Voor u gelezen: Uit vroeger jaren.

Gebruikersavatar
-DIA-
Berichten: 17422
Lid geworden op: 03 Okt 2008, 00:10
Locatie: Risne aan den Aa

Voor u gelezen: Uit vroeger jaren.

Berichtdoor -DIA- » 10 Mei 2017, 01:31

Soms is het goed iets te lezen over 'de ouden'. Mensen van nu weten vaak niet meer wie ze waren, wat hen bewoog. Wie ze leerde en hoe ze geleerd en geleid werden. Het leek me goed om misschien af en toe een korte levensschets te plaatsen van degenen die onder ons in achting waren.
Misschien zijn er die een bijdrage aan dit topic wil leveren. Het is niet zozeer bedoeld om te discussiëren, maar misschien is het goed "om de daden des HEEREN te gedenken van ouds her" en deze ook door te geven aan een jonger geslacht dat deze mensen vaak niet gekend heeft.

Deze keer: Dhr. A. De Redelijkheid.
Bron: Kerkhistorisch tijdschrift Oude Paden, september 2002

Herinneringen aan de eerwaarde heer A. de Redelijkheid
Een hulpprediker met predikantsgaven

Het wijkgebouw in Wijk A. van de hervormde gemeente te Ouderkerk aan den IJssel was 's morgens en 's avonds vol met 'geliefde toehoorders'. Links en rechts zaten in de drieman bankjes de mannen en de jongens. En strikt gescheiden in het middenvak, eerst op stoelen en later ook in banken de vrouwen en de meisjes. Een enkele vrouw of meisje had een vaste plaats op een stoel op het podium. Sommige oude mannetjes kwamen nog met klompen naar de kerk, en ook de vuurtestjes ontbraken niet in de wintertijd. Graag had deze of gene van de trouwe toehoorders een warm stoofje onder zijn of haar voeten.

De 'ouden' die in 1924 hun plaats in het splinternieuwe wijkgebouw innamen, hadden vast niet kunnen denken dat hun zojuist uit Nieuwerkerk aan den IJssel gekomen voorganger tot Tweede Paasdag 1967 de diensten in het wijkgebouw zou leiden. Niet minder dan ruim 43 jaren zou hij dit deeltje Zijner erve dienen in de prediking des Woords, jarenlang als godsdienstonderwijzer, maar later ook nog als hulpprediker die huwelijken mocht bevestigen.

Altijd drie punten
Het klonk altijd zo vertrouwelijk op Gods dag, 's morgens om half tien en 's avonds om half zeven: 'Onze hulpe zij in de Naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes, Die de hemel en de aarde uit het niet geschapen heeft en door Zijne voorzienigheid nog onderhoudt en regeert, en Die nog nooit beschaamd heeft en nimmer beschamen zal degenen die op Hem hopen en betrouwen.'
De prediking van de heer De Redelijkheid van wet en evangelie, dood en leven, vloek en zegen, was zeer zuiver. Hij verklaarde de drie stukken die gekend moeten worden, zal het wel zijn op weg en reis naar de eeuwigheid. Scherp omlijnd waren zijn drie punten, waarin hij de gekozen tekst uit Gods Woord altijd verdeelde. De eerste twee punten werden behandeld vóór de middenzang en het laatste punt erna. Later, toen de ouder geworden zijnde voorganger een keertje meer liet zingen, liet hij tussen elk punt een psalmvers zingen. Altijd, maar dan ook werkelijk altijd, raadpleegde hij vóór de verklaring van zijn tekst de kanttekeningen om te zien wat de getrouwe overzetters ervan te zeggen hadden. Pas dan ging hij er wat van zeggen, onder inwachting van de onmisbare leiding en bediening van de Heilige Geest.

