sabbat (1)

Plaats reactie
Ereunao

sabbat (1)

Bericht door Ereunao »

Gedenkt de sabbatdag

In welke betrekking staan wij nu ten opzichte van de sabbat?Of we nu de heiliging en instelling van deze dag ten tijde van de schepping of bij de wetgeving beschouwen,het is uitdrukkelijk de zevende dag, die God heeft aangewezen. Geen mens kon denken, dat hij God eerde, als hij de vierde of de vijfde of welke andere dag, behalve de laatste, in acht had gehouden. Wanneer men in plaats van de zevende dag de eerste dag gehouden had, was dat niets anders dan opstand tegen God geweest. Is het dan zo, dat de zevende dag eenvoudig vervangen is door de eerste? Leert de Schrift dat? Wanneer we de Handelingen van de apostelen lezen dan zien we dat de apostelen en anderen gewoon waren op de sabbatdag in de synagoge van de Joden te gaan. Zij waren gewoon op die dag, waar ook maar een open deur was, de Joden te onderwijzen.Op de eerste dag van de week waren zij gewoon om met de christenen samen te komen om ‘s Heren avondmaal te eten. Er was geen sprake van dat men de ene dag liet vallen en de ander ervoor in de plaats stelde. Was dat het geval geweest, dan zouden ze niet voortgegaan zijn om op sabbat met de Joden samen te komen én op de eerste dag van de week met de christenen. Toch deden zij beide. De christenen, die Joden geweest waren, gingen aanvankelijk nog op de sabbat naar de synagoge en hadden de vrijheid om deel te nemen aan de Schriftlezing. Wanneer men dit tegenwoordig zou doen, dan zou men in het algemeen als een indringer beschouwd worden, doch in die tijd werd het in een joodse synagoge toegestaan en op prijs gesteld.
De apostelen en de anderen waren daarom volkomen gerechtigd om deze vrijheid terwille van de waarheid te gebruiken. Zij handelden in de geest van genade. Als wij ergens met een goed geweten naar toe kunnen gaan, zonder ons te verbinden met iets dat in strijd is met het Woord van God, dan mogen we er heen gaan en we moeten er zelfs heen gaan als we het voor de Heer doen. Als echter van ons verlangd wordt, dat wij ons verbinden met iets of iemand, waarvan we weten dat het in strijd is met de wil van God, hoe zouden we dan vrij zijn om daar naar toe te gaan? Hebben wij het recht het niet zo ernstig te nemen met iets, wat in feite ongehoorzaamheid is? Zulke moeilijkheden deden zich toen echter niet voor. Want in de synagoge werd eenvoudig het Woord van God gelezen en er werd toestemming gegeven om dat uit te leggen. Wie zou kunnen zeggen dat dat verkeerd was? Als wij zouden weten dat in een kerk of kapel op een door-de weekse dag de Schrift en niets anders dan de Schrift gelezen zou worden en er tevens volstrekte vrijheid gelaten zou worden om daarin behulpzaam te zijn, zouden wij daar dan niet met blijdschap naar toe gaan? Vooropgesteld natuurlijk dat we daardoor geen andere verplichtingen op ons laden. Zelfs al zou het een groep heidenen zijn, die de Schriften lazen, zouden wij mogen binnengaan en met hen spreken. Dat zou, geloof ik, een open deur van de Heer zijn en de genade zou er zijn voordeel mee doen.Deze feiten zijn voldoende om aan te tonen, dat het een grote fout is te denken dat de dag van de Heer niets anders is dan de vervanging van de sabbat. Integendeel, de dag van de Heer heeft een oneindig veel hoger karakter dan de oude rustdag. Doch laat niemand ook maar één ogenblik vergeten dat de sabbat door God werd ingesteld. De sabbat was gefundeerd op twee grote, Goddelijke waarheden.
Ten eerste sprak die dag van de rust van de schepping, die nog in de toekomst ligt (tenminste in type). De sabbat sprak van rust, omdat God het scheppingswerk had voltooid.Ten tweede was die dag in het bijzonder gekoppeld aan de wet: het was dé dag van de wet. Bij beide gebeurtenissen,bij de schepping en bij de wetgeving, die van weergaloos belang waren voor de mens en voor Israël, sprak God met bijzondere nadruk over de sabbat. De sabbat berust daarom op een Goddelijke grondslag: de schepping en de wet. Maar is één van die twee bepalend voor de positie van de christen? In geen enkel opzicht. Bent u niets meer dan een mensenkind, een schepsel? Dan bent u zeker schuldig en zult u in de hel geworpen worden. Staat u op de basis van de wet? Dan bent u verloren en veroordeeld, want dan bent u onder de vloek.Een christen staat echter noch op de grondslag van de schepping, noch op die van de wet. Op welke grondslag staat hij dan wel? Hij behoort tot de nieuwe schepping en hij staat in de genade. Dat is precies het prachtige contrast met de sabbat. De eerste dag is daarom iets volkomen nieuws. Het is de heilige gedenkdag van de Goddelijke zegen, die aan de christen individueel en aan de gemeente van God als geheel toekomt. Toen Christus uit het graf verrees met een nieuw leven om dat aan ieder, die in Hem gelooft te geven, werd Israël terzijde gesteld. In welk opzicht was Hij na Zijn opstanding méér met Israël dan met de heidenen verbonden? Integendeel, Hij was volledig boven beide verheven. Het werk was volbracht. En na zijn opstanding zien wij Hem in het midden van zijn discipelen verschijnen. Hij was niet in het midden van de Joden of van de heidenen, maar in het midden van de gemeente of datgene wat daarvan een type was. Vooraf had Hij eerst een ontmoeting gehad met individuele gelovigen, met Maria Magdaléna en anderen. En we vinden Hem in de gemeente op de eerste dag van de week. Voor ons heeft die dag precies hetzelfde karakter. Het is allereerst de dag van de opstanding van Christus, d.w.z. niet alleen was het werk van de verlossing volbracht, maar ook was het werk van de nieuwe schepping met geweldige kracht begonnen. De nieuwe dag is dus niet gegrond op de schepping, maar op de verlossing. Die dag is de uitdrukking van de genade en niet van de wet. Op deze wijze wordt de zaak ons in de Schrift voorgehouden.We moeten er daarom aan vasthouden dat de christen zeer zeker een speciale dag gekregen heeft. Het is de dag waarop hij zijn Heiland mag ontmoeten. Die dag is oneindig veel meer gezegend dan de sabbat van de mens. Hij denkt niet aan een schepping, die voorbij is gegaan, maar hij is een nieuwe schepping binnen getreden.
ereunao
Robert
Berichten: 1424
Lid geworden op: 28 nov 2002, 10:29
Locatie: Delft

