan die van de zee. Paulus duidt de rots omdat hij Christus wil aanwijzen als de bron van leven en genade. Hij laat de zee ongeduid omdat zij alleen functioneert als onderdeel van een waarschuwend voorbeeld.
Mozes ongehoorzaamheid had reële gevolgen. Toen hij niet sprak tot de rots, maar haar sloeg (Num. 20), werd hij uitgesloten van het binnengaan van het land. Dat onderstreept precies Paulus’ punt: nabijheid tot God, grote voorrechten en zelfs bijzondere roeping bieden geen immuniteit tegen de gevolgen van ongehoorzaamheid. Dat is wat hij zegt tegen de gelovigen in Korinthe.
Geen dooponderwijs.
Vooral die laatste twee woorden zijn interessant: 'geen dooponderwijs'. Feit is dat Paulus hier de doortocht door de zee en de wolk een doop noemt. En ja, dat is typologisch, maar dat is de doop überhaupt. Het is een doop - en daarmee toch ook dooponderwijs?
Door wat je een paar regels eerder schrijft, denk ik te begrijpen hoe je tot dit standpunt komt:
"Ik leerde dat typologie in het Nieuwe Testament alleen normatief is, als ze expliciet wordt opgepakt door de apostelen, en wordt uitgelegd (niet alleen genoemd dus) en wordt verbonden aan Christus en het heil."
Ik moet je eerlijk bekennen dat mijn brein even kortsluiting maakte toen ik dat las: 'Typologie... alleen normatief als...'. Je illustreert hiermee hoe velen, binnen de westerse theologie, omgaan met bijbelse symboliek / typologie: als het niet wordt gedefinieerd of uitgelegd (door bijv. de apostelen) dan kunnen we er niets mee. Ik ben dan wel benieuwd hoe je bijvoorbeeld omgaat met een Jozef, die overduidelijk een type van Christus, maar nergens in de Schrift als zodanig wordt genoemd. Of een voorwerp als de staf van Aäron? Er is heel veel symboliek die niet heel expliciet (in woorden) wordt uitgelegd in de Schrift. Symboliek openbaart, het is juist een andere manier van communiceren dan met woorden. Als Paulus in 1Kor.10:2 zegt "dat ze zich allemaal in de naam van Mozes lieten dopen in de wolk en in de zee", legt hij dit ook niet verder uit. Zijn lezers begrepen de symboliek en wat hiermee gezegd wordt.
Maar goed, laten we even uitgaan van wat jou geleerd is: is jouw opmerking dat Paulus de zee ongeduid laat 'omdat zij alleen functioneert als onderdeel van een waarschuwend voorbeeld' dan niet in strijd daarmee? Immers, dit staat nergens?
Ik ben het met je eens: de rots is een christologisch beeld. De zee heeft een andere betekenis, is vaak een beeld van overgang en oordeel. Maar behoort dus wel degelijk tot het onderwijs in de Schrift over de doop. Dit waren bekende beelden die geen verdere uitleg behoefden. Met de christologische typologie is dat anders, omdat deze beelden hun definitieve betekenis krijgen in Christus en dit nog geopenbaard moest worden.
Kortom: Israël is als volk gedoopt bij de doortocht. Dat dit op geheel andere wijze is dan de doop die wij kennen, is waar. Desondanks is ook 'onze doop' primair een beeld. Vandaar ook Paulus waarschuwing: de doop op zichzelf betekent niets, als het niet gepaard gaat met een gelovige wandel.