's Avonds werd er een catechismuspredikatie gehouden. Echt niet elke zondagsafdeling per rustdag. Verre van dat! Menigmaal zei hij na het behandelen van één vraag en antwoord of een gedeelte daarvan: 'Er is nog wat blijven zitten en daar gaan we volgende week zo de Heere wil en wij leven mee verder!' En dan kwam er een tweede verklaring van dezelfde zondagsafdeling of van de betreffende vraag, weer met drie scherp omlijnde punten, waarvan de inhoud altijd op elkaar geleek met als leidraad de gekozen catechismustekst die onlosmakelijk aan de predikatie was verbonden.
De gezongen versjes sloegen altijd precies op de punten in de prediking. Ze waren niet altijd makkelijk te zingen, maar met een beetje voorzingen lukte dat best. De voorganger hield van langzaam psalmgezang en langzame, eenvoudige begeleiding.

Rouwdiensten
Was er een rouwdienst, dan ging de rouwdragende familie zoveel mogelijk op het podium zitten. De heer De Redelijkheid had de gave zich te kunnen verplaatsen in de familieomstandigheden van de overledene. Hij wist precies (herderlijke zorg) wat er in zon familie leefde, hoewel hij geen hartenkenner was. Vaak kende hij de overledene goed en verplaatste hij zich dan ook in die omstandigheden. Hij heeft er verschillenden van Gods volk begraven, ook buiten Ouderkerk aan den IJssel. Ook onkerkelijken uit de gezelschappen, echte kinderen van God die het zuivere genadewerk deelachtig waren. Daarom was hij ook buiten Ouderkerk bekend en geliefd.

De eredienst
Maar er was meer! Er was ook een voorlezer. Vóór de dienst pakte hij een eenvoudig lessenaartje van zijn zitplaats vooraan in de ouderlingenbank, zette dat rechtop en las het te zingen psalmvers voor, waarna de blinde organist de samenzang begeleidde. Jazeker, vanaf de oprichting heeft het Ouderkerkse wijkgebouw een blinde organist gehad. En hij kon alle 150 psalmen spelen! Menigmaal begeleidde ik hem naar de kerk, en na een wandeling van een halfuur, ging hij met mij naar het orgel. Een klein orgeltje met loze pijpen.

Tussen de pijpen door zag ik dan de toehoorders hun plaats innemen, want een ieder had zijn of haar eigen plaats met een duidelijke scheiding tussen mannen en vrouwen. Alle plaatsen hadden een nummer. Een enkeling nam een vaste plaats op het podium in.
De hoorders waren erg op de prediking van deze voorganger gesteld. Ze liepen meer dan een half uur om het Woord te horen. En mocht de voorganger van het wijkgebouw eens in de ouderwetse Ouderkerkse dorpskerk volgens een ruilbeurt preken, dan liep hij zelf ook ruim een uur. Zijn trouwe aanhangers liepen die morgen of avond niet naar het wijkgebouw aan de Lageweg, maar volgden de voorganger de kant van de dorpskerk op, natuurlijk ook lopend.

Door de Heere gezonden
Wie was toch deze voorganger, die 43 jaar dezelfde gemeente heeft gediend? Die dag en nacht in Gods wijngaard dienstbaar was? Wie was toch deze voorganger die altijd zo eerbaar gekleed was met hoge hoed op? Het was de eerwaarde heer A. de Redelijkheid. De Heere had hem geroepen, bekwaam gemaakt en een plaatsje gegeven om Zijn Woord uit te dragen. Toen hij in 1924 in het onkerkelijke gedeelte van de gemeente Ouderkerk aan den IJssel kwam, wist hij niet wat de Heere met hem voorhad. Hij zou het later verstaan. Het is zo eeuwig waar: 'Wat Ik nu doe, weet gij niet maar gij zult het na dezen verstaan.' Hij is voor meerderen in Wijk A tot een eeuwige zegen geweest. De eeuwigheid zal het zeker openbaren.