Bericht door Robert »

Carpe Diem tamen Memento Mori
Madtice
Berichten: 1070
Lid geworden op: 06 sep 2002, 10:24

Bericht door Madtice »

Over de Sabbaths dag kan ik kort zijn. Romeinen 14:5

De een acht wel den enen dag boven den anderen dag, maar de ander acht al de dagen gelijk. Een iegelijk zij in zijn eigen gemoed ten volle verzekerd. Statenvertaling

Deze stelt de ene dag boven de andere, gene stelt ze alle gelijk. Ieder zij voor zijn eigen besef ten volle overtuigd. NBG

Of te wel: doe het wel doe het niet, het is allebei goed zolang je er van overtuigt bent dat je het doet om dat je God lief hebt en Hem eert.
Ereunao

Bericht door Ereunao »

Madtice;

Helemaal mee eens, het gaat er mij slechts om dat wij twee heel verschillende principes door elkaar halen als wij de zondag vieren als een verlate sabbat.Want de sabbat behoort bij Israël en bij de aarde, de eerste dag der week bij Christus en bij de hemel.Wie de sabbat wil houden moet zich ook laten besnijden en al de andere geboden van de torah onderhouden. Wie dat doen hebben tegelijk de vervulling in Christus ontkend. Zij zijn teruggevallen in een leven waarin uren en dagen en maanden het leven bepalen en niet Christus.Wij moeten ook niet vergeten dat Paulus zich in Rom.15:4 tot zijn joodse lezers richt, maar in Gal.4:9-11 tot gelovigen uit de heidenen die de wet nooit gehad hebben en dat maakt een belangrijk verschil. De Messiasbelijdende joden onderhouden tot op de huidige dag de besnijdenis en de sabbat vanwege het verbond met Abraham,maar verwarren deze niet met de betekenis van de doop en de zondag.
Sabbatsheiliging op de zondag toe te passen is dus een onding,zoals Dr.A.van de Beek in zijn boek “De kring om de Messiasâ€
Ereunao

Bericht door Ereunao »

