De inleiding tot de wet in Zondag 34

-DIA-
Berichten: 27449
Lid geworden op: 03 Okt 2008, 00:10

De inleiding tot de wet in Zondag 34

Berichtdoor -DIA- » 05 Nov 2013, 12:15

In de Catechismusverklaring van wijlen ds. E. Venema stootte ik op een stukje dat me wat aansprak.
Dat me wel wat te zeggen heeft. En als ik me niet vergis, dan zal ik toch niet de enige zijn.
Vandaar dat ik deze inleiding tot de heilige Wet Gods hier met u wil delen.
Mogelijk dat u zichzelf erin ziet, zoals ook ik mijzelf daarin heb gezien.

GODS WET EN MIJNER ZIELE ZALIGHEID

Naar aanleiding van Zondag 34

Het is, geliefden, voorwaar niet de makkelijkste afdeling die ik met u heb te overdenken.
Als ik alleen de wet des Heeren met u mag bespreken, zult u gevoelen hoe moeilijk het is om te luisteren,
Maar hoe onmogelijk is het dan voor mij om de enige weg der zaligheid die daarin ligt verklaard, in Christus Jezus, u voor te houden.
Ik heb er dagen over gepeinsd… en uiteindelijk bleven mijn gedachten staan bij dit ene zinnetje: Dat ik, zo lief als mij mijner ziele zaligheid is.
Als ik zalig mag worden, dan mag ik alleen maar zalig worden uit genade, uit vrije gunst die eeuwig Hem bewoog.
Maar het ligt alleen verklaard in het woord ‘zaligheid’ zelf, waarvan de dichter heeft gezongen: Die God is ons een God van volkomen zaligheid.
En daar gaat het over.

Niet of ik straks naar de hemel mag, maar dat ik door genade mag weten dat die hoge en heilige God, Die niemand nodig heeft, en zeker mij niet,
mijn Deel is geworden. En dat uit de eeuwige liefde die voortvloeit uit dat Woord: Ja, Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde.
O, hoe onbegrijpelijk, dat Die volkomen God, Die God van volkomen zaligheid, op mij heeft willen neerzien. En dat mijn ziel uit liefde aan Hem is
verbonden, ook al zou ik met die drie jongelingen door het vuur moeten gaan,
Al zou ik hier, in mijn leven, alles verspelen, maar dat ik liever met Die volkomen God der zaligheid de dood inga en, met eerbied gezegd, verloren zal gaan,
dan dat ik een andere God voor mijn leven zou kiezen.
Waar ligt dat in verklaard? Dat ligt verklaard in Christus Jezus. Het kan nooit anders. God luistert, met behoud van Zijn deugden, recht en gerechtigheid,
alleen op in de Zoon van Zijn liefde.
Daarom wordt het in het hart van Zijn kinderen verklaard: Dat ik, zo lief als mij mijner ziele zaligheid is; dat Christus Jezus voor mij, mijn Rots,
mijn Deel en mijn eeuwig Goed is.

Al staan ze voor het gericht; al worden ze gedagvaard voor de koning die tot hen zegt: Maak één knieval. Ziende op hun zaligheid; op die God en op
Christus Jezus, getuigen zij: U zei bekend, o koning, dat wij uw goden niet zullen eren, noch het gouden beeld, dat gij hebt opgericht, zullen aanbidden.
Ik vraag u: hoe hoog is u uwer ziele zaligheid? Is dat alleen maar om aanzien te hebben bij een mens? Is dat alleen maar opdat gij hier in dit leven voorspoed
zult hebben? Of is die zaligheid net zo groot als in het dal van Dura?