In gezelschap
Enkele hoorders gingen na de avondkerkdienst niet naar huis, maar naar de pastorie om over het gehoorde na te denken en, als de Heere het gaf, te spreken uit eigen hart en leven. Dan gebeurde het weleens - niet altijd, want het is niet te maken - dat er water onder het scheepje kwam en de wonderlijke daden des Heeren in gezelschap werden verteld.
Jaarlijks werd in de nabijgelegen school ook 'de gezelschapsdag' gehouden. Dan kwamen de vele vrienden en vriendinnen in een paar schoollokalen samen, waar vaak stichtelijk werd gesproken en gezongen. En de Heere gaf nog weleens getuigenis aan Zijn eigen werk.

Vaak op reis
De Ouderkerkse voorganger was ook vaak op reis. Hij sprak nogal eens voor 'de verstrooiden, de verminkten en de kreupelen' in eenvoudige zaaltjes en gebouwtjes, ook in vrije en Oud Gereformeerde Gemeenten. Hij ging het land door waar hij maar gevraagd werd, en reisde ook naar Duitsland. Op een wonderlijke wijze was hij in contact gekomen met een klein gezelschap in het Duitse Duisburg-Meiderich. Verschillende in het Duits vertaalde preken zijn aan hen toegezonden. Het hele gezelschap is nu al jaren in de eeuwigheid. Wie had kunnen denken dat in dat duistere Duitsland nog een klein overblijfsel naar de verkiezing der genade was, dat niet kon opgaan onder de levende verkondiging. Ook bezocht hij daar zijn broer, woonde. die er niet ver vandaan woonde.

Goddelijke lessen
Op een keer was hij weer in de omgeving waar zijn broer woonde. De Heere onderwees hem toen door een voorbeeld uit de natuur. Later heeft hij die ervaring hier en daar verteld als hij sprak over Johannes 10 vers 3 inzake de ''Goede Herder Die Zijn leven geeft voor de schapen.''

We laten hem nu zelf aan het woord: ''Ik was op één van mijn reizen in Duitsland om mijn jongere broer te bezoeken, die daar woont, en ik vond het nodig hem eens te bezoeken om, menselijkerwijs gesproken, afscheid te nemen. Wat ik toen zag, ging in de dadelijkheid in mijn ziel leven. Het was tegen de avond en ik stond in een dal tussen de bergen. En daar zag ik een schaapherder met een grote kudde schapen van de steile berghelling afdalen. Zachtjes en langzaam, want hij had een trouwe zorg over zijn schapen. Er liepen grote schapen voorop, maar ik zag ook kreupele en dwalende schapen. En ook verschillende lammetjes. Toen ik dat zo zag, dacht ik aan die kudde Gods, er zijn groten in de genade met veel oefeningen, dwaalzieke schapen, maar ook lammetjes die de melk nodig hebben, maar ze behoren allen bij diezelfde Herder. Wat mijn aandacht ook trok, was een klein herdershondje, maar dat dier liep die schapen maar in de weg en probeerde vooral die manke en kreupele schapen in hun poten te bijten. En de lammetjes die nog niet zo sterk waren, gooide hij om. Ik dacht: 'O, lelijke duivel, het is altijd op het levende kind gemunt, om, indien het mogelijk is, hen te verslinden.' En toch was hij nodig. De duivel is een wrede vijand van Gods arme volk, waartegen ze hun hele leven te strijden hebben. Ik zag het en trok er onderwijzing uit. Langzamerhand kwam de hele kudde in het dal, en moest naar de schaapskooi die een eindje verderop stond. Maar als je nu denkt dat ze zomaar rustig naar die schaapskooi konden lopen, dan heb je het mis, want onderaan de berg stroomde een beek, en daar moesten die schapen en ook die lammetjes door. Ze moesten nog gewassen worden!!