De vurigheid en de frisheid van het eerste begin kunnen heel gemakkelijk verloren gaan, maar als ons hart werkelijk oprecht is voor de Heer, dan zal positieve groei in de kennis en de genade van de Heer Jezus Christus volgen.En hoewel er een bepaalde blijdschap kan zijn, die na tien of twintig jaren niet zo groot is als zij was op de eerste dag waarop iemand de Heiland leerde kennen, geloof ik toch niet, dat die eerste toestand daarom geestelijken of meer tot eer van God is. Het één is de toestand van zegen van een kind, het ander die van een geestelijker volwassene:vaster, kalmer, minder op zichzelf gericht en op haar wijze tot eer van God, mits het gepaard gaat met een toenemen in kennis van de Heer en een eenvoudig hart ten opzichte van de Heer. Op dat punt falen we; maar voorzover het om de kracht van de Geest van God gaat, is er geen reden waarom een gelovige na vijftig jaren niet even gelukkig zijn zou als in het begin. Als u het Nieuwe Testament doorleest zult u, geloof ik, juist een dergelijke groei aantreffen. Zo laat de Geest van God zien dat de waarde die aan de eerste dag van de week gehecht werd, niet slechts berustte op een overijld denkbeeld van de apostelen, maar op een werkelijk Goddelijk gevoelen. De Heilige Geest bestuurde dat gevoelen niet alleen in de apostelen, maar Hij zorgde er ook voor dat de mededeling van het feit, dat zij op die dag gewoon waren brood te breken, voor ons werd opgeschreven.
In Handelingen 2:42-46 kunnen we lezen over de begintoestand in de gemeente te Jeruzalem. Zij waren gewoon om naar de tempel te gaan om te bidden, omdat zij Joden waren. Zij vierden hun christelijke feest echter thuis.
Dat betekent niet dat ze van huis tot huis gingen om het brood te breken, maar ze deden het ‘in de huizen’, dat wil zeggen in tegenstelling met het bidden in de tempel.Nadat die eerste toestand voorbijgegaan was, lezen we verder in Handelingen 20:7 dat zij op de eerste dag van de week vergaderden om brood te breken. En als we er nog eens goed over nadenken, is het juist bijzonder
mooi dat de eerste dag van de week de christelijke feestdag moet worden. Bij de sabbat was het zo dat ik zes dagen voor mezelf werk, voor de wereld, voor de aardse dingen, en tenslotte, moe van het dienen van mijzelf en anderen, de laatste dag voor de Heer. Maar als christen begin ik op de eerste dag met mijn Heiland.
Ik begin met zijn genade. Ik begin met Hem, die voor mij gestorven en opgestaan is. Ik ben geen Jood, maar een christen. Laten we daarom nooit vergeten: de sabbat is voor de één, de dag van de Heer, de eerste dag van de week, is voor de ander. Die dag is de dag van Hem, die door zijn eigen bloed, dood en opstanding een rechtvaardig eigendomsrecht ten behoeve van mijn eeuwige en hemelse zegen heeft verworven. In Zichzelf bezat Hij alles.Hij was Jahweh, de Heer van allen, voordat Hij in de wereld kwam. Doch nu is Hij Heer op een andere grondslag: de grondslag van verlossing, omdat Hij gestorven en opgestaan is. Zo staat de deur van de genade wijd open voor elke arme zondaar, die er door genade toe gebracht wordt om Hem aan te nemen en zich voor Hem neer te buigen.