Ik neem u mee. In gedachten ziet u het: er verrijst langzamerhand, eerst achter de schermen en later al hoger en hoger, een beeld. Het is nog een koninklijk
beeld ook. Het is een gouden beeld, waarin de koning zichzelf heeft afgebeeld; hij alleen is de god die kan eisen dat men voor hem de knieën zal buigen.
Ik zei: dat begint langzamerhand te verrijzen. Ik weet niet of u blind bent voor de tijd waarin wij leven. Het groeit. U ziet het langzaam, van hogerhand,
uit de regering opkomen; een regering die zich ‘paars’ noemt. Het begint zodanig op te klimmen, dat u zich straks afvraagt: Wat zal er met mijn kinderen gebeuren?
Wat zal er met mijn kleinkinderen gebeuren?
Straks komt er een tijd, waarin het zichtbaar wordt, want dan staat dat gouden beeld te schitteren in de zon. En iedereen, waar men ook is, op de akker of in zijn
gewone arbeid, ziet het beeld, omdat het zestig ellen hoog is. Dat is geen kleinigheid,

Men ziet het beeld en men ziet wat er gaande is. De groten der wereld zijn reeds opgeroepen; straks begint het orkest te spelen, en er komt ook nog gezang bij.
Vooral veel muziek, daar heeft u straks de jeugd het meest mee, geliefden. En dan komt het bevel: Als u de inzet hoort van alle muziekinstrumenten, is dat een
teken dat u neer hebt te knielen voor die god.
Voor dat gouden beeld dat boven u uitkijkt en als het ware zijn oog laat gaan of iedereen de koning wel nederig te voet valt. Iedereen buigt. En ik?
Ik denk wel eens: Zijn we al niet veel te ver gegaan, geliefden? We hebben samen gezongen: Hoe lief heb ik Uw wet. En wees nu eens heel eerlijk: Hoe lief heb ik
Gods Wet? Hoe lief is nu mj mijner ziele zaligheid?

U ziet het: In één ogenblik valt iedereen. En als u een ogenblik rondom u kijkt, zegt u: Die ook al? Doet die nu ook al mee, die vroeger zo streng was?
Onder de prediking van de heilige Wet de Heeren knielt men vandaag voor de grote wetten die men ons voorhoudt, geliefden. Niemand uitgezonderd.
Ja toch. Een drietal. Ze hebben geleerd: Zo lief als mij mijner ziele zaligheid is. En die is zo lief, zo groot, en nog feller dan het vuur brand ik de hete oven in het
dal van Dura. Dat is en vuur der liefde. Ze weigeren, zonder te zien wat de uitkomst daarvan zal zijn.
En nu heel eerlijk: wat doen u en ik? Als het vuur heet wordt gestookt, en het vuur nog heter wordt gestookt, nog heter dan het vandaag aan de dag gestook is,
getuigt u dan ook?

Straks wordt u bij de koning geroepen, en hij vraagt: Deed u dat met opzet? U kunt het nog één keer overdoen. En als de koning dat heeft gezegd,
antwoorden ze:
U zei bekend, o koning, dat wij uw goden niet zullen eren, noch het gouden beeld, dat gij hebt opgericht, zullen aanbidden.
Dat is geloof, zo hoog als de liefde van Die God der zaligheid te ervaren. Zo sterk de kracht van de liefde van Christus Jezus te ondervinden in dit dodelijkst
tijdsgewricht, dat men liever in de oven gaat, dan dat men één knieval doet.

Dat voert ons in de woestijn van Arabië; daar is ook iets opgericht. Daar is geen beeld opgericht, maar de bergtop der herinnering. Hier heeft Mozes, God ontmoet
bij de brandende braambos. Daar brandde dus ook een vuur, en daar moest Mozes ingewonnen worden voor dat ene: Zo lief als mij mijner ziele zaligheid is.
Hij is er voor ingewonnen. De Heere heeft er alles voor over gehad om Mozes te overtuigen dat God een God van volkomen zaligheid is.
Het heeft ook plaats waar Elia heeft gestaan; waar hij met God heeft gesproken.
Ik zou willen vragen: Is Die God der zaligheid u een vreemde God? Heeft Die God Zich aan uw ziel geopenbaard?