Mijn ziel trok er deze onderwijzing uit dat er niet één binnenkomt die niet gewassen is door het bloed des Lams. Dezen zijn het die uit de wasstede opkomen en geen van die is jongeloos. Die grote schapen werden door de herder in de beek ondergedompeld en ze verdwenen geheel onder water. Ook de kreupele gingen onder, maar werden door de herder geholpen, en die lammetjes spoelde hij zelf af, maar ze werden niet ondergedompeld. En toch werden ze wel gewassen vóór de poort. Ik dacht aan degenen die bewust gerechtvaardigd worden en ondergaan onder het recht en in het dodelijkst tijdsgewricht wordt hun ziel gered. Wanneer zij ondergaan en hun leven wordt afgesneden, dan treedt Hij als die grote Herder der schapen tussenbeide en zegt: ''Ik wil niet dat deze in het verderf nederdale, want Ik heb verzoening gevonden.'' Maar let ook eens op die kleintjes, op die lammetjes? Zeg nou maar nooit, die is niet gerechtvaardigd, want ik heb het zelf gezien. Ze worden allen gewassen vóór de poort. Er komt niets binnen dat onrein is en de gruwelijkheid doet, en daarom hebben we altijd de noodzaak van de bewuste overgang in Christus te prediken, maar aan de andere kant zullen de ware bekommerden vóór de poort gewassen worden. Maar het moeten wel echte en ware bekommerden zijn. Ik zag het en trok er onderwijzing uit. ''Dezen doet de deurwachter open.'' Alle schapen werden in de veilige schaapskooi geleid door die herder. Er bleef er niet één buiten. Hij leidde ze er elk persoonlijk in. Niet één!!! Ik zag het en trok er onderwijzing uit. Die hond bleef er buiten. Hij kon ze toen ook niet meer benauwen en bijten. Dat kon hij nog wel vlak vóór die kooi. De rechtvaardige zal ook maar nauwelijks zalig worden. Dat ondervonden die schapen en in het bijzonder die lammetjes wel. Ik dacht bij mezelf: 'Lelijke hellehond, je blijft er eeuwig buiten!'' En toen zag ik tenslotte dat de herder de schaapskooi zelf goed afsloot, want ze worden in de kracht Gods bewaard tot de matigheid. Ik zag het en trok er onderwijzing uit. Dezen doet de deurwachter open.'


Gij goede en getrouwe dienstknecht
Niet minder dan 43 jaar heeft hij gestaan in Ouderkerk aan den IJssel en daarna nog 10 jaar in Den Hulst. Op 3 januari 1979 kwam na een kortstondige ernstige ziekte het levenseinde van deze geliefde leraar op bijna 80 jarige leeftijd. Hij werd onder grote belangstelling in Ouderkerk aan den IJssel begraven. Daar rusten de vermoeiden van kracht. Onlangs liep ik op die begraafplaats. Talrijken liggen hier begraven die ik door de orgelpijpen heen hun eigen plaatsje op hun eigen nummer in hun eigen bank of stoel heb zien innemen. Zij zijn niet meer! De eeuwigheid zal het openbaren waar hun eeuwige bestemming is. Temidden van al die graven op de stille begraafplaats vond ik de grafsteen van deze geliefde en getrouwe voorganger met opengeslagen Bijbel. Psalm 119 'Op Uw Woord heb ik gehoopt.' Allen zijn gegaan de weg van alle vlees. Zij hebben geen eigen plaatsje, geen eigen nummer, geen eigen bank of stoel meer. Ook de voorganger heeft geen eigen preekstoel meer. De mens gaat als in een beeld daarheen, en niemand weet wie het naar zich nemen zal.
'Maar hij zal ingaan in de vrede; zij zullen rusten op hunne slaapsteden, een iegelijk die in zijn oprechtheid gewandeld heeft.'

Bijna alles is anders geworden Het wijkgebouw in Wijk A is al jaren afgebroken. Een nieuwe Oosterkerk is er voor in de plaats gekomen. De nog bestaande oude pastorie, waar het gezelschap op zondagavond samenkwam, is grondig verbouwd. Langzamerhand is er een geslacht opgegroeid dat de oude voormalige Ouderkerkse voorganger niet gekend heeft en ook degenen die toen jong waren, zijn hem al lang vergeten.