De sabbat zal weer op aarde verschijnen in het Duizendjarige rijk. Ik bedoel dat de zevende dag in die tijd door de Joden onderhouden zal worden. De profetieën zeggen duidelijk, dat de sabbat van de Heer nog gehouden moet worden.Maar door wie? Wel, door Israël en ook door de volken. Want de volken zullen spoedig aan Israël onderworpen zijn en dat op aarde. Het is immers Gods bedoeling om Israël tot de hoogste plaats op aarde te verheffen. Wat gebeurt er ondertussen met de christenen?Zij zullen allen van de aarde worden weggenomen. Zij zullen in de hemel zijn. Voor hen zal er geen sprake meer zijnvan welke bijzondere dagen dan ook; dat zal dan allemaal ten einde zijn. We zullen in de dag der eeuwigheid zijn. We zullen in de rust van God zijn ingegaan, de sabbatsrust, die blijft. In de geest hebben we dat zelfs nu al gedaan, omdat we Christus aangenomen hebben en in Hem het eeuwige leven bezitten. Maar dan zullen we in de eeuwige dag verkeren,dan zal er geen eerste, en geen zevende dag meer zijn, maar één oneindigheid in de verheerlijkte toestand, terwijl we onze God en het Lam op heerlijke wijze dienen.
Doch zal men op aarde de dag van de Heer in acht nemen,als Israël hersteld zal zijn en in eigen land teruggebracht en bekeerd door Gods goedheid? Nee, zij zullen de sabbat houden. U kunt daarover lezen in het boek Ezechiël. Met de gegevens die u daar aantreft zou u een landkaart van Israëls situatie in het land in die tijd kunnen tekenen. Die gegevens worden zo nauwkeurig meegedeeld dat men met geringe moeite in staat is de grenzen van elke stam vast te stellen. In het heilige land zullen zij in het bezit zijn van een heerlijke stad en tempel; de naam van die stad zal zijn:‘Jahweh is aldaar’ (Ezech. 48:35). Wanneer echter die heerlijke tijd komt, zullen zij, in tegenstelling tot ons, niet de dag van zijn opstanding in acht nemen, maar de sabbat,die een teken was tussen Jahweh en Israël. Wanneer u de Schriften er op naleest, zult u zien, hoe vaak gezegd wordt dat de sabbat Jahweh’s teken voor Israël is. In die tijd zal Hij zijn volk die dag laten onderhouden. Zij zullen het doen op een veel heerlijker manier dan zij het ooit gedaan hebben. Want zij zullen rusten in Christus, hoewel zij niet dezelfde hemelse zekerheid zullen kennen, die de christen nu bezit.
Toen Christus opstond uit de doden, had Hij met de wereld afgedaan. En in Hem hebben wij nu in de geest ook afgedaan met de tegenwoordige wereld.‘Zij zijn niet van de wereld’, heeft de Heer Jezus gezegd. En hoever reikt dat? ‘Zoals ik niet van de wereld ben’ (Joh.17:14). Christus is de maatstaf en de norm, die aangeeft in welke mate wij niet van de wereld zijn. En omdat wij niet van de wereld zijn, hebben wij een dag die het stempel van vreugde draagt. De dag waarop Christus uit de doden opstond en geopenbaard werd, als Iemand die niet tot de wereld behoorde – die dag is de dag voor de christenen.
Aangezien echter de wereld in de toekomst ook gezegend zal worden en de Heer haar tot zijn eigen wereld maken zal, zal de wereld ook een dag hebben die bij haar past, de sabbat. Niets is zo duidelijk en zo belangrijk voor de praktijk.
Mogen we, ieder voor onszelf, deze waarheid leren, en wanneer we haar geleerd hebben, laten we er dan van getuigen in woord en daad! Mogen we door zijn genade in deze wereld zijn als mensen die er niets anders te doen hebben dan de wil van God, tot heerlijkheid van de naam van de Heer Jezus Christus! Dit is de opdracht voor iedere gelovige, die de Heer Jezus liefheeft, die in zijn werk rust en die met Hem is opgestaan.*ereunao