Nu, in dit uur, terwijl u opblikt naar de berg Horeb, waar geen vreemd god is, maar de God van eeuwige liefde, openbaart de God der zaligheid Zich aan Zijn
kerk in het verbond. Niet in het verbond der werken, maar in het verbond der genade. Vandaar dat het straks majesteitelijk van die berg klinkt: Ik ben God!
Ik ben de HEERE Uw God. En in dat woord HEERE, ligt de God van eeuwige liefde verklaard; de God van dat verbond. De God van zaligheid, Die met u gaat
spreken, en tegen u zegt: Weet u nog dat Ik u opgeraapt heb, o volk; weet u dat nig? Weet u nog d at u achtr de tichekovens lag; weet u dat nog?
Weet u nog dat u zwart was van dienstbaartheid? Weet u nog dat Ik u opraapte, omdat Ik een God ben van uwer ziele zaligheid? Die God van eeuwige liefde.
En in het woord HEERE ligt de Naam van Christus verklaard, als de Heere Zich bij de berg Horeb vertoont in donder en bliksem, en Zijn woorden laat horen,
de welbekende woorden: “Ik ben de HEERE uw God, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgeleidt heb.”

Er zijn heel wat mensen die de Wet des Heeren gebruiken in het werkverbond. U steelt niet; u heft nog nooit een mens doodgeslagen; u liegt niet, maar u
spreekt de waarheid; u heeft geen overspel bedreven, en noemt u maar op.
Maar dat is niet de bedoeling van Zondag 34. Hier is het een stuk der liefde. Zo lief als mij mijner ziele zaligheid is.
Dat volk van Israël, dat daar onderaan de berg Horeb staat, is verbonden aan God, in eeuwige liefde. En dan vraag ik u, geliefden: Hoe bent u aan die God
verbonden? Bent u alleen maar plichtsgetrouw, zodat u zegt: Ik doe wat ik moet doen, opdat ik door de weg van een verbroken werkverbond straks naar
de hemel mag? Of mag u weten, wat die jongelingen zeggen: Dat wij uw goden niet eren, noch het gouden beeld, dat gij hebt opgericht, zullen aanbidden.
Ik heb mezelf de laatste tijd een beetje verdiept in deze dingen, en kom bij de dag van vandaag terecht.

Er zijn twee afgoden waar wij ons voor buigen. Dat is de afgod die rolt over het groene tapijt. U heeft meegemaakt dat heel Nederland overeind stond,
voor die afgod koning voetbal. En schande hen die zich niet bogen voor die afgod. En u weet beter dan ik, hoevelen van de Gereformeerde Gemeenten daaraan
hebben meegedaan. Men heeft er alles op gezet; men heeft het werk neergelegd, om deze afgod te mogen dienen.
Er is nog een andere afgod. Dat is de afgod van de televisie. Ik heb u vanmorgen, namens de kerkenraad voorgelezen dat degenen die televisie hebben, geen
toegang hebben tot het Heilig Avondmaal. Men heeft zelfs een gebed gemaakt voor deze afgod: Wij danken u, koning televisie. Wij danken u dat gij tot in onze
kamer kunt komen, en dat wij de macht hebben over de knop. Wanneer wij u nodig hebben in de moeite van het leven, dat wij u aan mogen roepen, en dat
uitkomst kunt geven.
En nu heel eerlijk: Ook in de Gereformeerde Gemeenten wordt gevraagd: Welke koning dient u? Velen zijn er, die liever deze koning hebben, dan dat ze Die
dierbare Koning hebben.

U zou er over kunnen nadenken, geliefden, hoeveel afgoden er zijn. Och, u zou een afgod van uw kibnderen kunnen maken. Ik zeg niet dat u uw kinderen niet
lief mag hebben, maar dat u zo’n afgod van uw kinderen maakt, dat uw kind meer is dan die gezegende Immauël, de Koning der koningen. U zou van een dominee
een afgod kunnen maken. U zou een afgod kunnen maken van uzelf.

Ik ben een god in het diepst van mijn gedachten. Ach, wat heeft een mens zich gestreeld, wat heeft een mens zich verbeeld, geliefden. En het groeit op het
laatst zo hoog, dat het boven alles uitgroeit. Als het eropaan komt, vergeet ik de God mijner zaligheid.
.......

Gebruikersavatar
Mara
Berichten: 22152
Lid geworden op: 15 Jun 2010, 15:54

Re: De inleiding tot de wet in Zondag 34

Berichtdoor Mara » 05 Nov 2013, 12:23

Mooi Dia.
Uit welk jaar is dit? Het heeft aan kracht niets ingeboet i.i.g.
Als er schaduw is, dan moet er ook licht zijn ~ Spurgeon

-DIA-
Berichten: 27449
Lid geworden op: 03 Okt 2008, 00:10

Re: De inleiding tot de wet in Zondag 34

Berichtdoor -DIA- » 05 Nov 2013, 12:35

Mara schreef:Mooi Dia.
Uit welk jaar is dit? Het heeft aan kracht niets ingeboet i.i.g.


Ik weet het niet, maar de preken zijn gehouden toen hij in Middelburg-Centrun stond.
Het is uit de Catechismusverklaring: "Mijn enige troost" uitgegeven bij Gebr. Koster.
.......

eilander
Moderator
Berichten: 15938
Lid geworden op: 15 Okt 2007, 21:42

Re: De inleiding tot de wet in Zondag 34

Berichtdoor eilander » 05 Nov 2013, 12:45

-DIA- schreef:
Mara schreef:Mooi Dia.
Uit welk jaar is dit? Het heeft aan kracht niets ingeboet i.i.g.


Ik weet het niet, maar de preken zijn gehouden toen hij in Middelburg-Centrun stond.
Het is uit de Catechismusverklaring: "Mijn enige troost" uitgegeven bij Gebr. Koster.


Dat kan toch bijna niet, want hij heeft het over het paarse kabinet.... (1994)?
(Je hoort hem wel praten trouwens, als je dit leest!)

-DIA-
Berichten: 27449
Lid geworden op: 03 Okt 2008, 00:10

Re: De inleiding tot de wet in Zondag 34

Berichtdoor -DIA- » 05 Nov 2013, 13:09

eilander schreef:
-DIA- schreef:
Mara schreef:Mooi Dia.
Uit welk jaar is dit? Het heeft aan kracht niets ingeboet i.i.g.


Ik weet het niet, maar de preken zijn gehouden toen hij in Middelburg-Centrun stond.
Het is uit de Catechismusverklaring: "Mijn enige troost" uitgegeven bij Gebr. Koster.


Dat kan toch bijna niet, want hij heeft het over het paarse kabinet.... (1994)?
(Je hoort hem wel praten trouwens, als je dit leest!)


In het "Ten geleide" staat dit:
Enkele leden van de Gereformeerde Gemeente te Middelburg-Centrum hebben mij, bij een van
de ontmoetingen, gewezen op deze preken en gevraagd ze in druk te laten verschijnen.


Het "Ten geleide" is ondertekend met:

Barneveld,
voorjaar 2000
Een ronddolende pelgrim, in de woestijn des levens.
.......

Gebruikersavatar
SecorDabar
Berichten: 1541
Lid geworden op: 14 Okt 2011, 16:18

Re: De inleiding tot de wet in Zondag 34

Berichtdoor SecorDabar » 23 Dec 2013, 15:09

Ja zoals al is opgemerkt is het werkverbond verbroken door ons.
Lees het volgende eens uit een toepassing van een preek over Zondag 34:

O mensen, kon Israël het heerlijk aangezicht
van Mozes zonder deksel niet verdragen, wat zal het toch te zeggen zijn om in het
licht van Gods heilig aangezicht te moeten staan met een bij uzelf veroordeeld hart, met
de zonden in uw geweten, ja met een volmaakte herinnering?
Mensen, denkt u nooit aan de afwering van het volk van de berg door palen, bij het
geven van de wet, waarbinnen niemand dan alleen Mozes mocht komen?