Een enkeling van de ouden leeft nog, maar de meesten zijn gestorven. De Lageweg is toch anders geworden na zoveel jaren. Er is bijna niets meer dat aan hem herinnert en toch wel... hij spreekt nog tot ons nadat hij gestorven is.''
Elk woedt om strijd, en toont zich onbeschroomd...

Gebruikersavatar
-DIA-
Berichten: 17422
Lid geworden op: 03 Okt 2008, 00:10
Locatie: Risne aan den Aa

Re: Voor u gelezen: Uit vroeger jaren.

Berichtdoor -DIA- » 11 Mei 2017, 11:53

In kleine uitgaven van de GBS zijn leerzame artikelen te lezen. Afkomstig van de GBS kalenders, met oude Schotse kerkgebouwen, zijn levensbeschrijvingen toegevoegd door F. van Holten. Van Holten was jarenlang secretaris-administrateur van de Spaanse Evangelische Zending (SEZ). Hij is in 2010 overleden, maar ook van hem geldt: Hij spreekt nog nadat hij gestorven is.
Onderstaand artikel heb ik om het hier leesbaar te houden wat ingekort op wat minder belangrijke punten. Ter wille van de leesbaarheid heb ik tevens enkele tussenkopjes toegevoegd.
Verder: Bron uitgave GBS: Dienaars, Martelaars, Bevrijders.

GEORGE GILLESPIE (1613-1648)

Een begaafde jongeman
Gillespie wordt in Schotland dikwijls in één adem genoemd met Rutherford, en terecht. Beide mannen stonden pal in de strijd om de zuiverheid van de kerk. In die strijd heeft Gillespie zijn krachten verteerd: zoals we zullen zien is hij niet oud geworden.
Hij werd in 1913 geboren, als tweede zoon van ds. John Gillespie van Kikcaldy, een man die bekend stond als een indrukwekkend prediker. De begaafde jongeman kreeg van de classis een beurs om te St. Andrews theologie te studeren. Na beëindiging van de studie werd hij ‘huisprediker’ van de burggraaf van Kenmure, John Gordon. Ook in de brieven van Rutherford komen we deze familie tegen. Na de dood van Godon in 1634, hing hij in hetzelfde ambt over naar John Kennedy, de graaf van Cassilis. Tevens gad hij lessen aan de zoon van de graaf.

Een gebeurtenis met grote gevolgen
Tijdens het verblijf bij die familie deed zich een voorval voor met Janet Geddes, een oudere vrouw. Deze vrouw gooide de kruk waarop ze gezeten had naar de Deken van Edinburgh, toen deze op 23 juli 1637 in de St, Gilis Kerk een dienst wilde houden, volgens de half roomse liturgie. De gebeurtenis had grote gevolgen. Gillespie reageerde hierop met het schrijven van een boekje, ‘Verweer tegen de Engelse pauselijke ceremoniën die aan de Schotse kerk worden opgedrongen’. Het boekje verscheen zonder dat de naam van de schrijver werd vermeld. De Raad van State gaf bevel ‘alle exemplaren ervan op te sporen en te verbranden’, een bevel dat er alleen maar toe bijdroeg dat Gillepe’s eerste pennenvrucht nòg meer aandacht kreeg dan tevoren.
Op 26 april 1638 werd hij tot predikant bevestigd. Dit gebeurde door de classis, zonder medewerking van de aartsbisschop. Op 8 november werd hij predikant te Methill, nu Wemyss, in Fifeshire. Hij preekte voor de Generale Synode die op 21 november 1638 te Glasgow samenkwam en die vooral bekend geworden is door het afzetten van de bisschoppen. Zijn tekst was Spreuken 21:1: Des konings hart is in de hand des HEEREN als waterbeken; Hij neigt het tot al wat Hij wil.’ Het was toen algemeen bekend dat hij de schrijver was van het ‘verweer’.
Na de wederinvoering van het Presbyterianisme preekte hij op 12 oktober 1641 voor de koning in het paleis van Holyrood. De koning was, naar het schijnt, ingenomen met Gillespie. Kort daarna werd hem een koninklijk jaargeld toegekend. De gemeenteraad benoemde hem tot predikant van de bekende Greyfriars Kerk, waar hij op 23 september 1642 intrede deed.