[Aangepast op 16/6/03 door Ereunao]
Klaas

Bericht door Klaas »

[font=Times New Roman]Hallo Ereunao, je schreef: `Toen Christus uit het graf verrees met een nieuw leven om dat aan ieder, die in Hem gelooft te geven, werd Israël Tekst hier terzijde gesteld.´

maar dan vraag ik me af hoe je omgaat met Romeinen 11:1,2& 29 1 Ik zeg dan: Heeft God Zijn volk verstoten ? Dat zij verre ; want ik ben ook een Israëliet, uit het zaad Abrahams, van den stam Benjamin. 2 God heeft Zijn volk niet verstoten , hetwelk Hij te voren gekend heeft. Of weet gij niet, wat de Schrift zegt van Elia, hoe hij God aanspreekt tegen Israël, zeggende: 29 Want de genadegiften en de roeping Gods zijn onberouwelijk .
[/font]
Ereunao

Bericht door Ereunao »

Klaas:
Als ik zeg dat Israël hier terzijde gesteld werd dan bedoel ik de natie;Paulus bewijst met zijn eigen voorbeeld dat er ook in deze bedeling een overblijfsel is naar de verkiezing der genade. Dat zijn de joden die individueel door het geloof toegebracht worden tot de Gemeente, maar de vervulling van de profetie over het nationale Israël is verbonden aan de wederkomst van de Messias, zoals Paulus in Rom.11:25,26 duidelijk maakt:

25 Want ik wil niet, broeders, dat u deze verborgenheid onbekend zij (opdat gij niet wijs zijt, bij uzelven), dat de verharding voor een deel over Israel gekomen is, totdat de volheid der heidenen zal ingegaan zijn.
26 En alzo zal geheel Israel zalig worden ; gelijk geschreven is: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob.
27 En dit is hun een verbond van Mij , als Ik hun zonden zal wegnemen.
En ook Petrus wijst in Hand.3 :19-21 duidelijk op het verband met de wederkomst en de bekering en het herstel van Israël:
19 Betert u dan, en bekeert u, opdat uw zonden mogen uitgewist worden; wanneer de tijden der verkoeling zullen gekomen zijn van het aangezicht des Heeren,
20 En Hij gezonden zal hebben Jezus Christus, Die u tevoren gepredikt is;
22 Welken de hemel moet ontvangen tot de tijden der wederoprichting aller dingen, die God gesproken heeft door den mond van al Zijn heilige profeten van alle eeuw. Zie ook Zach.12:
10 Doch over het huis Davids, en over de inwoners van Jeruzalem, zal Ik uitstorten den Geest der genade en der gebeden; en zij zullen Mij aanschouwen, Dien zij doorstoken hebben, en zij zullen over Hem rouwklagen, als met de rouwklage over een enigen zoon; en zij zullen over Hem bitterlijk kermen , gelijk men bitterlijk kermt over een eerstgeborene.
11 Te dien dage zal te Jeruzalem de rouwklage groot zijn, gelijk die rouwklage van Hadadrimmon, in het dal van Megiddon.
12 En het land zal rouwklagen, elk geslacht bijzonder; het geslacht van het huis Davids bijzonder, en hunlieder vrouwen bijzonder; en het geslacht van het huis van Nathan bijzonder , en hun vrouwen bijzonder;
13 Het geslacht van het huis van Levi bijzonder, en hun vrouwen bijzonder; het geslacht van Simei bijzonder, en hun vrouwen bijzonder ;
14 Al de overige geslachten, elk geslacht bijzonder, en hunlieder vrouwen bijzonder. 13:
1 Te dien dage zal er een Fontein geopend zijn voor het huis Davids, en voor de inwoners van Jeruzalem, tegen de zonde en tegen de onreinigheid.
Als er de profeten over Israël spreken dan wordt daar het volk mee bedoeld en niet de Joden die nu individueel toegebracht worden. En voor de heidenen geldt hetzelfde;dan gaat het over de volken die met Israël de Heere zullen dienen in het Messiaanse rijk zie Jes. !9:23-25; Zach.14.
De profetie vereist wel dat dan weer een nationaal Israël moet zijn, Math. 24:15-21, en daarom is God ook weer begonnen met de Joden weer terug in hun land te brengen, maar is geen nationale bekering voor de wederkomst van de Messias te verwachten. Zie ook Openb.1:7 en Hos.3. Ereunao
Klaas

Bericht door Klaas »

Hoi Ereunao,

ik denk dat ik het met je eens ben zeker ook wat je zegt over de nationale bekering van Israël: al eerder waren er theologen die wezen op eerst een nationaal herstel en vervolgens een geestelijk (nationaal) herstel.

graag wil ik daarbij een stuk Ezechiël 34 citeren:

[font=Times New Roman] 21 Spreek dan tot hen: Zo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal de kinderen Israës halen uit het midden der heidenen, waarhenen zij getogen zijn, en zal ze vergaderen van rondom, en brengen hen in hun land;
22 En Ik zal ze maken tot een enig volk in het land, op de bergen Israels; en zij zullen allen te zamen een enigen Koning tot koning hebben; en zij zullen niet meer tot twee volken zijn, noch voortaan meer in twee koninkrijken verdeeld zijn.
23 En zij zullen zich niet meer verontreinigen met hun drekgoden, en met hun verfoeiselen, en met al hun overtredingen; en Ik zal ze verlossen uit al hun woonplaatsen, in dewelke zij gezondigd hebben, en zal ze reinigen; zo zullen zij Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn.
24 En Mijn Knecht David zal Koning over hen zijn; en zij zullen allen te zamen een Herder hebben; en zij zullen in Mijn rechten wandelen, en Mijn inzettingen bewaren en die doen.
25 En zij zullen wonen in het land, dat Ik Mijn knecht Jakob gegeven heb, waarin uw vaders gewoond hebben; ja, daarin zullen zij wonen, zij en hun kinderen, en hun kindskinderen tot in eeuwigheid, en Mijn Knecht David zal hunlieder Vorst zijn tot in eeuwigheid.
[/font]


groeten,

Klaas
Ereunao

Bericht door Ereunao »

Klaas,helemaal accoord,het misverstaan in deze komt hier vandaan dat de kerk eeuwenlang gemeend heeft de enigst denkbare gestalte van het Koninkrijk Gods te zijn,daarom past zij beloften die alleen bij Israël en niet bij de kerk passen zoals de tempel en de offerdiensten verkeerd toe door ze te vergeesteliken.ereunao
Madtice
Berichten: 1070
Lid geworden op: 06 sep 2002, 10:24

Bericht door Madtice »

Klaas en Ereunao, ik ben erg onder de indruk van jullie visie. De Bijbel maakt op deze manier veel meer 'sense'! Kan ik jullie mening samenvatten met de woorden: "het misverstaan in deze komt hier vandaan dat de kerk eeuwenlang gemeend heeft de enigst denkbare gestalte van het Koninkrijk Gods te zijn,daarom past zij beloften die alleen bij Israël en niet bij de kerk passen zoals de tempel en de offerdiensten verkeerd toe door ze te vergeesteliken."?

Vooral het stukje over de sabbath houden betekent ook besneden worden en al die andere geboden onderhouden en daarmee de verlossing van Christus verloochenen sprak me erg aan. Ik denk dat dat erg goed te rijmen valt met de Nieuw Testamentische boodschap dat wij niet meer onder de tuchtmeester van de wet zijn, maar vrij in Christus, en vanuit die relatie God lief hebben en onze wil aan de Zijne proberen te onderwerpen.
Ereunao

Bericht door Ereunao »

Madtice: je hebt het goed begrepen, het O.T. heeft voor ons niet afgedaan;al wat tevoren geschreven is, dat is tot onze lering tevoren geschreven ( Rom.15:4 ) maar je moet nooit beloften, inzettingen en profetieën die exclusief Israël gelden op de Gemeente van Christus overbrengen en omgekeerd. De sabbat is een nationale instelling van Israël, pas toen God Israël tot een volk samengevoegd had en uit Egypte geleid had lezen wij voor het eerst van de sabbat Ex.16:23.
Wij lezen in Gen.2 dat God rustte op de zevende dag, maar nergens lezen wij in Gen.van een gebod voor de mens om te rusten op die dag;ook de aartsvaders hebben de sabbat niet gekend.Als inzetting behoort de sabbat alleen bij Israël, maar typologisch spreekt het ons van de rust die er overblijft voor het volk Gods. Hebr.3:9

.In Gal.3 spreekt Paulus als Jood tot het Joodse deel van de Gemeente;de heidenen hebben de wet nooit gehad en waren dus ook niet onder de tuchtmeester ( Gr.paidagogos )

Er is niets waartoe de mens meer geneigd is dan wet en genade te vermengen. Al de strijd in de kerk de eeuwen door is tot dit item te herleiden. Dit geschiedt soms op zo een subtiele manier dat het niet altijd direct te herkennen valt. Dat de mens niet door de wet gerechtvaardigd wordt zal elk rechtzinnig, gereformeerd mens nog wel erkennen, maar dan begint de strijd pas goed. Want ook een gereformeerd mens zit vol van eigengerechtigde vroomheid. Voordat hij er zelf erg in heeft bouwt hij zijn staat op zijn bekering, zijn ondervinding of op de vruchten van zijn geloof. Maar als Jakobus zegt dat Abraham uit de werken gerechtvaardigd is dan bedoelt hij te zeggen dat een geloof zonder werken een dood en daarom feitelijk geen geloof is, en niet dat de werken voor God ook maar iets bijdragen tot de rechtvaardiging van de zondaar. Wet en genade zijn niet te verenigen, omdat ze zo verschillend zijn als twee dingen maar zijn kunnen. Als ze met elkaar vermengd worden verliest de wet haar strenge, onbuigzame majesteit omdat de wet van God ten diepste God zelf is. En de genade verliest haar Goddelijke bekoorlijkheden. Aan Gods heilige eisen wordt niet voldaan en in de diepste behoeften van de zondaar wordt niet voorzien als men probeert wet en genade te vermengen. Om heilig voor God te kunnen leven moet de zondaar eerst aan de wet gestorven zijn. Want het gebod, dat in de staat der rechtheid ten leven was, hetzelve is mij ten dood bevonden Rom.7:10. Toen Mozes met de twee stenen tafelen van de berg afkwam en zag dat het volk de wet reeds verbroken had wierp hij de stenen tafelen ter aarde. Dit was meer dan een opwelling van drift, het was een symbolische daad. Want wat moest een volk van verbondsbrekers nu nog met deze heilige Wet? Daarom werden de tweede wetstafels die Mozes van de Heere ontving in de ark onder het verzoendeksel bewaart en wee degene die deze vurige wet daar onderuit haalt om ze weer in eigen handen te nemen! .De wet is volmaakt en kan uit haar aard met niets minder dan met een volmaakte gehoorzaamheid genoegen nemen, zij weet van geen middelaar, daarom moet zij ons wel veroordelen. Daarom heeft en houdt zij wel een functie in het overtuigen van zonde,( zondag 2 H.C).


Als Paulus in Rom.3;31 zegt dat wij de wet bevestigen dan ziet dat m.i. niet op de heiligmaking maar daarop dat de zondaar in de toegerekende gerechtigheid van Christus een gerechtigheid ontvangt die in alle delen beantwoordt aan de eisen van de wet, wat nooit en te nimmer gezegd kan worden van een gebrekkige heiligmaking. Als de moordenaar aan het kruis belijdt:'en wij toch rechtvaardiglijk, want wij ontvangen straf waardig hetgeen wij gedaan hebben" dan bevestigt hij Gods wet Ps.51:6;Rom.3:4 In de ger.theologie is de wet weer ingevoerd als regel der dankbaarheid, bij Luther vinden wij dat veel minder. Als Paulus leert in Rom.7 dat de gelovige aan de wet gestorven is opdat zij eens Anderen zou worden, hoe kan dan de man waaraan zij gestorven is haar levensregel zijn? Ik vind in de Schrift maar één levensregel voor de christen:"blijft in Mij en Ik in u" Joh.15:4,5.In Christus heeft noch besnijdenis (wet hst.5;3) noch voorhuid enige kracht, maar een nieuw schepsel. En zovelen er naar deze regel zullen wandelen, over dezelve zal zijn vrede en barmhartigheid en over het Israël Gods. Nu is Christus geen dienaar der zonde, daarom zal het blijven in Hem nooit resulteren in een leven dat haaks staat op Gods geboden, maar dat is wat anders dan de christelijke gemeente opnieuw te verbinden aan een man waaraan zij gestorven is (Rom.7:4.Want Paulus zegt niet, zoals de analoge toepassing van vs 3 vereist, dat de wet (de eerste man) gestorven is, maar dat de christen aan de wet gestorven is. In de ervaring voel ik mij dan ook het beste thuis bij Kohlbrugge, ook als hij zegt dat de wet hem een lijk geworden is.


De wet kan niet naar eigen goeddunken in delen opgesplitst worden om er dan maar uit te halen wat ons past en de rest te laten liggen. Wie een gebod aanvaardt, aanvaardt de hele wet en wie in een gebod struikelt is schuldig aan alle. Als de Apostelen in Hand.15 besluiten dat de wet niet aan de heidenen opgelegd mag worden dan geldt dat de gehele wet en niet alleen de besnijdenis en de offercultus. Het duidelijkste bewijs hiervan vinden wij wel in de profetie over Israël in het Messiaanse rijk. Want wij lezen duidelijk in Gods woord dat als Hij Zijn wet in hun hart zal schrijven en Zijn heiligdom weer in het midden zal staan, zij ook de offers weer zullen brengen Ezech.20:40,41 De vervangingstheologie is een dikke boom met vele vertakkingen en ik vrees dat die ook in de opvatting van de wet een belangrijke rol gespeeld heeft. De kerk is wel het N.T.-ische volk van God, maar niet het N.T.-ische Israël. Ik heb niets tegen het voorlezen van de wet, Exodus 20 is net zo goed een hoofdstuk uit Gods woord, maar de plaats die zij in de liturgie inneemt bewijst dat men er wel van uitgaat dat de kerk het Israël van het N.T.is.

Het bewijs hiervoor zou dan de Efezebrief zijn, maar daar noemt Paulus de gelovigen uit de heidenen geen medeburgers- en erfgenamen van Israël, maar medeburgers der heiligen en mede erfgenamen van de beloften van het evangelie. Zie ook Rom.8:17. Als de gelovigen uit de heidenen in het N.T. Abrahams zaad genoemd worden dan is dat omdat hij het grote voorbeeld ( vader )is van degenen die in de voorhuid gerechtvaardigd worden ( Rom.4 ) maar zij worden nooit Jakobs zaad of Israël genoemd. Ook Rom.11 kan hier niet als een bewijs voor de inlijving van de heidenen in Israël dienen, want de olijfboom is niet Israël maar de Messias. Paulus ziet de gelovige joden niet als Israël, maar ziet de ongelovige joden als afgebroken takken van de olijfboom, die niet Israël, maar de Messias voorstelt. Want God is machtig ze weer in te enten, niet in Israël, want daar zijn ze nooit afgebroken, ze bleven Israëlieten h.st. 9:4, maar in hun eigen olijfboom dat is hun Messias.Wij lezen in Hos.14:9: Efraim! Wat heb Ik meer met de afgoden te doen? Ik heb hem verhoord, en zal op hem zien; Ik zal hem zijn als een groenende dennenboom; uw vrucht is uit Mij gevonden.En ook in Joh.15 zijn de discipelen en niet de wijnstok maar de ranken die hun levenssappen uit de wijnstok trekken. Het is dus geheel buiten het beeld om de olijfboom hier als Israël te zien. ereunao

Naschr; ook het “bewijsâ€
Plaats reactie