U ziet daaruit hoe ongenaakbaar God voor u is buiten Christus,
en hoe de weg om door de wet gerechtvaardigd te worden voor eeuwig is toegesloten.
Daar staat als het ware nog een engel met een zwaard om de mens van die weg af te weren.
Die door die palen heenbreekt, is dood. Paulus zegt (Rom. 3:20), dat door de werken der wet geen vlees
meer zal gerechtvaardigd worden voor God.
En wel omdat (Rom. 8:3) de wet door het vlees krachteloos is geworden.

En mensen, evenwel is het de weg des Heeren om een mens
door de voorstelling van de eis van het werkverbond van zonden te overtuigen
en hem als een onmachtige en beschuldigde naar Christus uit te drijven.

Uit Catechismuspreek Zondag 34 van Justus Vermeer
Secor Dabar = Gedenkt het Woord (Psalm 119:49)


Al kunnen wij niets doen zonder de Geest,
toch zal de Geest niets doen zonder het Woord.
(Ds. Ebenezer Erskine)

Gebruikersavatar
Mara
Berichten: 22152
Lid geworden op: 15 Jun 2010, 15:54

Re: De inleiding tot de wet in Zondag 34

Berichtdoor Mara » 23 Dec 2013, 21:54

SecorDabar schreef:Ja zoals al is opgemerkt is het werkverbond verbroken door ons.
Lees het volgende eens uit een toepassing van een preek over Zondag 34:

O mensen, kon Israël het heerlijk aangezicht
van Mozes zonder deksel niet verdragen, wat zal het toch te zeggen zijn om in het
licht van Gods heilig aangezicht te moeten staan met een bij uzelf veroordeeld hart, met
de zonden in uw geweten, ja met een volmaakte herinnering?
Mensen, denkt u nooit aan de afwering van het volk van de berg door palen, bij het
geven van de wet, waarbinnen niemand dan alleen Mozes mocht komen?

U ziet daaruit hoe ongenaakbaar God voor u is buiten Christus,
en hoe de weg om door de wet gerechtvaardigd te worden voor eeuwig is toegesloten.
Daar staat als het ware nog een engel met een zwaard om de mens van die weg af te weren.
Die door die palen heenbreekt, is dood. Paulus zegt (Rom. 3:20), dat door de werken der wet geen vlees
meer zal gerechtvaardigd worden voor God.
En wel omdat (Rom. 8:3) de wet door het vlees krachteloos is geworden.

En mensen, evenwel is het de weg des Heeren om een mens
door de voorstelling van de eis van het werkverbond van zonden te overtuigen
en hem als een onmachtige en beschuldigde naar Christus uit te drijven.

Uit Catechismuspreek Zondag 34 van Justus Vermeer

Hey, wat fijn dat ik jou weer zie hier!
Als er schaduw is, dan moet er ook licht zijn ~ Spurgeon

-DIA-
Berichten: 27449
Lid geworden op: 03 Okt 2008, 00:10

Re: De inleiding tot de wet in Zondag 34

Berichtdoor -DIA- » 24 Dec 2013, 00:45

SecorDabar schreef:Ja zoals al is opgemerkt is het werkverbond verbroken door ons.
Lees het volgende eens uit een toepassing van een preek over Zondag 34:

O mensen, kon Israël het heerlijk aangezicht
van Mozes zonder deksel niet verdragen, wat zal het toch te zeggen zijn om in het
licht van Gods heilig aangezicht te moeten staan met een bij uzelf veroordeeld hart, met
de zonden in uw geweten, ja met een volmaakte herinnering?
Mensen, denkt u nooit aan de afwering van het volk van de berg door palen, bij het
geven van de wet, waarbinnen niemand dan alleen Mozes mocht komen?

U ziet daaruit hoe ongenaakbaar God voor u is buiten Christus,
en hoe de weg om door de wet gerechtvaardigd te worden voor eeuwig is toegesloten.
Daar staat als het ware nog een engel met een zwaard om de mens van die weg af te weren.
Die door die palen heenbreekt, is dood. Paulus zegt (Rom. 3:20), dat door de werken der wet geen vlees
meer zal gerechtvaardigd worden voor God.
En wel omdat (Rom. 8:3) de wet door het vlees krachteloos is geworden.

En mensen, evenwel is het de weg des Heeren om een mens
door de voorstelling van de eis van het werkverbond van zonden te overtuigen
en hem als een onmachtige en beschuldigde naar Christus uit te drijven.

Uit Catechismuspreek Zondag 34 van Justus Vermeer


Ik merk meer dat mensen van nu vaker te menselijk van de majesteit van God denken.
In een gebed kan men soms zo spreken alsof men met een medemens praat.
Op zich is dat niet per se verkeerd, maar je merkt soms dat we zo weinig een indruk
en besef doorklinkt van de hoge Majesteit van God en dan komt dat soms zo kil over,
dat je het wel aanvoelt, dat er weinig besef is tot Wie mens spreekt.
Men kan zonder indrukken wel een horen zingen: Welk een vriend is onze Jezus enz.
Zou men beseffen welk een hoge veheven Majesteit Hij is?
Een beetje besef van die Majesteit mag de mens wel eens doen beven.
En niet uit een slaafse vrees altijd, dat bedoel ik ook niet, maar ook dat is vandaag
al vaak ver te zoeken vrees ik.

    Gij, vrees'lijk zijt Gij in 't gericht;
    Wie zal bestaan voor Uw gezicht?
    Zo ras Uw mond het vonnis streek,
    Uw oordeel van den hemel bleek,
    Toen vreesde d' aarde voor Uw ogen;
    Toen werd ze stil door Uw vermogen.

    Als God ter hoge vierschaar steeg,
    't Zachtmoedig volk verlossing kreeg,
    Ontzette zich het gans heelal.
    Gewis, der mensen gramschap zal,
    Wanneer z' op 't hevigst is aan 't blaken,
    Uw groten lof nog groter maken.
.......

Gebruikersavatar
SecorDabar
Berichten: 1541
Lid geworden op: 14 Okt 2011, 16:18

Re: De inleiding tot de wet in Zondag 34

Berichtdoor SecorDabar » 24 Dec 2013, 09:34

Wijlen ds. E. Venema schreef aan het einde van deze preek over zondag 34:

Als het eropaan komt, vergeet ik de God mijner zaligheid.

Ja, en dat is zo waar als we dat kregen in te leven:
Ik vergeet de God van mijn zaligheid.

Maar God de Vader vergeet nooit:
Alzo lief heeft God de wereld gehad.....
De Heere Jezus Christus werd geboren.
Ere zij God in de hoogste hemelen
vrede op aarde
in de mensen een welbehagen.
Waarom werd Christus geboren?
Om Zijn volk zalig te maken van hun zonden.
O die zonden!
hun zonden, mijn zonden.....
Tot onze schande en schaamte zouden we de Kerstdagen moeten gedenken
met het innerlijke diepe eerbiedige stilstaan van het Wonder aller wonderen.
Christus geboren, de eerste staat van Zijn vernedering.
De Tweede Persoon in het Goddelijk Wezen werd Mens!
Ziet de Mens!
Hij kwam in Zijn menselijke natuur,
voor een volk dat Hem niet zocht,
maar wel een volk door Hem gezocht en gevonden.
Hij kent ze bij naam.
Ziet Ik heb u in beide handpalmen gegraveert.
Bij Hem ligt het vast, voor eeuwig.
De Heere kent degenen, Die de Zijnen zijn.

Mogen wij Die Persoon, de Heere Jezus Christus kennen, beminnen, vertrouwen?
Al wat aan Hem is, is gans begeerlijk!

Och zo zouden wel door kunnen gaan met dit te mediteren.
Ik wens de lezer met recht gezegende Kerstdagen....
Secor Dabar = Gedenkt het Woord (Psalm 119:49)


Al kunnen wij niets doen zonder de Geest,
toch zal de Geest niets doen zonder het Woord.
(Ds. Ebenezer Erskine)


Terug naar “Heidelbergse Catechismus”

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast