Maarten Luther schreef: Het fundament van het Evangelie is dat u Christus vooraf, voordat u Hem tot een voorbeeld neemt, ontvangt en erkent als een Gave die u van God gegeven en uw eigendom is. Dit zo, dat als u Hem ziet of hoort: dat Hij iets doet of lijdt, dat u er niet aan twijfelt of Christus zelf met al dat doen en lijden is van u. Hierop kunt u net zoveel vertrouwen alsof u het zelf had gedaan, ja alsof u zelf die Christus was. Zie, dat is het recht kennen van het Evangelie, dat is Gods overvloedige goedertierenheid, die geen profeet, geen Apostel en geen Engel ooit heeft kunnen uitspreken, geen hart ooit genoeg kunnen bewonderen noch begrijpen: dat is het grote vuur van Gods liefde tot ons, daaruit wordt het hart en de consciëntie vrolijk, gerust en tevreden, dat is het preken van het Christelijk geloof. Daarom heet zulke prediking 'Evangelie', dat betekent in het Nederlands zoveel als: 'een vrolijke, goede en troostelijke boodschap', en van deze boodschap worden de Apostelen boden genoemd.
Daarover zegt Jesaja: een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, Jes. 9:5. Is Hij dus aan ons gegeven en moet Hij de onze zijn, dan moeten wij Hem ook aannemen als de onze. En: heeft Hij ons niet alle dingen gegeven met Zijn Zoon, Rom. 8:32? Zie, als u Christus zo aangrijpt, als u een Gave die u tot eigendom gegeven is, twijfel daar niet aan: dan bent u een Christen, dat geloof verlost u van de zonde, dood en hel, het maakt dat u alles overwint. O daar kan niemand genoeg over spreken. Het is te beklagen dat zulke prediking in heel de wereld verzwegen is, en er toch elke dag over het Evangelie geroemd wordt.
...Als u dan het boek van het Evangelie open doet en leest of hoort hoe Christus hier of daar heen gaat, of dat iemand tot Hem gebracht wordt, dan moet u dat opvatten als de prediking of als het Evangelie, waardoor Hij tot u komt of u tot Hem gebracht wordt. Want Evangelie preken is niets anders dan het komen van Christus tot ons, of het gebracht worden van ons bij Hem. Als u dan ziet hoe Hij doet en iedereen helpt, dan moet u weten dat het geloof dat in u werkt en dat Hij uw ziel precies diezelfde hulp en goedheid biedt door het Evangelie. Sta hier dan stil en laat u goed doen, dat is: geloof dat Hij u weldoet, dan hebt u het zeker. Dan is Christus van u en u tot een Gave geschonken.
Gelezen (geloofsopbouwend)
Re: Gelezen (geloofsopbouwend)
Re: Gelezen (geloofsopbouwend)
“Uit God geboren zijn”
Die niet uit het bloed, of uit de wil van het vlees, of uit de wil van een man, maar uit God geboren zijn.
Tekst JOHANNES 1:13 (weergave DB 1545)
“Alleen Jezus Christus, onze Heere, brengt deze geboorte en geeft de vrijheid, het recht en de macht aan hen die in Hem geloven, om kinderen van God te zijn (v.12). Hij alleen geeft het kindschap. Daarom zijn Gods kinderen uitsluitend diegenen die uit God geboren zijn, dat wil zeggen: die in Jezus Christus, Gods en Maria’s Zoon, geloven, en deze gelovigen zijn niet uit het bloed, of uit de wil van het vlees, of uit de wil van een man, maar uit God geboren (v.13).
Zo snijdt de evangelist alle heerlijkheid, macht en kracht van de wereld af en wil hij zeggen: het helpt niet tot de zaligheid dat iemand keizer, koning, vorst, vroom, wijs, geleerd of rijk is, want alle mensen – al zijn zij van hoge of lage geboorte in deze wereld – zijn slechts vlees. Zoals de profeet Jesaja zegt: ‘Alle vlees is gras en als een bloem van het veld. Het gras verdort, de bloem verwelkt, maar het Woord van God blijft in eeuwigheid’ (40:6-8).
Wie zich nu aan het Woord houdt en Johannes’ getuigenis aanneemt (zie v.6 vv), namelijk die in Zijn Naam gelooft, komt tot deze onuitsprekelijke heerlijkheid, dat hij een kind van God is. Het maakt niet uit of hij nu keizer, koning, burger, boer, knecht, herder of bedelaar is. Het geldt voor allen, niemand uitgezonderd, man of vrouw, die Christus’ Woord horen en in Hem geloven, die hebben recht en macht, dat zij in waarheid kunnen zeggen: Ik ben door Christus Gods kind en een erfgenaam van al Zijn hemelse genadegoederen, en God is mijn Vader.
Daarom zouden wij deze zalige prediking met ons hele hart moeten horen en graag op onze knieën – wanneer wij deze prediking niet zouden hebben – deze van meer dan honderd mijlen halen en in onze harten inprenten, zodat wij van deze dingen ten volle verzekerd zijn. Want wie vast en zeker kon geloven dat hij Gods kind is, die zou een zalig mens zijn, veilig beschermd en onbevreesd voor alle ongeluk, duivel, zonde en dood.
Dit is nu de prediking van het Evangelie, die geheel anders luidt dan dat in de boeken van alle filosofen, wereldwijzen en hooggeleerde scribenten te vinden is, die, waar zij op z’n best zijn, toch in de delen waarin wij hier over het geloof spreken, niet in het minste raad kunnen geven. Terwijl zij helaas veel meer leerlingen hebben dan het lieve Evangelie, dat alleen de christenen toebehoort, zoals de Heere zegt: ‘…en aan de armen wordt het Evangelie verkondigd’ (Mattheüs 11:5).”
[Auslegung des ersten und zweiten Kapitels Johannis, 1537 und 1538. WA 46, 623ff]
Luther-citaat via de mailinglist van https://www.maartenluther.com/ (via die site kun je vragen om de citaten wekelijks te ontvangen)
Die niet uit het bloed, of uit de wil van het vlees, of uit de wil van een man, maar uit God geboren zijn.
Tekst JOHANNES 1:13 (weergave DB 1545)
“Alleen Jezus Christus, onze Heere, brengt deze geboorte en geeft de vrijheid, het recht en de macht aan hen die in Hem geloven, om kinderen van God te zijn (v.12). Hij alleen geeft het kindschap. Daarom zijn Gods kinderen uitsluitend diegenen die uit God geboren zijn, dat wil zeggen: die in Jezus Christus, Gods en Maria’s Zoon, geloven, en deze gelovigen zijn niet uit het bloed, of uit de wil van het vlees, of uit de wil van een man, maar uit God geboren (v.13).
Zo snijdt de evangelist alle heerlijkheid, macht en kracht van de wereld af en wil hij zeggen: het helpt niet tot de zaligheid dat iemand keizer, koning, vorst, vroom, wijs, geleerd of rijk is, want alle mensen – al zijn zij van hoge of lage geboorte in deze wereld – zijn slechts vlees. Zoals de profeet Jesaja zegt: ‘Alle vlees is gras en als een bloem van het veld. Het gras verdort, de bloem verwelkt, maar het Woord van God blijft in eeuwigheid’ (40:6-8).
Wie zich nu aan het Woord houdt en Johannes’ getuigenis aanneemt (zie v.6 vv), namelijk die in Zijn Naam gelooft, komt tot deze onuitsprekelijke heerlijkheid, dat hij een kind van God is. Het maakt niet uit of hij nu keizer, koning, burger, boer, knecht, herder of bedelaar is. Het geldt voor allen, niemand uitgezonderd, man of vrouw, die Christus’ Woord horen en in Hem geloven, die hebben recht en macht, dat zij in waarheid kunnen zeggen: Ik ben door Christus Gods kind en een erfgenaam van al Zijn hemelse genadegoederen, en God is mijn Vader.
Daarom zouden wij deze zalige prediking met ons hele hart moeten horen en graag op onze knieën – wanneer wij deze prediking niet zouden hebben – deze van meer dan honderd mijlen halen en in onze harten inprenten, zodat wij van deze dingen ten volle verzekerd zijn. Want wie vast en zeker kon geloven dat hij Gods kind is, die zou een zalig mens zijn, veilig beschermd en onbevreesd voor alle ongeluk, duivel, zonde en dood.
Dit is nu de prediking van het Evangelie, die geheel anders luidt dan dat in de boeken van alle filosofen, wereldwijzen en hooggeleerde scribenten te vinden is, die, waar zij op z’n best zijn, toch in de delen waarin wij hier over het geloof spreken, niet in het minste raad kunnen geven. Terwijl zij helaas veel meer leerlingen hebben dan het lieve Evangelie, dat alleen de christenen toebehoort, zoals de Heere zegt: ‘…en aan de armen wordt het Evangelie verkondigd’ (Mattheüs 11:5).”
[Auslegung des ersten und zweiten Kapitels Johannis, 1537 und 1538. WA 46, 623ff]
Luther-citaat via de mailinglist van https://www.maartenluther.com/ (via die site kun je vragen om de citaten wekelijks te ontvangen)
-
OnlineBewaar het Pand
- Berichten: 13
- Lid geworden op: 21 apr 2026, 22:21
Re: Gelezen (geloofsopbouwend)
De onderstaande meditatie stond in ons kerkblad van 16 april.
Van Simon gezien
“Welke zeiden: De Heere is waarlijk opgestaan, en is van Simon gezien.”
Lukas 24: 34
Dit getuigenis beluisteren we bij de blijde uitroep van de verheugde discipelen tot de wedergekeerde Emmaüsgangers aan het einde van de dag der opstanding: De Heere is waarlijk opgestaan. Hoe groot was de trouw en liefde van de Herder Die hen uit de strikken en banden van het ongeloof verloste! Aan het einde van die eerste dag zijn ze dan ook in verheugde zielenstemming bijeen. De lofzang klimt uit Sions zalen tot U met stil ontzag. Toch Pasen! De Heere is waarlijk opgestaan, ook voor Simon! Als er één in de banden heeft gezeten, is hij het geweest. Niet voor niets lezen we dat hij afzonderlijk een boodschap van de opstanding kreeg: "Zegt het zijn discipelen, en Petrus!"
Wat een rijke bemoediging! Het allergrootste is echter wel dat Christus Zichzelf openbaart aan hem, ongetwijfeld op de middag van die eerste dag. En dat nog wel als eerste van de discipelen. Opmerkelijk!
Bij de vrouwen is Maria Magdalena de eerste aan wie Jezus verschijnt. Bij de jongeren is dat Petrus. Welk een vrijmacht des Heeren, welk een liefde! Dat verstaan de andere discipelen, want ze zeggen niet: ‘en is van Petrus gezien’, maar ‘van Simon’. Daarin komt God alleen de eer toe. Petrus werd als Simon, zoon van Jonas, geroepen. Simon betekent 'gehoorzamende, horende', dat wil zeggen: luisterende naar elke stem, de licht bewogene, de onvaste. Zonder God in de wereld en zonder hoop voor de toekomst. Maar de Heere heeft hem gemaakt tot een 'rotsman'. Hoe rijk kwam die genade uit in zijn belijdenis: "Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods. " Maar het geldt van ieder kind des Heeren: Petrus werd een twee-mens. We zien duidelijk in zijn leven de strijd tussen de oude en de nieuwe mens: als hij, wandelende op de zee, in de golven zinkt, bij zijn verklaring in de paaszaal: "Ik zal mijn leven voor U zetten ". En wel in het bijzonder in de zaal van Kajafas, waar hij zijn Heere driemaal verloochende en zich openbaarde als een vreesachtige, als een wereldling, een leugenaar, ja een meinedige en vloeker! En daarom is het enkel 's Heeren ondoorgrondelijke trouw waardoor hij beweldadigd wordt en de Heere mag ontmoeten. Onvergetelijk wordt voor Petrus Jezus' verschijning op die middag van de opstandingsdag. We lezen niets van wat er gesproken wordt in deze ontmoeting. We weten daar niets van en toch ook weer wel, want zeker is dat de Heere menigvuldig geeft en niet verwijt. Dit ervaren allen die in hun zonden en ellenden tot Hem zich ter genezing wenden. Dat juist wordt het grote wonder: Hij handelt nooit met ons naar onze zonden, hoe zwaar, hoe lang wij ook Zijn wetten schonden. Petrus moet erkennen: Ja Heere, ik ben waardig het eeuwig verderf. Maar Christus betuigt: “Mijn kind, Ik ben voor u naar de hel gegaan om de straf uit te boeten.” Schrijft Petrus niet later in zijn brief: “Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout"? En schrijft hij niet: “Want Christus heeft ook eens voor de zonden geleden, Hij rechtvaardig voor de onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen"! Welk een troost vloeit er voort uit deze verschijning: voor Petrus want het is tussen zijn Heere en hem vlak, voor de discipelen, want: hetzij dat één lid lijdt, zo lijden al de leden mede; hetzij dat één lid verheerlijkt wordt, zo verblijden zich al de leden mede; voor Gods kind, opdat het moed mag scheppen uit zijn behoudenis: en is van Simon gezien. Maar nu is het voor ons de vraag: is Hij ook van mij gezien? Ken ik Hem door bevindelijke kennis, uit het Woord, door de Heilige Geest? Paulus getuigt: en ten laatste is Hij ook van mij, als van een ontijdig geborene, gezien. Verstandelijke kennis van Christus is niet genoeg. Er kan veel beschouwende kennis zijn welke straks bij het sterven wegvalt. Onderzoeken we onszelf in deze. Smeek om ontdekkend licht, opdat ge u niet bedriegt voor de eeuwigheid. Het is nog het heden der genade.
Welk een ontmoeting in die opperzaal! Ja, het wordt daar rijk. Wat zal het groot zijn wanneer Gods kinderen elkaar eens zo mogen ontmoeten met: Komt, luistert toe, gij Godsgezinden, gij, die de HEER' van harte vreest, Hoort wat mij God deed ondervinden, wat Hij gedaan heeft aan mijn geest! Dan worden de voorsmaken genoten van de eeuwige zaligheid, bereid voor allen die Zijn verschijning hebben liefgehad op de bruiloft des Lams! Daarvan deelgenoot te mogen worden is het grootste wonder voor hen die zich als 'Simon' leren kennen.
ds. H. van Leeuwen (1906-1988)
Bovenstaande meditatie heb ik tevens al eerder in het onderwerp 'Uit uw kerkbode' (viewtopic.php?t=12429&start=285) geplaatst, maar omdat ik denk dat daar niet zo veel mensen in actief zijn plaats ik hem ook hier.
Van Simon gezien
“Welke zeiden: De Heere is waarlijk opgestaan, en is van Simon gezien.”
Lukas 24: 34
Dit getuigenis beluisteren we bij de blijde uitroep van de verheugde discipelen tot de wedergekeerde Emmaüsgangers aan het einde van de dag der opstanding: De Heere is waarlijk opgestaan. Hoe groot was de trouw en liefde van de Herder Die hen uit de strikken en banden van het ongeloof verloste! Aan het einde van die eerste dag zijn ze dan ook in verheugde zielenstemming bijeen. De lofzang klimt uit Sions zalen tot U met stil ontzag. Toch Pasen! De Heere is waarlijk opgestaan, ook voor Simon! Als er één in de banden heeft gezeten, is hij het geweest. Niet voor niets lezen we dat hij afzonderlijk een boodschap van de opstanding kreeg: "Zegt het zijn discipelen, en Petrus!"
Wat een rijke bemoediging! Het allergrootste is echter wel dat Christus Zichzelf openbaart aan hem, ongetwijfeld op de middag van die eerste dag. En dat nog wel als eerste van de discipelen. Opmerkelijk!
Bij de vrouwen is Maria Magdalena de eerste aan wie Jezus verschijnt. Bij de jongeren is dat Petrus. Welk een vrijmacht des Heeren, welk een liefde! Dat verstaan de andere discipelen, want ze zeggen niet: ‘en is van Petrus gezien’, maar ‘van Simon’. Daarin komt God alleen de eer toe. Petrus werd als Simon, zoon van Jonas, geroepen. Simon betekent 'gehoorzamende, horende', dat wil zeggen: luisterende naar elke stem, de licht bewogene, de onvaste. Zonder God in de wereld en zonder hoop voor de toekomst. Maar de Heere heeft hem gemaakt tot een 'rotsman'. Hoe rijk kwam die genade uit in zijn belijdenis: "Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods. " Maar het geldt van ieder kind des Heeren: Petrus werd een twee-mens. We zien duidelijk in zijn leven de strijd tussen de oude en de nieuwe mens: als hij, wandelende op de zee, in de golven zinkt, bij zijn verklaring in de paaszaal: "Ik zal mijn leven voor U zetten ". En wel in het bijzonder in de zaal van Kajafas, waar hij zijn Heere driemaal verloochende en zich openbaarde als een vreesachtige, als een wereldling, een leugenaar, ja een meinedige en vloeker! En daarom is het enkel 's Heeren ondoorgrondelijke trouw waardoor hij beweldadigd wordt en de Heere mag ontmoeten. Onvergetelijk wordt voor Petrus Jezus' verschijning op die middag van de opstandingsdag. We lezen niets van wat er gesproken wordt in deze ontmoeting. We weten daar niets van en toch ook weer wel, want zeker is dat de Heere menigvuldig geeft en niet verwijt. Dit ervaren allen die in hun zonden en ellenden tot Hem zich ter genezing wenden. Dat juist wordt het grote wonder: Hij handelt nooit met ons naar onze zonden, hoe zwaar, hoe lang wij ook Zijn wetten schonden. Petrus moet erkennen: Ja Heere, ik ben waardig het eeuwig verderf. Maar Christus betuigt: “Mijn kind, Ik ben voor u naar de hel gegaan om de straf uit te boeten.” Schrijft Petrus niet later in zijn brief: “Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout"? En schrijft hij niet: “Want Christus heeft ook eens voor de zonden geleden, Hij rechtvaardig voor de onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen"! Welk een troost vloeit er voort uit deze verschijning: voor Petrus want het is tussen zijn Heere en hem vlak, voor de discipelen, want: hetzij dat één lid lijdt, zo lijden al de leden mede; hetzij dat één lid verheerlijkt wordt, zo verblijden zich al de leden mede; voor Gods kind, opdat het moed mag scheppen uit zijn behoudenis: en is van Simon gezien. Maar nu is het voor ons de vraag: is Hij ook van mij gezien? Ken ik Hem door bevindelijke kennis, uit het Woord, door de Heilige Geest? Paulus getuigt: en ten laatste is Hij ook van mij, als van een ontijdig geborene, gezien. Verstandelijke kennis van Christus is niet genoeg. Er kan veel beschouwende kennis zijn welke straks bij het sterven wegvalt. Onderzoeken we onszelf in deze. Smeek om ontdekkend licht, opdat ge u niet bedriegt voor de eeuwigheid. Het is nog het heden der genade.
Welk een ontmoeting in die opperzaal! Ja, het wordt daar rijk. Wat zal het groot zijn wanneer Gods kinderen elkaar eens zo mogen ontmoeten met: Komt, luistert toe, gij Godsgezinden, gij, die de HEER' van harte vreest, Hoort wat mij God deed ondervinden, wat Hij gedaan heeft aan mijn geest! Dan worden de voorsmaken genoten van de eeuwige zaligheid, bereid voor allen die Zijn verschijning hebben liefgehad op de bruiloft des Lams! Daarvan deelgenoot te mogen worden is het grootste wonder voor hen die zich als 'Simon' leren kennen.
ds. H. van Leeuwen (1906-1988)
Bovenstaande meditatie heb ik tevens al eerder in het onderwerp 'Uit uw kerkbode' (viewtopic.php?t=12429&start=285) geplaatst, maar omdat ik denk dat daar niet zo veel mensen in actief zijn plaats ik hem ook hier.