Afgevaardigde naar de kerkvergadering van Westminster
In 1643 werd Gillespie afgevaardigd naar de kerkvergadering van Westminster. De toen 30-jarige Gillespie was het jongste lid van de vergadering. Dr. Robert Baillie, die ook afgevaardigd was door de Kerk van Schotland, schrijft met grote waardering over Gillespie’s optreden. Hij roemt vooral de logische bewijskracht van zijn toespraken, en ook zij gave om ingewikkelde zaken precies en bondig samen te vatten.
Te Westninster verdedigde de zeer geleerde Selden het standpunt dat de staat zeggenschap in de kerk toekomt, wat regelrecht inging tegen het gevoelen van de Schotten. Men verzocht Gillespie Selden’s toespraak te beantwoorden. Aanvankelijk weigerde hij. Maar één van de vrienden hield aan: “Sta op, George, sta op en verdedig het recht van de Heere Jezus Christus om de kerk die Hij met Zijn bloed gekocht heeft te regeren dood Zijn eigen wetten.’ Gillespie zwichtte en weerlegde vervolgens alle argumenten van Selden. Selden moet zelf verslagen hebben opgemerkt: ‘Deze jongeman heeft door één toespraak de geleerdheid van mijn hele leven weggevaagd!’ Zijn gedachten over de kerkregering heeft hij neergelegd in zijn beroemde boek ‘De staf van Aäron bloesem dragend.’
In januari 1645 werden Gillespie en Baillie teruggeroepen naar Schotland vanwege kerkelijke zaken. Na een reis met veel hindernissen was Gillespie pas in april terug in Westminster.
Daar begon hij met de opstelling van de Westminster Confessie.
Op 16 juli 1647 moest hij voorgoed naar Schotland terugkeren en pas op 5 augustus begon men te Westminster met de opstelling van de Kleine Catechismus. De Synode aanvaarde de Westminster Confessie, zodat er althans formeel eenheid in belijden was tussen Engeland en Schotland.
Op 22 september 1647 benoemde de gemeenteraad van Edinburgh hem als predikant van de ‘Hoge Kerk’ en in 1648 koos men hem als voorzitter van de Generale Synode.

Zijn levenseinde
In die tijd heeft hij veel geschreven. Maar het zou niet lang meer duren eer de Heere Zijn getrouwe dienstknecht afloste van zijn post: zijn gezondheid ging snel achteruit. Hij vertrok naar zijn geboorteplaats Kirkcaldy, in de hoop door rust te nemen nog wat op te knappen. Gods weg was anders en hoger. In het begin van zijn verblijf in Kirkcaldy schreef hij nog, maar toen hij geen pen meer kon vasthouden, dicteerde hij zijn laatste geschriften aan een helper.
Over de studie merkte hij, de grote geleerde, nog op: In mijn arbeid heb ik oneindig veel meer geleerd in het gebed dan door de studie, en veel meer door de hulp van de Heilige Geest, dan uit de boeken.’
Op 16 december 1648 stierf ds. George Gillespie. Op zijn graf werd een steen met een opschrift in het Latijn geplaatst. Later heeft men het bestaan om deze grafsteen weg te halen en in het openbaar kapot te laten slaan door een beul! Maar onverwoestbaar is de eerkroon, die George Gillespie mag dragen, door Hem, door Hem alleen, om ’t eeuwig welbehagen!
Elk woedt om strijd, en toont zich onbeschroomd...


Terug naar “Kerk en Cultuur - Kerkelijke bladen”

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast